Archiefdocument
Origineel
5 juli 1941. [Stempels en handschrift bovenin]
№ 25/60/3 M. 1341 5/7 634
GEMEENTE AMSTERDAM.
Afschrift.
Marktbu. [handgeschreven]
Afd. L.M.
No. 551 L.M.1941
Amsterdam, 5 Juli 1941.
[Handgeschreven aantekeningen rechts]
n. i. dri.
[onleesbare paraaf]
[Hoofdtekst]
In antwoord op Uw schrijven van 20 Mei
j.l., deel ik U mede, dat de marktkoopman
B. de Vries de door U bedoelde marktplaats
reeds op 26 September 1938, derhalve ruim een
jaar eerder dan U Uw zaak begon, als vaste
plaats heeft toegewezen gekregen.
Concurrentiebezwaren, waarmede ook ten
aanzien van winkeliers steeds rekening pleegt
te worden gehouden, bestonden ten tijde dier
toewijzing derhalve niet.
Aangezien de bewuste marktkoopman de oud-
ste rechten kan doen gelden, is Uw ter zake
ingediende klacht uit dien hoofde volkomen on-
gegrond.
Ik wijs die klacht dan ook van de hand.
Ten einde alle bezwaren uit den weg te
ruimen, heeft de heer De Vries een andere
[Adres onderaan]
Aan
Mevrouw G.W. Hartkamp,
Albert Cuypstraat 198,
Amsterdam. Z. De brief is een formele afwijzing van een bezwaarschrift ingediend door Mevrouw G.W. Hartkamp. Zij beklaagde zich blijkbaar over de aanwezigheid van een marktkraam van B. de Vries voor of nabij haar winkelpand aan de Albert Cuypstraat 198. De gemeente stelt dat de heer De Vries zijn standplaats al sinds september 1938 heeft, wat eerder is dan de start van de onderneming van mevrouw Hartkamp. Op basis van het principe van "oudste rechten" (senioriteit) wordt de klacht ongegrond verklaard. De brief eindigt abrupt met de vermelding dat de heer De Vries een "andere" [mogelijk: oplossing of plek] heeft gekregen of geaccepteerd om de bezwaren weg te nemen, hoewel de klacht formeel is afgewezen. Het document dateert uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Conflicten tussen gevestigde winkeliers en marktkooplieden over zichtbaarheid en concurrentie kwamen vaak voor. In deze specifieke periode vonden er veel verschuivingen plaats op de markten door anti-Joodse maatregelen; veel Joodse kooplieden werden van de reguliere markten verbannen. Hoewel deze brief een puur administratief geschil over standplaatsrechten lijkt te behandelen, is de timing (midden in de bezettingstijd) en de locatie (een straat met veel Joodse ondernemers en marktkooplieden) historisch gezien zeer relevant. De afkorting "Afd. L.M." staat voor de afdeling Landbouw- en Marktwezen van de gemeente Amsterdam.