Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 199
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief.

15 oktober 1942. Van: Onbekend (vermoedelijk de directie van de Centrale Markt te Amsterdam).

Origineel

Getypte ambtelijke brief. 15 oktober 1942. Onbekend (vermoedelijk de directie van de Centrale Markt te Amsterdam). [Handgeschreven in blauw potlood bovenaan:] extra

RM/HG.

37/101/5 N.
15 October 1942.

Toelating als grossier tot
de Centrale Markt van C. Es-
veld Jr.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Door den Heer C. Esveld Jr. is in den aanvang van dezen zomer een verzoek gedaan tot het kunnen huren van een pakhuis of een open plaats op de Centrale Markt om zich als grossier hier ter stede te kunnen vestigen. Na onderzoek van de aanvrage heb ik gemeend het verzoek van de hand te moeten wijzen.

De Heer Esveld Jr. heeft met dit besluit blijkbaar geen genoegen kunnen nemen en heeft de hulp van het advocatenkantoor van Mrs. Van der Deure en Vos te Bennekom (Gld.) ingeroepen, van welke zijde bij mij de betreffende zaak in een onderhoud op 12 Augustus jl. opnieuw aanhangig is gemaakt. Een daarbij toegezegd hernieuwd onderzoek van deze aanvrage heeft eerste ondergetekende niet op zijn aanvankelijk besluit kunnen doen terugkomen, aangezien de per 3 September jl. door genoemd kantoor verstrekte nadere inlichtingen geen voldoende nieuwe inzichten openden.

Het is bekend, dat de heer Esveld Jr. dezer dagen door U over dezelfde aangelegenheid is ontvangen.

Hieronder moge U over deze zaak een uiteenzetting van ondergetekenden volgen en de conclusies.

De aanvrage dient vanuit twee gezichtspunten te worden bezien. Er zijn namelijk de zuiver zakelijke gegevens te beoordeelen en de omstandigheden, waarin de aanvrager zakelijk en persoonlijk verkeert.

Esveld Jr. is in het bezit van een erkenning als groothandelaar van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale en hij krijgt via commissionnairs goederen van de veilingen te Aalsmeer, Loosduinen, Zwaag en sinds kort van Zwolle. Naar beweren van zijn raadsman bedraagt zijn inkoop wekelijks f 1.000,-

Voorts valt vast te stellen, dat Esveld Jr. voorheen een groente- en fruitwinkel heeft gehad en op een dagmarkt stond. Deze kleinhandelszaak is sinds meerdere jaren opgeheven. De laatste jaren staat Esveld Jr. (hij heeft ook een erkenning als kleinhandelaar) vrij geregeld op een dagmarkt.

Wat de persoonlijke kant van de zaak betreft, moet medegedeeld worden, dat Esveld Jr. niet iemand is, waarop geen aanmerkingen te maken zijn. Hij werkt op het ogenblik in de hand, dat het voorschrift uit het Reglement op de Centrale * Strekking: De brief dient als een ambtelijk weerwoord op het beroep van een handelaar (C. Esveld Jr.) wiens aanvraag voor een standplaats op de Centrale Markt herhaaldelijk is afgewezen. De opsteller van de brief probeert de Wethouder ervan te overtuigen dat de afwijzing terecht was.
* Juridische/Administratieve strijd: Opvallend is dat de aanvrager een advocatenkantoor uit Bennekom heeft ingeschakeld en direct bij de wethouder op gesprek is geweest ("dezer dagen door U... ontvangen"). Dit duidt op een hoogopgelopen conflict over markttoegang.
* Argumentatie: De afwijzing wordt op twee gronden gebaseerd:
1. Zakelijk: Hoewel hij een erkend groothandelaar is met een aanzienlijke omzet (1000 gulden per week was in 1942 een fors bedrag), wordt zijn verleden als kleinhandelaar tegen hem gebruikt. Het mengen van groot- en kleinhandel werd door marktregenten vaak ongewenst geacht.
2. Persoonlijk: De brief eindigt met een 'ad hominem' aanval. Esveld Jr. wordt omschreven als iemand "waarop aanmerkingen te maken zijn". Dit is een vage maar effectieve manier om iemands betrouwbaarheid in twijfel te trekken bij een bestuurder.
* Toon: Formeel-ambtelijk, defensief maar beslist. * Tijdsbeeld (1942): Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting. De voedseldistributie was in deze tijd uiterst strikt gereguleerd. De genoemde "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGF) was een distributieorgaan dat onder toezicht stond van de bezetter.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Toegang tot deze markt betekende controle over een deel van de schaarse goederenstroom.
* Bureaucratie en uitsluiting: Tijdens de bezetting werden reglementen vaak strenger gehandhaafd of misbruikt om bepaalde personen (bijv. om politieke redenen of wegens 'onbetrouwbaarheid') van de markt te weren. De vage persoonlijke diskwalificatie aan het einde van de brief kan wijzen op politieke onwelgevalligheid of vermeende betrokkenheid bij de zwarte handel, wat in 1942 een veelgehoord verwijt was in dergelijke dossiers.

Samenvatting

  • Strekking: De brief dient als een ambtelijk weerwoord op het beroep van een handelaar (C. Esveld Jr.) wiens aanvraag voor een standplaats op de Centrale Markt herhaaldelijk is afgewezen. De opsteller van de brief probeert de Wethouder ervan te overtuigen dat de afwijzing terecht was.
  • Juridische/Administratieve strijd: Opvallend is dat de aanvrager een advocatenkantoor uit Bennekom heeft ingeschakeld en direct bij de wethouder op gesprek is geweest ("dezer dagen door U... ontvangen"). Dit duidt op een hoogopgelopen conflict over markttoegang.
  • Argumentatie: De afwijzing wordt op twee gronden gebaseerd:
    1. Zakelijk: Hoewel hij een erkend groothandelaar is met een aanzienlijke omzet (1000 gulden per week was in 1942 een fors bedrag), wordt zijn verleden als kleinhandelaar tegen hem gebruikt. Het mengen van groot- en kleinhandel werd door marktregenten vaak ongewenst geacht.
    2. Persoonlijk: De brief eindigt met een 'ad hominem' aanval. Esveld Jr. wordt omschreven als iemand "waarop aanmerkingen te maken zijn". Dit is een vage maar effectieve manier om iemands betrouwbaarheid in twijfel te trekken bij een bestuurder.
  • Toon: Formeel-ambtelijk, defensief maar beslist.

Historische Context

  • Tijdsbeeld (1942): Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting. De voedseldistributie was in deze tijd uiterst strikt gereguleerd. De genoemde "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGF) was een distributieorgaan dat onder toezicht stond van de bezetter.
  • Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Toegang tot deze markt betekende controle over een deel van de schaarse goederenstroom.
  • Bureaucratie en uitsluiting: Tijdens de bezetting werden reglementen vaak strenger gehandhaafd of misbruikt om bepaalde personen (bijv. om politieke redenen of wegens 'onbetrouwbaarheid') van de markt te weren. De vage persoonlijke diskwalificatie aan het einde van de brief kan wijzen op politieke onwelgevalligheid of vermeende betrokkenheid bij de zwarte handel, wat in 1942 een veelgehoord verwijt was in dergelijke dossiers.

Locaties

De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center lokatie in West) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Toegang tot deze markt betekende controle over een deel van de schaarse goederenstroom.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6