Getypt rapport of ambtelijke nota (doorslag of origineel).
Origineel
Getypt rapport of ambtelijke nota (doorslag of origineel). -12-
te van het meer aangewonnen land gelegen in het geacci-
denteerde gedeelte van het Enkhuizerzand, alwaar de aan-
leg van een infiltratie-systeem, dat voor deze zandgron-
den bepaald noodzakelyk is, moeiilyk en kostbaar zal zyn,
zonder dat zelfs dan een werkelyk bevredigende toestand
wordt bereikt. Brengt men dit in rekening, dan zal het
economische verlies, dat de uitbreiding der bedykte gron-
den medebrengt, op f.700.- à f.800.- per ha zyn te stel-
len. De Wieringermeerdirectie is dan ook bepaaldelyk van
oordeel, dat indyking van het geaccidenteerde terrein op
het Enkhuizerzand niet meer uitgebreid moet worden, dan
by een logische bedyking het geval zal zyn.
Zooals by de vaststelling van het aansluitingspunt
by Enkhuizen reeds is aangegeven, kunnen by een onderne-
ming als de inpolderingen in het Ysselmeer de economische
gezichtspunten niet by uitsluiting maatgevend worden
geacht. De indyking van lichte gronden toch brengt, naast
de algemeene voordeelen, die een grootere landaanwinst
heeft voor de toekomstige werkverruiming, een belangryke
sociale winst mede, doordat het bedryfsbeeld in de Zuide-
lyke polders minder eenzydig wordt en er gelegenheid ont-
staat voor de vestiging van zandboeren. Het economische
verlies is echter hier grooter dan by de vaststelling van
het aansluitingspunt aan Noordholland het geval was. Daar-
by komt, dat het nadeel van de verkleining van het Yssel-
meer by voortgaande vergrooting der in te dyken oppervlak-
te steeds zwaarder gaat wegen. De grens, waar beneden de
oppervlakte van het Ysselmeer niet mag dalen, is weliswaar
niet op 1000 ha nauwkeurig aan te geven, maar het staat
wel vast, dat deze niet ver ligt beneden de volgens tra-
cé C overblyvende grootte. Op grond van deze overwegingen
verdient het geen aanbeveling om, door het kiezen van één
der tracé's A, B of D, de ingedykte oppervlakte te ver-
grooten en zal de keuze moeten worden bepaald op het als
C aangeduide plan. Het Westelyk deel der Noordelyke bedy-
king dient dus te worden gelegd volgens een rechte lyn
van het punt "Enkhuizen" naar den mond van het middenka-
naal, bepaald door de coördinaten x= 7000 m, y= 47.300 m.
par.4. De Zuidwestelyke begrenzing der Zuidelyke polders.
Zooals reeds in par.1 is vermeld, dient het Ymeer
een voldoend groote oppervlakte te bezitten. Een nadeel
van het Ymeer is, dat het een hinderpaal vormt voor de
verbinding van de polders met Amsterdam en daarom dient
de dyk aan de kust te komen op niet al te ver van Amster-
dam gelegen punten. Aan de Noordzyde vormt de uitspringen-
de hoek van den polder De Nes benoorden Uitdam het aange-
wezen aansluitingspunt. Hier zal een brug over den scheep-
vaartweg naar de Gouwzee een verbinding van den Westelyken
polder met de Noordzyde van Amsterdam scheppen. Door de
betrekkelyk nauwe opening, die daarby ontstaat tusschen
het Ymeer en het Gouwmeer zullen by snelle veranderingen
van den wind vry sterke stroomen trekken, die voor de
scheepvaart bezwaarlyk zyn. De stroomsnelheid kan hier
tot een onschadelyke grootte worden teruggebracht, indien
tusschen de beide meren een geul van constant profiel
wordt gemaakt met een lengte van ten minste 1600 m. De
grootte van het profiel van deze geul heeft op de optreden-
de stroomsnelheden slechts een geringen invloed en deze
kan dus zuiver op grond van scheepvaarteischen worden be-
paald.
Houdt men deze geul buitendyks, zooals op bylage
3 als F is aangeduid, dan zal over een lengte van 1600 m
een leidam langs de Ysselmeerkade moeten worden gemaakt.
Deze leidam wordt bespaard door een kanaal te baggeren in
den polder De Nes en de geul Zuidwaarts te verlengen tus-
schen den Waterlandschen zeedyk en den polderdyk tot den
hoek by Uitdam (bylage 3,E). Volgens een voorloopige ra-
ming is de laatste oplossing de voordeeligste en zal daar- * Economische afweging: De tekst legt de nadruk op de spanning tussen economisch rendement en maatschappelijke winst. De ontginning van het "geaccidenteerde" (heuvelachtige/onregelmatige) Enkhuizerzand wordt als verlieslatend beschouwd (f.700 tot f.800 per hectare verlies), maar gerechtvaardigd door de noodzaak voor werkverruiming en de vestiging van "zandboeren" om het agrarische bedrijfstype te diversifiëren.
* Hydrologische en Nautische beperkingen: Er wordt gewaarschuwd voor de minimale oppervlakte die het IJsselmeer moet behouden. Te veel landaanwinning zou negatieve gevolgen hebben. In paragraaf 4 wordt specifiek ingegaan op de waterstroom tussen het IJmeer en het Gouwmeer. De nauwe doorgang kan bij wind sterke stromingen veroorzaken, wat gevaarlijk is voor de scheepvaart. De oplossing wordt gezocht in een geul van 1600 meter met een constant profiel.
* Geografische focus: De tekst noemt specifieke locaties zoals Enkhuizen, Uitdam, de polder "De Nes" en het "Middenkanaal". Er wordt verwezen naar een "tracé C" als het meest wenselijke ontwerp boven de alternatieven A, B en D. Dit document maakt deel uit van de uitgebreide besluitvormings- en ontwerpfase van de Zuiderzeewerken. Na de drooglegging van de Wieringermeer (1930) werd nagedacht over de vormgeving van de overige polders (Noordoostpolder en de Flevopolders). De tekst getuigt van de technische complexiteit van het project, waarbij niet alleen naar landbouwopbrengsten werd gekeken, maar ook naar waterhuishouding, scheepvaartroutes en de verbinding met het "oude land" (Amsterdam/Noord-Holland).
De "Wieringermeerdirectie", die hier als adviseur optreedt, was de voorloper van de latere Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). De genoemde coördinaten en tracés wijzen op de fase waarin de exacte contouren van de Markerwaard (de polder die uiteindelijk nooit volledig is gerealiseerd) en de Flevopolders werden vastgesteld. De discussie over de "zandboeren" is historisch interessant, omdat het de bewuste keuze laat zien om verschillende typen boerenbedrijven (akkerbouw op klei vs. gemengd bedrijf op zand) in de nieuwe polders te accommoderen.