Reglement of uittreksel van voorschriften betreffende werklozensteun.
Origineel
Reglement of uittreksel van voorschriften betreffende werklozensteun. De steun wordt niet verleend, of wordt ingehouden, indien:
a. de werklooze, die voor steun in aanmerking komt, opzettelijk verkeerde inlichtingen verstrekt;
b. de ondersteunde opzettelijk geen of onvolledige opgave verstrekt van zijn inkomen en van dat van de overige leden van het gezin of hij nalaat van veranderde omstandigheden, die op den steun van invloed kunnen zijn, tijdig aan het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken mededeeling te doen;
c. de werklooze nalaat er voor te zorgen, dat hij als werkzoekende bij het Gewestelijk Arbeidsbureau is ingeschreven en ingeschreven blijft;
d. de werklooze weigert werk te aanvaarden, waarvoor hij lichamelijk geschikt kan worden geacht;
e. de werklooze weigert te allen tijde de(n) daartoe gemachtigde(n) persoon (personen) in zijn woning te ontvangen of zich niet onderwerpt aan de vastgestelde maatregelen van contrôle;
f. de werkloosheid een gevolg is van werkstaking of uitsluiting;
g. de werklooze door ziekte of ongeval tot werken niet in staat is;
h. de werklooze zich schuldig maakt aan wangedrag. Dit document bevat de uitsluitingsgronden voor het ontvangen van financiële steun bij werkloosheid. De tekst is zakelijk en dwingend geformuleerd. Enkele kernpunten uit de analyse:
- Inlichtingenplicht: Punten a en b leggen de nadruk op eerlijkheid over het inkomen (ook van gezinsleden) en het melden van wijzigingen.
- Arbeidsplicht: Punt c en d verplichten de werkloze om ingeschreven te staan bij de arbeidsbeurs en passend werk te accepteren.
- Controle: Punt e geeft de instanties het recht op huisbezoek en algemene controle, wat getuigt van het toenmalige wantrouwen jegens steuntrekkers.
- Uitsluitingen: Opvallend is punt f, waarbij stakers geen recht hebben op steun (om neutraliteit van de overheid in arbeidsconflicten te bewaren), en punt g, waarbij zieken worden doorverwezen naar andere regelingen (zoals de Ziektewet) omdat zij niet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.
- Moraliteit: Punt h ("wangedrag") geeft de uitvoerende instantie een vage, morele grond om steun in te trekken. Dit document stamt uit een tijd waarin sociale zekerheid in Nederland nog sterk gebaseerd was op "steun" in plaats van op een onvervreembaar sociaal recht. Voor de invoering van de Werkloosheidswet (WW) in 1952 waren werklozen aangewezen op gemeentelijke ondersteuning, vaak uitgevoerd onder streng toezicht. De term "Gewestelijk Arbeidsbureau" wijst op de organisatie van de arbeidsbemiddeling zoals die vanaf 1940 (tijdens de bezetting geformaliseerd, maar na de oorlog voortgezet) werd ingericht. De regels weerspiegelen het "kostwinnersmodel" en de strenge morele kaders van de vroege verzorgingsstaat.