Handgeschreven ambtelijke notitie / intern memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / intern memorandum. [Bovenzijde:]
van Moerkerken mij per telefoon
medegedeeld, dat in de Albert Cuyp-
straat ook de kooplieden met
geconserveerde visch in den "vischhoek"
moeten gaan staan.
Smit 27/5 '41
[Onderzijde:]
Den Heer Directeur
vh Marktwezen.
- Bij het uitreiken van een voorkeurskaart Adr.
Klein heeft een abuis plaats gevonden.
De opvatting van de Vries is juist.
Zaak kan als afgedaan worden beschouwd. Adr.
Klein is medegedeeld, dat hij in geen geval aanspraak
kan maken op een plaats op het vischgedeelte. 17-6-'41 [paraaf]
[Marginale notitie linksonder:]
10-6-'41
debon [?] Het document bestaat uit twee delen die betrekking hebben op de ordening van de vismarkt op de Albert Cuypstraat in Amsterdam.
- Het eerste deel (boven) is een mededeling van de heer Smit, gedateerd 27 mei 1941. Hij rapporteert een telefonische instructie van Van Moerkerken: alle kooplieden die geconserveerde vis verkopen, moeten voortaan in de aangewezen "vischhoek" staan. Dit duidt op een strengere zonering van de markt.
- Het tweede deel (onder) is een reactie of afhandeling gericht aan de Directeur van het Marktwezen, gedateerd juni 1941. Hieruit blijkt dat er een fout ("abuis") is gemaakt bij het verstrekken van een voorkeurskaart aan een zekere Adr. Klein. Op basis van een advies van een heer De Vries is besloten dat Klein absoluut geen recht heeft op een standplaats in het visgedeelte. De zaak wordt hiermee als afgedaan beschouwd.
De toon is kort, zakelijk en beslist, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode. Dit document stamt uit mei/juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd het marktwezen in steden als Amsterdam steeds strakker gereguleerd. Hoewel dit specifieke briefje gaat over de technische indeling van visverkopers (geconserveerd versus vers), vond deze bureaucratische ordening plaats in een tijd waarin ook de uitsluiting van Joodse marktkooplieden in volle gang was (vanaf mei 1941 mochten Joden officieel niet meer op openbare markten staan, met de oprichting van aparte 'Joodse markten' als gevolg). De strikte handhaving van standplaatsen en "voorkeurskaarten" was een essentieel onderdeel van de gemeentelijke controle op de distributie van voedsel en handel tijdens de oorlogsjaren. Marktwezen