Ambtelijk dossierstuk/memo (Algemeene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk dossierstuk/memo (Algemeene Zaken Model No. 14). 22 april 1941 (stempel), 29 april 1941 (ondertekening), mei 1941 (afhandeling). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/54/1 1941
DOORGEZONDEN: 22/4 - '41.
[Rechtsboven handgeschreven:]
450
[Handgeschreven tekst bovenaan:]
H. Rodrigues Lopes
pl 333 u Alb. Cuypstraat
per 21 April '41.
[Hoofdtekst handgeschreven:]
Aan H. Rodrigues Lopes kan m.i.
worden toegestaan om gedurende twee
maanden de plaats op de markt aan de
Alb. Cuypstraat niet in te nemen,
mits Rodrigues-Lopes zorgt dat het
ook tijdens afwezigheid verschuldig-
de marktgeld wekelijks wordt betaald.
(zie rapport chef marktopz).
[Rechtsonder:]
29-4-'41
de Haer [handtekening]
[Linksonder in rood potlood:]
25/54/217
[Onderaan diverse aantekeningen:]
5/5/41. HH [initialen]
Acc. [Akkoord]
modelbriefje
[handtekening/paraf] 1/5-'41
[Voorgedrukte tekst linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke besluitvorming over een marktkoopman genaamd H. Rodrigues Lopes. Hij krijgt toestemming om gedurende twee maanden zijn vaste staanplaats (nummer 333) op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam onbezet te laten. De voorwaarde die hieraan wordt gesteld, is dat hij wel wekelijks het verschuldigde marktgeld moet blijven betalen. Het advies is gebaseerd op een rapport van de 'chef marktopziener'.
Opvallend zijn de verschillende data van administratieve verwerking: van de eerste melding op 22 april tot de uiteindelijke fiattering en het verzenden van een 'modelbriefje' aan het begin van mei 1941. De handtekening 'de Haer' verwijst naar de betreffende ambtenaar belast met marktzaken. De datum van dit document, april/mei 1941, plaatst de kwestie in een beladen historische context. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. De achternaam 'Rodrigues Lopes' is een bekende Sefardisch-Joodse naam. De Albert Cuypmarkt bevond zich in een wijk (De Pijp) met een aanzienlijke Joodse bevolking en veel Joodse marktkooplieden.
Sinds het begin van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam drastisch aangescherpt, onder meer na de Februaristaking. Hoewel dit document oogt als een reguliere administratieve handeling, roept de vraag om twee maanden afwezigheid in deze periode vragen op over de persoonlijke veiligheid of de beperkingen die de heer Rodrigues Lopes op dat moment reeds ondervond. Later in 1941 zouden Joodse marktkooplieden volledig van de algemene markten worden geweerd en gedwongen worden naar specifieke 'Joodsche markten' te verhuizen. Dit document bevindt zich op het kantelpunt van die uitsluiting. H. Rodrigues M. No