Getypt verslag/notulen (pagina 2).
Origineel
Getypt verslag/notulen (pagina 2). - 2 -
zullen gaan veilen. Voordat de eerste oogsten van de Zuid-Oostpolder, waar ongetwijfeld mogelijkheden voor fruitecultures liggen, kunnen worden verwacht, zijn we 15 à 20 jaren verder. De oogsten van deze polder zullen stellig voor het grootste deel op Amsterdam worden gericht. In de Haarlemmermeer breidt de fruitecultuur zich practisch niet uit, omdat de andere cultures daar goed winstgevend zijn.
Wanneer de tuinders rondom Amsterdam zullen moeten verdwijnen, zal het wellicht mogelijk zijn deze naar de Zuid-Oostpolder te verplaatsen. De grond zal daar wel geschikt zijn, doch uitsluitend voor de zware cultures.
Sprekende over de noodzaak van export voor de tuinbouw, zegt de heer Van 't Riet, dat de Nederlandse tuinbouw nu eenmaal beslist niet buiten export kan bestaan. Wanneer deze stagneert, zoals thans door moeilijkheden met Duitsland over het handelsverdrag, draaien grote hoeveelheden groenten door. Het weer is daarbij natuurlijk ook een grote factor. De gemiddelde export is 40%, doch van bepaalde producten als komkommers en tomaten 80% en van andere producten als andijvie en spinazie practisch nihil. Veilingen, waar de laatste producten dus in hoofdzaak worden aangevoerd, zitten als regel bij een te grote aanvoer in het hoekje, waar de klappen vallen.
VI. Tuinbouwonderwijs.
De Directeur vraagt of de mogelijkheid van subsidie door het Bedrijfschap aanwezig is.
Neen, zegt de heer Van 't Riet. Dat is nadrukkelijk in de oprichtingsstatuten van het Bedrijfschap aan de bevoegdheden onthouden. We hebben alleen een marktordenende taak; het onderwijs bijvoorbeeld behoort tot de taak van het Departement van Landbouw.
VII. Erkenningsreglement kleinhandel.
De Directeur zegt, dat hem ter ore is gekomen, dat in het nieuwe ontwerp Erkenningsreglement twee groepen worden onderscheiden, namelijk winkelier en staanplaatshouder enerzijds en venter anderzijds. Dit geeft te Amsterdam moeilijkheden, omdat de gehele straathandel hier wordt bestreken door de Verordening op de straathandel en staanplaatshouders als regel uit het venterscorps worden gerecruteerd. Ze zouden dan echter eerst een examen voor winkelier moeten doen, en ten minste een jaar opleiding als winkelier gehad moeten hebben. Bovendien geeft dit nog moeilijkheden met de bepalingen der Vestigingswet.
De heer Jonker is voorzitter der betreffende Commissie en zal verdedigen dat ieder, die geen winkelier is, als venter (straathandelaar) zal worden beschouwd. Dan zijn alle moeilijkheden opgelost. Dit document vormt een verslag van een vergadering waarin de toekomst van de Nederlandse tuinbouw en de bijbehorende regelgeving centraal staan. Enkele kernpunten uit de analyse:
- Ruimtelijke Ordening en Landbouw: Er wordt gesproken over de langetermijnplanning van de Zuid-Oostpolder (het huidige Flevoland). Men voorziet dat Amsterdamse tuinders daarheen moeten verhuizen zodra de stad uitbreidt. Opvallend is de tijdsindicatie van 15 tot 20 jaar voordat de eerste oogsten verwacht worden.
- Economische Afhankelijkheid: De tekst onderstreept de enorme afhankelijkheid van de Nederlandse tuinbouw van export, in het bijzonder naar Duitsland. De kwetsbaarheid wordt geïllustreerd door het "doordraaien" van producten bij handelsbelemmeringen.
- Bureaucracie en Marktordening: Er is een duidelijke scheiding tussen de taken van het "Bedrijfschap" (marktordening) en de overheid (onderwijs via het Departement van Landbouw).
- Sociale Structuur van de Handel: In sectie VII zien we een conflict tussen nieuwe landelijke vestigingswetten en de bestaande praktijk van de Amsterdamse straathandel. De angst is dat strenge examinering (de eis om "winkelier" te zijn) de instroom van straathandelaars/venters zal blokkeren. Dit verslag stamt uit de periode van de naoorlogse wederopbouw. De Nederlandse landbouw transformeerde in deze jaren naar een hoogproductieve exportsector. De "Zuid-Oostpolder" verwijst naar de ontginning van de Zuiderzeewerken; Oostelijk Flevoland werd in 1957 drooggelegd, wat de tijdslijn in het document verklaart. De genoemde "Vestigingswet" (waarschijnlijk de Vestigingswet Bedrijven 1954) was destijds een belangrijk instrument om de kwaliteit van de middenstand te waarborgen door middel van diploma-eisen, wat hier voor wrijving zorgt met de informele straathandel in Amsterdam.