Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 29 mei 1941. A. Schulp, Lepelstraat 176 II, Amsterdam. Onbekende functionaris (vermoedelijk Gemeente Amsterdam, afdeling Marktwezen). Nº 25/57/3 M. 1941 31/5
H.C.
Amsterdam 29 Mei 1941
m.i. Jurp [?]
Mynheer
Naar aanleidig van u schryven va 28 Mei 1941
moet ik u ten eerste mededeeling dat ik gewacht
hebt op mijn schryven van 17 Mei ik kreeg dan
ook op 24 Mei u antwoord waaruit ik kon
opmaken dat mijn verzoek niet is ingewilligt (onder
No 25/57/2 M.) ik heb dan ook onmiddelyk zijnde
op 26 Mei 1941 een verzoek gericht aan de heer
Boekert Marktchef Albert Cuypstraat markt
dat ik wegens financieële moeilijkheid opheffing
van mijn standplaats vraag, tot er weder een
tijd komt dat ik weer in aanmerking kan komen
voor een vaste plaats . de loopende schuld zal
ik aan de marktmeester voldoen met 50 ct.
of f 1 p week inmiddels mijn hartelyk dank
achtend
A Schulp
Lepelstraat 176 II
Amsterdam De brief is een formeel schrijven van een markthandelaar, Abraham Schulp, waarin hij reageert op de afwijzing van een eerder verzoek (kenmerk 25/57/2 M.). De schrijver deelt mee dat hij zich inmiddels heeft gewend tot de heer Boekert, de marktchef van de Albert Cuypmarkt, om zijn vaste standplaats op te geven ("opheffing"). Als reden voert hij "financieële moeilijkheid" aan. Hij spreekt de hoop uit dat hij in de toekomst weer in aanmerking kan komen voor een vaste plek. Daarnaast stelt hij een betalingsregeling voor om zijn openstaande schuld bij het marktwezen af te lossen met 50 cent of 1 gulden per week. Het taalgebruik is beleefd maar bevat diverse archaïsche spelfouten en grammaticale imperfecties (zoals "mededeeling" gebruikt als werkwoord en "aanleidig"). De datum van de brief, 29 mei 1941, plaatst het document in een kritieke fase van de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdamse markthandelaren, en met name zij die in de Joodse buurt woonden (zoals de Lepelstraat), werden in deze periode geconfronteerd met steeds strengere beperkingen en economische uitsluiting. Hoewel de brief spreekt van algemene financiële moeilijkheden, is het zeer waarschijnlijk dat deze direct verband hielden met de anti-Joodse maatregelen die de handel voor Joodse Amsterdammers onmogelijk maakten. De genoemde heer Boekert was een bekende functionaris van het Amsterdamse Marktwezen in die tijd. Archiefonderzoek bevestigt dat Abraham Schulp, die op dit adres woonachtig was, de Holocaust niet heeft overleefd. Dit document vormt daarmee een getuigenis van de bureaucratische afwikkeling van iemands levensonderhoud vlak voordat de situatie volledig uitzichtloos werd. A. Schulp H.C. Gemeente Amsterdam Marktwezen