Administratieve kaart/notitieblad (Model No. 14 van Algemene Zaken) met handgeschreven aantekeningen.
Origineel
Administratieve kaart/notitieblad (Model No. 14 van Algemene Zaken) met handgeschreven aantekeningen. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No: 64/8/1 194 2.
DOORGEZONDEN: 13/7
[Handgeschreven tekst, linksboven schuin:]
geord. sollicitatielijst. 4
[Handgeschreven tekst, rechtsboven:]
in dossier
met de Weert
ter bespreking
deze week met
Dijkstra
[Middengedeelte:]
Heeft G en R kaart N.G.C.
wordt niet toegelaten tot C.M. 21/7 1942
als grossiers. Is al 3 jaar weg.
bellen met N.G.C. kaart wijzigen
in klein-h. erkenning.
[Linksonder, in rood potlood:]
volledige motiveering opvragen:
[Rechtsonder, in rood potlood:]
X
[Gedrukte tekst onderaan:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Onderwerp: Het document betreft de weigering van een erkenning als grossier (groothandelaar) voor een niet nader genoemde partij.
* Besluitvorming: De aanvraag voor toelating tot de "C.M." (waarschijnlijk Centraal Magazijn of een specifieke Commissie) is afgewezen omdat de aanvrager "al 3 jaar weg" is (niet meer actief in de branche).
* Actiepunten: De status op de "N.G.C. kaart" (Nederlandsche Groothandels-Commissie) moet worden gedegradeerd naar een erkenning voor "klein-h." (kleinhandel). Er wordt opdracht gegeven (in rood) om een volledige schriftelijke motivering van deze beslissing op te vragen.
* Betrokkenen: Er wordt verwezen naar een dossier "met de Weert" en een geplande bespreking met "Dijkstra". Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de economie volledig gereguleerd. Bedrijven en handelaren hadden officiële erkenningen en "kaarten" nodig om goederen te mogen inkopen en verkopen binnen het distributiestelsel.
De N.G.C. (Nederlandsche Groothandels-Commissie) speelde een centrale rol in het toekennen van deze erkenningen. Het feit dat iemand "al 3 jaar weg" was, was in de oorlogseconomie een legitieme grond om een status als grossier in te trekken, aangezien schaarse voorraden alleen werden toegewezen aan actieve, bonafide handelaren. De bureaucratische precisie (inclusief het opvragen van de motivering) is typerend voor de Nederlandse administratie die onder het bewind van de bezetter bleef functioneren.