Dienstbrief / Formele kennisgeving
Origineel
Dienstbrief / Formele kennisgeving 13 juni 1941 Directie van het Marktwezen, Amsterdam [Handgeschreven aantekening bovenin:] Verzonden 13/6
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 37/46/4 M.
Amsterdam-West, 13 Juni 1941.
Jan van Galenstraat 14.
Aan
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur,
[Handtekening]
WND. Deze brief is een zakelijke mededeling van de Directie van het Marktwezen aan een (niet nader gespecificeerde) huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de brief is de formele overdracht van het getekende huurcontract.
De directie maakt van de gelegenheid gebruik om de huurder expliciet te wijzen op twee belangrijke verplichtingen:
1. Onderhoud: Kleine herstellingen aan het pand (zoals glaswerk en sloten) komen conform de wet voor rekening van de huurder.
2. Welstand/Reclame: Er mogen geen borden of advertenties op het gehuurde pand geplaatst worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
De brief is ondertekend door de waarnemend ("WND.") directeur. De handgeschreven kanttekening "Verzonden 13/6" wijst op een kopie voor het eigen archief van de directie. De brief dateert uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, Jan van Galenstraat 14, is het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam, een indrukwekkend complex dat in 1934 werd geopend om de voedseldistributie in de stad te centraliseren.
Ondanks de oorlogssituatie bleven de bureaucratische processen en het beheer van de markten in eerste instantie volgens de bestaande wetgeving (zoals het aangehaalde Burgerlijk Wetboek) doorgaan. De strikte toon over zaken als reclameborden en onderhoud getuigt van een nauwgezet toezicht op de orde en het aanzien van het marktcomplex. Documenten als deze bieden inzicht in de dagelijkse economische en administratieve gang van zaken in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren.