Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 454
Dossier 11
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

14 juli 1941 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke afdeling)

Origineel

14 juli 1941 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke afdeling) (Bovenaan de pagina in blauw potlood/krijt:) M. de Wever [?]

VD/HG.
25/58/5 M.
1

(Handgeschreven in paars potlood/inkt:) Verzonden 15/7

14 Juli 1941.

Verzoek C.H.Blanken om een lager rangnummer op de sollicitantenlijst van de Albert Cuypstraat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 20 Juni jl. om advies ontvangen stuk No.633 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant, die op de sollicitantenlijst voor de markt Albert Cuypstraat was ingeschreven, op 21 Augustus 1940 schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij van de hem voor die markt verleende voorkeurskaart geen gebruik kon maken en dat hij zijn standplaats aan het Weteringplantsoen weder ging innemen. Op grond hiervan is zijn naam op 5 September 1940 van voornoemde sollicitantenlijst afgevoerd.

Adressant kan thans blijkbaar op de hem verleende standplaats zijn brood niet meer verdienen, reden waarom hij verzoekt, hem zijn oude rangnummer op de sollicitantenlijst voor de markt Albert Cuypstraat terug te geven en derhalve de schrapping van September 1940 ongedaan te maken.

Wanneer dit verzoek zou worden ingewilligd, dan zou dit tegenover de kooplieden, die zich na 5 September 1940 op de sollicitantenlijst hebben laten inschrijven, zeer onbillijk zijn. Vele van deze kooplieden hebben ook gedurende de wintermaanden een marktplaats op de Albert Cuypstraat bezet en zij zouden bij inwilliging van het onderhavige verzoek bij de toewijzing van marktplaatsen, achter adressant moeten worden gesteld.

Ik geef U dan ook, mede met het oog op de consequenties, in overweging, den adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek niet kan worden voldaan.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is een geschil over de rangorde op de wachtlijst (sollicitantenlijst) voor een felbegeerde marktplaats op de Albert Cuypmarkt.

De heer C.H. Blanken had zijn plek op de lijst in augustus 1940 opgegeven om op het Weteringplantsoen te gaan staan. Vanwege tegenvallende inkomsten wilde hij in juli 1941 terugkeren naar de Albert Cuyp met behoud van zijn oude (gunstigere) rangnummer. De Directeur adviseert de wethouder negatief op dit verzoek. De argumentatie is gebaseerd op 'billijkheid': het zou onrechtvaardig zijn tegenover andere kooplieden die wel op de lijst zijn blijven staan of zich later hebben ingeschreven en de moeilijke wintermaanden op de markt hebben gewerkt. Het document dateert uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is er een van toenemende economische schaarste en strikte regulering.

  1. Marktwezen onder druk: Tijdens de bezetting werd de handel op markten steeds belangrijker voor de voedselvoorziening, maar ook moeilijker door schaarste en distributiemaatregelen. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' hield toezicht op de distributie en beschikbaarheid van voedsel.
  2. Economische overleving: De opmerking dat Blanken op zijn huidige plek "zijn brood niet meer kan verdienen" wijst op de penibele economische situatie van kleine zelfstandigen in die tijd.
  3. Bureaucratische continuïteit: Ondanks de oorlog bleef het gemeentelijk apparaat functioneren volgens vastgelegde regels en procedures. Dit document toont de ambtelijke nauwkeurigheid waarmee ranglijsten en rechten van marktkooplieden werden bewaakt om sociale onrust onder handelaren te voorkomen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is een geschil over de rangorde op de wachtlijst (sollicitantenlijst) voor een felbegeerde marktplaats op de Albert Cuypmarkt.

De heer C.H. Blanken had zijn plek op de lijst in augustus 1940 opgegeven om op het Weteringplantsoen te gaan staan. Vanwege tegenvallende inkomsten wilde hij in juli 1941 terugkeren naar de Albert Cuyp met behoud van zijn oude (gunstigere) rangnummer. De Directeur adviseert de wethouder negatief op dit verzoek. De argumentatie is gebaseerd op 'billijkheid': het zou onrechtvaardig zijn tegenover andere kooplieden die wel op de lijst zijn blijven staan of zich later hebben ingeschreven en de moeilijke wintermaanden op de markt hebben gewerkt.

Historische Context

Het document dateert uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is er een van toenemende economische schaarste en strikte regulering.

  1. Marktwezen onder druk: Tijdens de bezetting werd de handel op markten steeds belangrijker voor de voedselvoorziening, maar ook moeilijker door schaarste en distributiemaatregelen. De 'Wethouder voor de Levensmiddelen' hield toezicht op de distributie en beschikbaarheid van voedsel.
  2. Economische overleving: De opmerking dat Blanken op zijn huidige plek "zijn brood niet meer kan verdienen" wijst op de penibele economische situatie van kleine zelfstandigen in die tijd.
  3. Bureaucratische continuïteit: Ondanks de oorlog bleef het gemeentelijk apparaat functioneren volgens vastgelegde regels en procedures. Dit document toont de ambtelijke nauwkeurigheid waarmee ranglijsten en rechten van marktkooplieden werden bewaakt om sociale onrust onder handelaren te voorkomen.