Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 9 september 1941. H. Snoek, Amsterdam. De Weledelgestrenge Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Nº 28/43 / M. 1341 10/9
Amsterdam 9-9-'41
Den Weled. Heer Directeur m.i. Insp.
v/h Marktwezen
Alhier.
Weled. Heer.
Naar aanleiding van mijn bezoek aan Uw kantoor, heb ik de eer U te verzoeken, mij uitstel te verleenen van het bezetten der vaste plaatsen op de dagmarkt aan de Lindegracht en op de weekmarkt aan de Westerstraat.
Reden hiervan is, dat mij, door omstandigheden, de goederen ontbreken om mede uit te stallen en te verkoopen.
Vertrouwende, dat U aan mijn verzoek zult voldoen, teken ik u bij voorbaat mijn dank betuigende,
H. Snoek
H. Snoek
Lindengracht 39 / Pieter Aertszstraat 95 II
Amsterdam * Onderwerp: Een formeel verzoek tot uitstel van de bezettingsplicht voor vaste marktplaatsen.
* Kernboodschap: De afzender, H. Snoek, kan zijn vaste plekken op de markten aan de Lindegracht en de Westerstraat momenteel niet innemen. De reden die hij opgeeft is een gebrek aan handelswaar ("goederen ontbreken") om te kunnen verkopen.
* Stijl: De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties in die tijd ("heb ik de eer U te verzoeken", "Weled. Heer").
* Administratieve aantekeningen: De vermelding "m.i. Insp." bij de adressering suggereert dat de brief ook bedoeld was voor of gezien moest worden door de betreffende Inspecteur van het Marktwezen. * Historische context (Tweede Wereldoorlog): De datum van de brief is september 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "omstandigheden" waarnaar Snoek verwijst, zijn onlosmakelijk verbonden met de oorlogssituatie. Door de bezetting en de blokkades ontstonden er enorme tekorten aan grondstoffen en consumptiegoederen. Voor kleine marktkooplieden werd het steeds moeilijker om aan voorraad te komen.
* Lokale context: De Lindengracht en de Westerstraat zijn historisch belangrijke marktlocaties in de Amsterdamse Jordaan. De marktkoopman moest zijn standplaats fysiek bezetten om zijn recht op die plek te behouden; als hij wegbleef zonder geldige reden of toestemming, kon hij zijn vergunning verliezen. Vandaar dit officiële verzoek om uitstel.
* Persoonlijke context: De afzender geeft twee adressen op: Lindengracht 39 (waarschijnlijk zijn zakelijke adres of opslag bij de markt) en Pieter Aertszstraat 95 II (zijn woonadres in de wijk De Pijp). In deze periode werden Joodse marktkooplieden door de bezetter steeds meer geweerd van de reguliere markten. Hoewel de brief spreekt over een algemeen gebrek aan goederen, vonden dergelijke administratieve handelingen plaats tegen de achtergrond van toenemende restricties voor specifieke groepen Amsterdammers.