Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 426
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke notitie/advies met handgeschreven kanttekeningen.

Dossier: 14, 25/55/I

Origineel

Ambtelijke notitie/advies met handgeschreven kanttekeningen. [Linksboven stempel]
B I J B L A D V A N :
M. No. 25/55/I 1941
DOORGEZONDEN: 25/4-'41.

[Rechtsboven handgeschreven]
473
Th v d Meer [onzeker]
advies
30-4-'41
de Heer
Chef Marktwezen
alhier.

[Centraal handgeschreven tekst]
Aan Mr. Davidson
kan m.i. worden be-
richt dat hij weder
in het bezit kan worden
gesteld van een vaste plaats op de markt
Alb. Cuypstraat, mits hij zorgt dat
zijn schuld, zijnde een bedrag van
f 14.50 per omgaande wordt betaald.

[Inlassing midden]
(zie advies Chef Marktwezen)
5-5-41

[Vervolg tekst]
per 24/4-'41 ingetrokken wegens wanbetaling en per 24-4-41 toe-
gewezen aan Mevr. V. Statirandes, zoodat het niet mogelijk is haar
de oorspronkelijke plaats terug te geven.
Gezien echter de omstandigheden, waaronder de vroegere
intrekking plaats vond (o.a. onjuiste adresseering van waar-
schuwing door H.K.M.W.), zijn mi. wel termen aanwezig zooveel
mogelijk aan het verzoek te voldoen en de intrekking te
annuleren, onder voorwaarde, dat zoo spoedig mogelijk het achter-
stallige marktgeld à f 13.50 wordt voldaan.
Onderwijl kan haar alsdan een gelijkwaardige plaats
toegewezen worden.

[Rechtsonder]
Amst. d. Markt
Handtekening [E. J. Moerkerken]

[Onderaan gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een administratieve beslissing van het Amsterdamse Marktwezen in de lente van 1941. De kern van de zaak is een geschil over een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. Een vergunninghouder (in de tekst aangeduid als 'haar') was haar plek kwijtgeraakt door een intrekking wegens wanbetaling op 24 april 1941.

De ambtenaar (E.J. Moerkerken) constateert echter een procedurefout: de officiële waarschuwing voorafgaand aan de intrekking was naar een foutief adres gestuurd door het H.K.M.W. (Hoofdkantoor Marktwezen). Omdat de oorspronkelijke plek in de tussentijd al aan een andere koopvrouw (Mevr. V. Statirandes) was toegewezen, kan de verzoekster haar oude plek niet terugkrijgen. Als oplossing wordt geadviseerd de intrekking ongedaan te maken en haar een "gelijkwaardige plaats" aan te bieden, mits zij de openstaande schuld (eerst genoemd als 14,50 gulden, later als 13,50 gulden) direct betaalt.

De tekst bevat verschillende lagen: een eerste klad/advies aan "Mr. Davidson" en een latere, meer gedetailleerde uitwerking die eindigt met de handtekening van de Chef Marktwezen. Het document dateert van een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 werd de druk op de Amsterdamse markten vanuit de bezetter opgevoerd, met name gericht op het weren van Joodse marktkooplieden (die later dat jaar naar aparte 'Joodsche markten' werden verbannen).

Hoewel dit specifieke document op het eerste gezicht over een reguliere betalingskwestie en een administratieve fout gaat, is de bureaucratische context van de bezettingsjaren voelbaar. E.J. Moerkerken, de ondertekenaar, was een centrale figuur in de organisatie van het Amsterdamse marktwezen tijdens de oorlog; hij was verantwoordelijk voor het uitvoeren van de steeds strengere verordeningen. De Albert Cuypstraat was de drukste en meest begeerde marktlocatie van Amsterdam, waardoor administratieve beslissingen over standplaatsen vaak grote financiële en sociale gevolgen hadden voor de betrokkenen. E.J. Moerkerken J. Moerkerken M. No V. Statirandes Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een administratieve beslissing van het Amsterdamse Marktwezen in de lente van 1941. De kern van de zaak is een geschil over een vaste standplaats op de Albert Cuypmarkt. Een vergunninghouder (in de tekst aangeduid als 'haar') was haar plek kwijtgeraakt door een intrekking wegens wanbetaling op 24 april 1941.

De ambtenaar (E.J. Moerkerken) constateert echter een procedurefout: de officiële waarschuwing voorafgaand aan de intrekking was naar een foutief adres gestuurd door het H.K.M.W. (Hoofdkantoor Marktwezen). Omdat de oorspronkelijke plek in de tussentijd al aan een andere koopvrouw (Mevr. V. Statirandes) was toegewezen, kan de verzoekster haar oude plek niet terugkrijgen. Als oplossing wordt geadviseerd de intrekking ongedaan te maken en haar een "gelijkwaardige plaats" aan te bieden, mits zij de openstaande schuld (eerst genoemd als 14,50 gulden, later als 13,50 gulden) direct betaalt.

De tekst bevat verschillende lagen: een eerste klad/advies aan "Mr. Davidson" en een latere, meer gedetailleerde uitwerking die eindigt met de handtekening van de Chef Marktwezen.

Historische Context

Het document dateert van een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 werd de druk op de Amsterdamse markten vanuit de bezetter opgevoerd, met name gericht op het weren van Joodse marktkooplieden (die later dat jaar naar aparte 'Joodsche markten' werden verbannen).

Hoewel dit specifieke document op het eerste gezicht over een reguliere betalingskwestie en een administratieve fout gaat, is de bureaucratische context van de bezettingsjaren voelbaar. E.J. Moerkerken, de ondertekenaar, was een centrale figuur in de organisatie van het Amsterdamse marktwezen tijdens de oorlog; hij was verantwoordelijk voor het uitvoeren van de steeds strengere verordeningen. De Albert Cuypstraat was de drukste en meest begeerde marktlocatie van Amsterdam, waardoor administratieve beslissingen over standplaatsen vaak grote financiële en sociale gevolgen hadden voor de betrokkenen.

Genoemde Personen 4

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen