Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 15 april 1941 (gebaseerd op de administratieve aantekening in de kop). G. Dombroek. Nº 28 / 26 / 1 M. 1941 15/4. Insp
Mijnheer de Inspecteur
daar ik op 14 Maart was
uitgenodigd op u kantoor
te komen en daar te
horen kwam dat mijn
vaste plaats ingenomen werd
deed ik u een verzoek om
uitstel daar ik weer met
de handel wou beginnen
en u gaf mij vier weken
uitstel. maar nu ik heb
gezien dat de handel zoo
slecht gaat en je niets
verdienen kunt heb ik
maar besloten te blijven
werken. Maar nu heb
ik u een verzoek wou ik
nog een tijd uitstel
kunnen krijgen of als u
mijn plaats inneemt zou
ik dan als de handel weer
wat vlotter word weer in
aanmerking komen voor
mijn eigen plaats
G. Dombroek De brief schetst een beeld van de precaire situatie van een kleine handelaar in de vroege oorlogsjaren. De belangrijkste elementen zijn:
* Dreigend verlies van standplaats: De schrijver was eerder ontboden omdat hun vaste marktplaats dreigde te vervallen aan een ander, waarschijnlijk wegens inactiviteit.
* Economische malaise: De schrijver geeft expliciet aan dat "de handel zoo slecht gaat" dat er geen inkomen uit te halen valt. Dit verwijst naar de schaarste en de stagnerende economie onder de bezetting.
* Strategische keuze: Om te overleven kiest de schrijver voor de zekerheid van loonarbeid ("besloten te blijven werken") boven het onzekere bestaan als marktkoopman.
* Rechtsbehoud: De kern van het verzoek is een vorm van 'slapend' recht op de standplaats; de schrijver wil de garantie dat wanneer de tijden verbeteren, zij hun oude, vertrouwde plek weer kunnen innemen. Dit document is representatief voor de administratie van gemeentelijke marktdiensten tijdens de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de stijl van archivering). In 1941 werd het voor veel marktkooplui onmogelijk om hun handel voort te zetten door het gebrek aan goederen en de strenge regelgeving van de bezetter. Veel handelaren probeerden in deze periode hun vergunningen of vaste plekken "aan te houden" voor de tijd na de oorlog, terwijl zij tijdelijk ander werk zochten in de industrie of de werkverschaffing om in hun levensonderhoud te voorzien. De brief getuigt van de persoonlijke strijd om economische overleving en het behoud van een zelfstandige toekomst. G. Dombroek Marktwezen