Zakelijke brief (handgeschreven).
Origineel
Zakelijke brief (handgeschreven). Krijn Bak, Groentenhandel te Enkhuizen. KRIJN BAK ● GROENTENHANDEL ● ENKHUIZEN
GIRO No. 208349
ENKHUIZEN, 10 Februari 1941.
[Stempel:] No. 66/5/3 M. 1941 20/2
[Inkt:] No. 66/5/2 Ab
[Potlood:] mi. dhr. H. Müller
In antwoord op uw schrijven van 16 Januari '41
waarin u mij bericht dat ik nog f 31.67 ten
achter ben van mijn plaats in de hal.
Zoo kan ik u mededeelen dat die ontstaan
is door omstandigheden daar ik geen schuld aan
heb. Op 10 Mei '40 toen de oorlog uitbrak werd ik
gevorderd door de militaire macht met mijn auto
daarna door de duitsche weermacht, zoodat ik
niet in Amsterdam kon komen. In die periode
vanaf 10 Mei "40 heeft de Amsterdamsche
Burgerwacht van mijn plaats gehaald 54 kisten
van 60 cent dat is f 32.40 om er zand in te doen
maar nadien niet terug gebracht. Zoodra ik dit
ontdekte heb ik er melding van gemaakt en gezegd
dat ik deze schade niet nam, dat zoodoende is
dit bedrag blijven staan, daar ik zoolang ik de
plaats heb gepacht geregeld betaalde.
Ik hoop dat u mijn optreden niet kwalijk neemt.
Hoogachtend
Uw dw. dn.
K. Bak * Kern van het geschil: Krijn Bak heeft een openstaande schuld van 31,67 gulden voor de huur van zijn standplaats in de (centrale) markthal, waarschijnlijk de Centrale Markthallen in Amsterdam.
* Argumentatie: Bak voert overmacht aan door de inval van Duitsland in mei 1940.
1. Vordering: Zijn vrachtauto werd op 10 mei direct gevorderd door het Nederlandse leger ("de militaire macht") en aansluitend door de Duitse Wehrmacht. Hierdoor kon hij zijn handel niet drijven en niet naar Amsterdam reizen.
2. Materiële schade: De Amsterdamsche Burgerwacht heeft tijdens zijn afwezigheid 54 van zijn kisten (ter waarde van f 32,40) meegenomen om als zandzakken/versterking te gebruiken. Deze kisten zijn nooit teruggegeven.
* Conclusie van de afzender: Omdat het bedrag van de verloren kisten (f 32,40) hoger is dan de huurschuld (f 31,67), beschouwt hij de zaak als verrekend. Hij benadrukt dat hij voorheen altijd keurig op tijd betaalde. Dit document biedt een uniek inkijkje in de dagelijkse economische realiteit aan het begin van de Duitse bezetting in Nederland. Het illustreert hoe kleine zelfstandigen (groentenhandelaren) direct werden geraakt door de oorlogsmobilisatie. De "vordering" van voertuigen was een veelvoorkomend probleem voor transporteurs en handelaren.
De brief is geschreven in februari 1941, een bewogen maand in de Nederlandse oorlogsgeschiedenis (de maand van de Februaristaking). Het feit dat hij de "Amsterdamsche Burgerwacht" noemt, verwijst naar de vrijwilligersorganisaties die na de inval werden ingezet voor bewaking en civiele bescherming. De brief laat zien dat burgers in die vroege oorlogsperiode nog probeerden hun rechten te verdedigen en schade te verhalen op de overheid door formeel bezwaar aan te tekenen.