Administratieve brief/memorandum van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Administratieve brief/memorandum van de gemeente Amsterdam. 23 juni 1941. [Handgeschreven, rechtsboven:] Linde Laer (?)
[Handgeschreven, middenboven:] Verzonden 24/6
VB/HG.
25/60/2 M.
1
23 Juni 1941.
Klacht winkelier
G.W. Hartkamp.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het mij met Uw kantbrief d.d. 24 Mei jl. onder no. 551 L.M. 1941 om advies gezonden stuk, heb ik de eer U te berichten, dat adressante haar winkel in schilderijen en aanverwante artikelen, gevestigd in perceel Albert Cuypstraat 198, eerst anderhalf jaar geleden is begonnen. Den marktkoopman B. de Vries, over wien adressante schrijft, is echter reeds op 26 September 1938 (dus ruim twee en een half jaar geleden) de bewuste plaats als vaste plaats toegewezen. Concurrentiebezwaren, waarmede ook ten aanzien van winkeliers, steeds rekening wordt gehouden, bestonden dus ten tijde der toewijzing van deze plaats niet, zoodat de marktkoopman de oudste rechten kan doen gelden en de klacht van adressante uit dien hoofde volkomen ongegrond is en dus moet worden afgewezen. Inmiddels heeft De Vries een andere plaats die in de onmiddellijke omgeving was vrijgekomen en waarvoor hij reglementair in aanmerking kon worden gebracht, geaccepteerd. Hij bezet deze plaats sinds 16 Juni jl. De aangelegenheid kan hiermede als afgedaan worden beschouwd.
De Directeur, * Inhoud: De directeur van (vermoedelijk) de Dienst Marktwezen adviseert de Wethouder voor de Levensmiddelen over een klacht van een winkelierster, G.W. Hartkamp. Zij beklaagde zich over de aanwezigheid van marktkoopman B. de Vries voor haar winkel aan de Albert Cuypstraat 198.
* Argumentatie: Het advies is negatief voor de winkelierster. De directeur stelt vast dat de marktkoopman "oudste rechten" heeft: hij stond er al sinds 1938, terwijl zij haar winkel pas anderhalf jaar eerder (ca. begin 1940) was begonnen.
* Oplossing: Hoewel de klacht formeel ongegrond wordt verklaard, is het probleem in de praktijk al opgelost omdat de heer De Vries naar een andere standplaats in de buurt is verhuisd.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "adressante", "uit dien hoofde"). * Tijdsgeest: De brief dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve kwestie over standplaatsen op de Albert Cuypmarkt lijkt te behandelen, is de datum saillant. In deze periode werden anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds strenger. De Albert Cuypmarkt was een plek met veel Joodse kooplieden.
* Locatie: De Albert Cuypstraat is de beroemdste marktlocatie van Amsterdam. Het spanningsveld tussen de gevestigde winkeliers in de panden en de ambulante handel op de kramen voor de deur is een terugkerend thema in de geschiedenis van de Amsterdamse markten.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" hield zich in oorlogstijd bezig met de uiterst complexe taak van de voedselvoorziening en distributie, waar de markten een essentieel onderdeel van vormden.