Ambtelijk advies/brief.
Origineel
Ambtelijk advies/brief. 14 juli 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een gerelateerde Amsterdamse afdeling). Extra
VD/HG.
25/58/5 N.
1
14 Juli 1941.
Verzoek C.H. Blanken om
een lager rangnummer op
de sollicitantenlijst
van de Albert Cuypstraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 20 Juni jl. om advies ontvangen stuk No.633 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat adressant, die op de sollicitantenlijst voor de markt Albert Cuypstraat was ingeschreven, op 21 Augustus 1940 schriftelijk heeft medegedeeld, dat hij van de hem voor die markt verleende voorkeurskaart geen gebruik kon maken en dat hij zijn standplaats aan het Weteringplantsoen weder ging innemen. Op grond hiervan is zijn naam op 5 September 1940 van voornoemde sollicitantenlijst afgevoerd.
Adressant kan thans blijkbaar op de hem verleende standplaats zijn brood niet meer verdienen, reden waarom hij verzocht, hem zijn oude rangnummer op de sollicitantenlijst voor de markt Albert Cuypstraat terug te geven en derhalve de schrapping van September 1940 ongedaan te maken.
Wanneer dit verzoek zou worden ingewilligd, dan zou dit tegenover de kooplieden, die zich na 5 September 1940 op de sollicitantenlijst hebben laten inschrijven, zeer onbillijk zijn. Vele van deze kooplieden hebben ook gedurende de wintermaanden een marktplaats op de Albert Cuypstraat bezet en zij zouden bij inwilliging van het onderhavige verzoek bij de toewijzing van marktplaatsen, achter adressant moeten worden gesteld.
Ik geef U dan ook, mede met het oog op de consequenties, in overweging, den adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek niet kan worden voldaan.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de zaak is een verzoek van marktkoopman C.H. Blanken.
Blanken stond oorspronkelijk op de wachtlijst (sollicitantenlijst) voor een felbegeerde plek op de Albert Cuypmarkt. In augustus 1940 besloot hij echter vrijwillig af te zien van zijn plek om terug te keren naar een standplaats op het Weteringplantsoen. In juli 1941 komt hij hierop terug omdat hij op zijn huidige plek onvoldoende inkomen ("zijn brood") kan verdienen. Hij vraagt daarom of zijn oorspronkelijke rangnummer op de wachtlijst van de Albert Cuypmarkt hersteld kan worden.
De Directeur adviseert negatief op dit verzoek. De argumentatie is gebaseerd op het principe van rechtsgelijkheid en billijkheid: andere kooplieden die zich ná Blanken hebben ingeschreven, zouden benadeeld worden als Blanken weer "voorkruipt". Bovendien hebben deze andere kooplieden gedurende de zware wintermaanden op de markt gestaan, wat hen in de ogen van de directeur meer recht geeft op hun huidige positie op de lijst. Het document dateert van juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de oorlog is indirect voelbaar:
1. Schaarste en Economie: Het feit dat de koopman "zijn brood niet meer kan verdienen" op het Weteringplantsoen wijst op de verslechterende economische omstandigheden en de impact van de distributie en schaarste op de markthandel.
2. Bestuur onder Bezetting: Het ambtelijke apparaat in Amsterdam bleef tijdens de bezetting grotendeels functioneren, waarbij zaken als marktplaatsvergunningen strikt gereguleerd bleven. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" speelde een cruciale rol in de stad waar voedselvoorziening steeds problematischer werd.
3. Bureaucratie: Het document toont de rigide bureaucratische omgang met rangnummers en wachtlijsten, zelfs in een tijd van crisis. Het systeem van de "voorkeurskaart" was een middel om de beperkte marktruimte te verdelen onder de vele gegadigden.