Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 480
Dossier 1
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve kaart/formulier met handgeschreven notities en stempels.

4 april 1941 tot 17 april 1941.

Origineel

Administratieve kaart/formulier met handgeschreven notities en stempels. 4 april 1941 tot 17 april 1941. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. - No. 33/17/1 1941
DOORGEZONDEN: 4/4 - '41
[Rode stempel over kader:] 33/17/252
[In rood handgeschrift:] Acc. modelbriefje 3 maanden [onleesbare paraaf] 17/4/41

[Rechtsboven]
420

[Centrale tekst]
P. Polak
va pl. 197 Westerstraat

H. Roosselaar
va pl. 199 Westerstraat

Alleen voor zoover zij handel
hebben op markt Waterl. plein.
Verzoeken voorloopig drie
maanden uitstel van Wester-
straat.

[Rechterzijde, schuin geschreven]
Th. Wolff
advies
4-4-'41
de Haan
Oproepen
9-4-'41
de Haan

[Onderste tekstblok]
Aan P. Polak en H. Roosselaar kan
m.i. worden toegestaan om gedurende [stempel: 11/4 9.30 uur]
drie maanden geen plaats in te nemen op
de markt Westerstraat, mits zij zorg dragen
dat het ook tijdens hun afwezigheid ver-
schuldigde marktgeld, wekelijks wordt betaald.
Hebben niet voldoende handel. (consequent) 14-4-'41
de Haan

[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke registratiekaart van de gemeente Amsterdam (afdeling Algemeene Zaken) betreffende marktwezen. Twee markthandelaren, P. Polak en H. Roosselaar, die vaste staanplaatsen (nrs. 197 en 199) hebben op de markt in de Westerstraat, dienen een verzoek in.

Zij vragen om drie maanden uitstel (ontheffing) voor hun aanwezigheid op de Westerstraat-markt, omdat zij ook op het Waterlooplein staan en er momenteel "niet voldoende handel" is om beide plekken te bedienen. De ambtelijke molen doorloopt verschillende stadia:
1. 4 april: Eerste advies van Th. Wolff.
2. 9 april: Oproep voor de handelaren.
3. 14 april: Definitief advies van ambtenaar De Haan. Hij adviseert het verzoek in te willigen, op voorwaarde dat het marktgeld wekelijks wordt doorbetaald. Dit is een "consequente" beslissing (gezien eerdere precedenten).
4. 17 april: Formele afhandeling met een standaardbrief ("modelbriefje"). De datering van dit document (april 1941) is uiterst relevant. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. De namen "Polak" en "Roosselaar", gecombineerd met de locatie "Waterlooplein" (het hart van de Joodse buurt in Amsterdam), wijzen er sterk op dat het hier gaat om Joodse markthandelaren.

In deze periode werden de economische leefomstandigheden voor Joden stelselmatig verslechterd door anti-Joodse maatregelen. Het gebrek aan "voldoende handel" kan een direct gevolg zijn van de toenemende segregatie en verarming van de Joodse bevolking. Kort na de datum van dit document zouden Joodse handelaren volledig van de reguliere markten worden geweerd en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld. Dit document legt een moment vast waarop de bureaucratie nog volgens de oude regels lijkt te werken (betaling van marktgeld als voorwaarde), terwijl de wereld van de verzoekers onder druk van de bezetter instortte.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke registratiekaart van de gemeente Amsterdam (afdeling Algemeene Zaken) betreffende marktwezen. Twee markthandelaren, P. Polak en H. Roosselaar, die vaste staanplaatsen (nrs. 197 en 199) hebben op de markt in de Westerstraat, dienen een verzoek in.

Zij vragen om drie maanden uitstel (ontheffing) voor hun aanwezigheid op de Westerstraat-markt, omdat zij ook op het Waterlooplein staan en er momenteel "niet voldoende handel" is om beide plekken te bedienen. De ambtelijke molen doorloopt verschillende stadia:
1. 4 april: Eerste advies van Th. Wolff.
2. 9 april: Oproep voor de handelaren.
3. 14 april: Definitief advies van ambtenaar De Haan. Hij adviseert het verzoek in te willigen, op voorwaarde dat het marktgeld wekelijks wordt doorbetaald. Dit is een "consequente" beslissing (gezien eerdere precedenten).
4. 17 april: Formele afhandeling met een standaardbrief ("modelbriefje").

Historische Context

De datering van dit document (april 1941) is uiterst relevant. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. De namen "Polak" en "Roosselaar", gecombineerd met de locatie "Waterlooplein" (het hart van de Joodse buurt in Amsterdam), wijzen er sterk op dat het hier gaat om Joodse markthandelaren.

In deze periode werden de economische leefomstandigheden voor Joden stelselmatig verslechterd door anti-Joodse maatregelen. Het gebrek aan "voldoende handel" kan een direct gevolg zijn van de toenemende segregatie en verarming van de Joodse bevolking. Kort na de datum van dit document zouden Joodse handelaren volledig van de reguliere markten worden geweerd en werden er speciale "Joodse markten" ingesteld. Dit document legt een moment vast waarop de bureaucratie nog volgens de oude regels lijkt te werken (betaling van marktgeld als voorwaarde), terwijl de wereld van de verzoekers onder druk van de bezetter instortte.

Gerelateerde Documenten 2