Ambtelijke brief (Bladzijde 2).
Origineel
Ambtelijke brief (Bladzijde 2). 9 juli 1941. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.32/5/2 M. d.d. 9 Juli 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
en perceelen opstellende venters. Van de zijde der venters werd stelselmatig aangedrongen op het stichten van een hulpmarkt.
Het stichten van een hulpmarkt werd echter in 1927 door den toenmaligen Directeur van het Marktwezen ten sterkste ontraden, aangezien dat voor de markt aan de Dapperstraat zeer nadeelig zou zijn. Eenzelfde standpunt werd ingenomen door den Marktkoopliedenbond "Mercurius".
De Hoofdcommissaris van Politie meende echter, dat er wel eenige behoefte aan een hulpmarkt bestond, daar de Indische buurt door de spoorlijn was afgescheiden van de Dapperstraat en reeds 1½ jaar het houden van een markt oogluikend was toegestaan.
Tenslotte werd in 1927 door den Wethouder in overleg met den Hoofdcommissaris besloten tegen kooplieden, die plaatsen innamen aan de Javastraat streng op te treden en het vormen van een markt te beletten.
In Juli 1928 moest echter de Hoofdcommissaris erkennen, dat nog steeds een groot aantal venters in groenten, kleine eetwaren en bloemen bezig waren in de Javastraat een markt te vormen, vooral op Zaterdagmiddag en avond en dat de aanvankelijk genomen maatregelen, om dit tegen te gaan, niet het beoogde resultaat hadden bereikt. Tenslotte werd dan ook in 1929 de Javastraat door Burgemeester en Wethouders aangewezen als tijdelijke hulpmarkt.
Uit een en ander blijkt wel, dat het vestigen van deze markt niet op aandringen van de enkele fruitkooplieden van het Waterlooplein heeft plaats gevonden, doch dat de oorzaak er van moet worden gezocht in het geregeld innemen van clandestiene plaatsen, door venters uit de Indische buurt.
In verband met de aanhoudende klachten van huiseigenaren, bewoners en een aantal winkeliers en mede in verband met de toenemende verkeersmoeilijkheden, werd ingaande Maart 1935, de wekelijksche hulpmarkt aan de Javastraat, verplaatst naar de Sumatrastraat.
ad b. Van de 36 vaste plaatshouders van de markt Sumatrastraat, nemen er slechts 5 van Maandag tot en met Vrijdag een plaats in op de markt Waterlooplein, op het zoogenaamde fruitpleintje.
Bij verplaatsing van de weekmarkt Javastraat naar de Sumatrastraat is in de eerste plaats rekening gehouden met de ancienniteitsrechten der kooplieden en heeft slechts voor zoover noodig de toewijzing der plaatsen bij loting plaats gevonden.
De toewijzing en loting was in handen van den Chef-markttoezichter Van Moerkerken. De Inspecteur van mijn dienst is persoonlijk bij de toewijzing tegenwoordig geweest, waarbij hij heeft vastgesteld, dat toewijzing en loting op een correcte en eerlijke wijze en tot groote tevredenheid der kooplieden heeft plaats gevonden.
Inderdaad nemen enkele fruitkooplieden van het Waterlooplein op de weekmarkt Sumatrastraat een hoekplaats in, doch deze is hun op rechtmatige wijze toegewezen.
ad c. De kooplieden, die des Zaterdags op de markt Sumatrastraat een plaats innemen zijn meerendeels venters uit Oost, die dus van Maandag tot en met Vrijdag venten. Deze venters verdienen op de weekmarkt aan de Sumatrastraat een dagloon en het is lang niet zeker te achten, dat dit hun ook op de algemeene dagmarkt aan de Dapperstraat zou gelukken. Er moet namelijk rekening mee worden gehouden, dat bij verplaatsing naar de Dapperstraat deze venters op een minder goed gedeelte dezer markt plaatsen zouden moeten innemen, daar de plaatsen op het beste gedeelte der markt worden ingenomen door de vaste [einde pagina] * Kernboodschap: De brief beschrijft de moeizame totstandkoming en de uiteindelijke verplaatsing van een markt in Amsterdam-Oost. Het benadrukt dat de markt in de Javastraat (later Sumatrastraat) organisch en deels "clandestien" ontstond door lokale venters, ondanks aanvankelijk verzet van het bestuur en de gevestigde marktbond.
* Beleidsargumentatie: De Directeur van het Marktwezen verdedigt de huidige indeling op de Sumatrastraat. Hij stelt dat de toewijzing van plekken via loting en anciënniteit eerlijk is verlopen. Ook waarschuwt hij tegen het zomaar verplaatsen van deze venters naar de Dapperstraat, omdat zij daar op commercieel slechtere locaties terecht zouden komen.
* Toon: De tekst is zakelijk en ambtelijk-verantwoordend. Er wordt veel waarde gehecht aan procedures (loting, toezicht door de Inspecteur) om de legitimiteit van de marktindeling te onderstrepen. * Tijdsbeeld: Het document dateert uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter de macht had, draaide de gemeentelijke bureaucratie voor alledaagse zaken zoals marktbeheer grotendeels door volgens bestaande structuren.
* Stadsgeschiedenis: Het document geeft een gedetailleerd inkijkje in de sociale geschiedenis van de Indische Buurt in Amsterdam. Het toont de spanning tussen informele straathandel en de wens van de gemeente om markten te reguleren vanwege overlast en verkeersveiligheid. De vermelding van de spoorlijn als barrière tussen de Indische Buurt en de Dapperstraat verklaart waarom de lokale bevolking behoefte had aan een eigen "hulpmarkt".
* Geografie: De genoemde locaties (Javastraat, Sumatrastraat, Dapperstraat en het Waterlooplein) zijn nog steeds prominente (voormalige) marktlocaties in Amsterdam, wat de historische continuïteit van de stadshandel illustreert.