Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 504
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

9 juni 1946 Van: F. Swart Moritz

Origineel

9 juni 1946 F. Swart Moritz Adam 9. 6-46.
[Potloodaantekening: M.W. Himp?]
Mijnheer daar ik op Zaterdag
en anderen dagen in de Albert,,
Cuypstraat staat met Grama,,
foonplaten Zoo verzoek ik u bij
u te mogen in geschreven staan
voor een vaste plaats of van
u kantoor een voorkeurs kaart
mijn wil toe zenden.
Daar ik sinds 3 maanden op de markt
staat
Bij voorbaat mijn Dank.
Hoogachtend.
F. Swart Moritz.
Louis Bothastraat N 31 II
Amsterdam De brief is een zakelijk verzoek van een marktkoopman die zijn handel in grammofoonplaten op de Albert Cuypmarkt wil bestendigen. De schrijver verzoekt om een "vaste plaats" of een "voorkeurskaart", wat wijst op een poging om meer zekerheid te krijgen over zijn standplaats.

Het handschrift is een vlot, enigszins onregelmatig cursief. In de tekst vallen enkele grammaticale en orthografische eigenaardigheden op die kenmerkend zijn voor de schrijver:
* Spelling/Grammatica: "staat" wordt gebruikt waar "sta" wordt bedoeld; "u kantoor" in plaats van "uw kantoor"; "mijn" in plaats van "mij".
* Interpunctie: Het gebruik van dubbele komma's (,,) aan het einde van regels 3 en 4 functioneert hier als afbreekteken voor de woorden "Albert Cuypstraat" en "Gramaffoonplaten".
* Afkortingen: "Adam" is een veelgebruikte informele afkorting voor Amsterdam in die periode. De "II" achter het huisnummer duidt op de tweede verdieping (twee hoog). De brief dateert van juni 1946, ruim een jaar na de bevrijding van Nederland. In deze periode van wederopbouw was de regulering van de markthandel een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente Amsterdam om de economie weer te ordenen.

De vermelding van "Gramafoonplaten" (grammofoonplaten) is interessant; dit was een specialistische handel in een tijd dat muziekdragers weer langzaam beschikbaar kwamen voor het grote publiek. De Louis Bothastraat bevindt zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die tijdens de oorlogsjaren zwaar getroffen was door de deportaties en in 1946 een nieuwe fase van bewoning en bedrijvigheid doormaakte. De Albert Cuypmarkt was (en is) de meest prominente dagmarkt van de stad, waar standplaatsen zeer begeerd waren.

Samenvatting

De brief is een zakelijk verzoek van een marktkoopman die zijn handel in grammofoonplaten op de Albert Cuypmarkt wil bestendigen. De schrijver verzoekt om een "vaste plaats" of een "voorkeurskaart", wat wijst op een poging om meer zekerheid te krijgen over zijn standplaats.

Het handschrift is een vlot, enigszins onregelmatig cursief. In de tekst vallen enkele grammaticale en orthografische eigenaardigheden op die kenmerkend zijn voor de schrijver:
* Spelling/Grammatica: "staat" wordt gebruikt waar "sta" wordt bedoeld; "u kantoor" in plaats van "uw kantoor"; "mijn" in plaats van "mij".
* Interpunctie: Het gebruik van dubbele komma's (,,) aan het einde van regels 3 en 4 functioneert hier als afbreekteken voor de woorden "Albert Cuypstraat" en "Gramaffoonplaten".
* Afkortingen: "Adam" is een veelgebruikte informele afkorting voor Amsterdam in die periode. De "II" achter het huisnummer duidt op de tweede verdieping (twee hoog).

Historische Context

De brief dateert van juni 1946, ruim een jaar na de bevrijding van Nederland. In deze periode van wederopbouw was de regulering van de markthandel een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente Amsterdam om de economie weer te ordenen.

De vermelding van "Gramafoonplaten" (grammofoonplaten) is interessant; dit was een specialistische handel in een tijd dat muziekdragers weer langzaam beschikbaar kwamen voor het grote publiek. De Louis Bothastraat bevindt zich in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die tijdens de oorlogsjaren zwaar getroffen was door de deportaties en in 1946 een nieuwe fase van bewoning en bedrijvigheid doormaakte. De Albert Cuypmarkt was (en is) de meest prominente dagmarkt van de stad, waar standplaatsen zeer begeerd waren.