Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 387
Dossier 109
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

28/2 1941 [rechtsboven: ni. rmp]

Mijnheer
tot mijn spijt
ben ik genoot-
zaakt om mijn
staan plaats
op te moeten
geven op uilenburg
plaats 572 c
ik hoop als ik
weer kan staan
dat ik hem weer
kan krijgen
Hoogachtent
P Z Vlietman 31 * Inhoud: De schrijver, P. Z. Vlietman, meldt aan een instantie (geadresseerd als "Mijnheer") dat hij of zij genoodzaakt is om de staanplaats op de markt op Uilenburg (nummer 572 c) op te geven. De schrijver spreekt de hoop uit de plaats terug te krijgen zodra hij/zij weer in staat is om te "staan" (te werken op de markt).
* Taalgebruik en handschrift: Het document bevat enkele spellingsfouten die typerend zijn voor die tijd en een beperkte scholing ("genootzaakt" in plaats van "genoodzaakt", "hoogachtent" in plaats van "hoogachtend"). Het handschrift is een duidelijk, enigszins zwierig cursief.
* Fysieke toestand: De opmerking "als ik weer kan staan" suggereert dat de afzender vanwege ziekte of fysiek ongemak tijdelijk niet in staat is om zijn of haar beroep uit te oefenen. * Historische context: De brief is gedateerd op 28 februari 1941. Dit is slechts drie dagen na het einde van de Februaristaking in Amsterdam, de grootschalige protestactie tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter.
* Locatie (Uilenburg): Uilenburg was een centrale wijk in de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt aldaar was een essentieel onderdeel van het dagelijks leven. In februari 1941 was deze wijk door de Duitsers reeds tot "Joodse wijk" (Judenviertel) verklaard en afgesloten met prikkeldraad.
* Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve mededeling over een marktkraam lijkt, krijgt deze een diepere lading door de datum en locatie. Het geeft een inkijkje in de persoonlijke sores van een marktkoopman in een tijd van extreme politieke spanning, razzia's en beginnende uitsluiting. De kans is groot dat de afzender Joods was, gezien de locatie en het type werkzaamheden. Z. Vlietman

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, P. Z. Vlietman, meldt aan een instantie (geadresseerd als "Mijnheer") dat hij of zij genoodzaakt is om de staanplaats op de markt op Uilenburg (nummer 572 c) op te geven. De schrijver spreekt de hoop uit de plaats terug te krijgen zodra hij/zij weer in staat is om te "staan" (te werken op de markt).
  • Taalgebruik en handschrift: Het document bevat enkele spellingsfouten die typerend zijn voor die tijd en een beperkte scholing ("genootzaakt" in plaats van "genoodzaakt", "hoogachtent" in plaats van "hoogachtend"). Het handschrift is een duidelijk, enigszins zwierig cursief.
  • Fysieke toestand: De opmerking "als ik weer kan staan" suggereert dat de afzender vanwege ziekte of fysiek ongemak tijdelijk niet in staat is om zijn of haar beroep uit te oefenen.

Historische Context

  • Historische context: De brief is gedateerd op 28 februari 1941. Dit is slechts drie dagen na het einde van de Februaristaking in Amsterdam, de grootschalige protestactie tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter.
  • Locatie (Uilenburg): Uilenburg was een centrale wijk in de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt aldaar was een essentieel onderdeel van het dagelijks leven. In februari 1941 was deze wijk door de Duitsers reeds tot "Joodse wijk" (Judenviertel) verklaard en afgesloten met prikkeldraad.
  • Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht een louter administratieve mededeling over een marktkraam lijkt, krijgt deze een diepere lading door de datum en locatie. Het geeft een inkijkje in de persoonlijke sores van een marktkoopman in een tijd van extreme politieke spanning, razzia's en beginnende uitsluiting. De kans is groot dat de afzender Joods was, gezien de locatie en het type werkzaamheden.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Gerelateerde Documenten 2