Ambtelijke aanmaning / Kennisgeving
Origineel
Ambtelijke aanmaning / Kennisgeving 12 juni 1941 [Handgeschreven, rechtsboven:]
Afd. dagv.
[Handgeschreven, middenboven:]
HG. Verzonden 13/6
[Getypt, linksboven:]
25/64/3 M.
[Getypt, rechtsboven:]
12 Juni 1941.
[Getypt, adressering:]
den Heer C.E. Molenaars,
Gerard Doustraat 18 hs,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
[Getypt, tekstlichaam:]
aanmaning snoer inleveren.
[Getypt, rechtsonder:]
Albert Cuypstraat Dit document is een korte ambtelijke notificatie uit de periode van de Duitse bezetting in Nederland. De afkorting "Afd. dagv." staat zeer waarschijnlijk voor de 'Afdeling Dagvaardingen', onderdeel van de Amsterdamse politie. Het document is gericht aan C.E. Molenaars, wonende aan de Gerard Doustraat in 'Wijk 14' (het politiedistrict dat De Pijp omvatte).
De kern van het document is de "aanmaning snoer inleveren". Hoewel de exacte aard van het 'snoer' niet wordt gespecificeerd, past dit in de context van de talloze vorderingen van materialen door de bezetter. Het kan hierbij gaan om een elektrisch snoer, een kabel van een eerder gevorderd apparaat, of wellicht een specifiek type metaaldraad. De aantekening "Verzonden 13/6" bevestigt dat de herinnering een dag na opmaak is verstuurd. De vermelding "Albert Cuypstraat" onderaan verwijst vermoedelijk naar de standplaats van de uitvaardigende instantie (het politiebureau aan de Albert Cuypstraat). In 1941 intensiveerde de Duitse bezetter de vordering van grondstoffen en goederen ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie (de zogenaamde Metallspende). Burgers werden gedwongen metalen voorwerpen, maar ook radio's en andere technische goederen in te leveren. Het niet voldoen aan dergelijke vorderingen leidde tot aanmaningen en uiteindelijk dagvaardingen door de politie. De Gerard Doustraat was in deze periode een straat met een diverse bevolking, waaronder veel Joodse Amsterdammers, die extra zwaar werden getroffen door dergelijke administratieve dwangmaatregelen en confiscaties. C.E. Molenaars Politie