Getypte brief op officieel briefpapier van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier van de gemeente Amsterdam. 25 augustus 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer J.P. Kuil, Centrale Markt D 14, Amsterdam-West. Handgeschreven notitie rechtsboven:
Me??orden 25/8-'41.
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
No. 38/56/12 M.
Amsterdam-West, 25 Augustus 1941.
Jan van Galenstraat 14.
Aan den Heer J.P. Kuil,
Centrale Markt D 14,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief is een formeel schrijven van de Directie van het Marktwezen aan een huurder van een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is zakelijk en ambtelijk, kenmerkend voor gemeentelijke correspondentie uit die tijd.
De brief heeft drie hoofddoelen:
1. Formele overdracht: Het officieel overhandigen van het getekende en geregistreerde huurcontract.
2. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op zijn wettelijke plicht (artikel 1619 BW) om zelf zorg te dragen voor kleine herstellingen en dagelijks onderhoud, zoals aan ruiten en sloten.
3. Beperking op reclame: De huurder wordt expliciet herinnerd aan de contractuele beperking (artikel 8) dat er geen uitingen of borden aan het pand bevestigd mogen worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de directie.
De locatie Jan van Galenstraat 14 was het hoofdkantoor van de Centrale Markthallen, een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening van Amsterdam. De datum van de brief, 25 augustus 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de inhoud van de brief puur administratief en civielrechtelijk van aard lijkt (het beheer van markthallen en pakhuisruimte), vond dit plaats in een periode waarin de distributie van goederen en voedsel streng gereguleerd was.
De "Centrale Markt" (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was in die tijd de 'buik van Amsterdam'. De continuïteit van de normale bureaucratische processen, zoals het vastleggen van huurcontracten volgens het Burgerlijk Wetboek, laat zien dat het civiele apparaat onder de bezetting in grote mate bleef doorfunctioneren zoals voor de oorlog. De strenge regels omtrent het aanbrengen van "aankondigingen" kunnen in oorlogstijd ook een extra lading hebben gehad wat betreft het voorkomen van ongewenste politieke uitingen of ongeoorloofde handelssignalen.