Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 26
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte rapportage/nota (pagina 11).

Origineel

Getypte rapportage/nota (pagina 11). --11--

Een vergelyking van deze, in aanmerking komende tracé's leert het volgende.

Uitgaande van tracé C worden volgens de tracé's A, B en D resp. 6500, 3400 en 3400 ha gronds meer ingedykt. Deze vergrooting van den polder beteekent een gelyke verkleining van het Ysselmeer, welke nadeelen medebrengt, zoowel wegens de verhooging van de hoogste waterstanden als van de hoogst optredende zoutgehalten. Een verkleining als die van plan C naar plan A beteekent een verhooging van de topstanden met 4 cm en een vermeerdering van het maximale zoutgehalte met 2 mg chloor per liter. Groot zyn deze verschillen niet, maar zy moeten toch als een reëel bezwaar van plan A worden beschouwd. By de plannen B en D zyn de verschillen slechts half zoo groot en kunnen daardoor weinig gewicht meer in de schaal leggen. Een vergrooting van den maximalen afvoer van den Yssel, die ook tot een verhooging van de topstanden op het Ysselmeer zal leiden, zou echter het eerstgenoemde bezwaar tegen B of D weer meer gewicht verleenen.

Ten aanzien van de scheepvaart geldt het volgende. A en B verlengen de scheepvaartwegen (en wel plan A met gemiddeld 1900 m op den weg Oranjesluizen - Overyssel en met ongeveer 1000 m op den weg Oranjesluizen - Stavoren, terwyl by plan B de omwegen ongeveer half zoo groot zyn). Daarby wordt echter slechts de veilige en gemakkelyke vaart over het middenkanaal langer, terwyl de over het Ysselmeer af te leggen wegen korter worden, zoodat het nadeel minder groot is dan uit de lengte der omwegen zou volgen. Voor D geldt, dat de trechtervorm van de kust by den mond van het middenkanaal by winden tusschen N en O een nadeel is, doch dat daarentegen by Westelyke winden de door den uitbuigenden dyk geboden luwte de in- en uitvaart vergemakkelykt.

Een nadeel van tracé D kan zyn, dat zich in den by den mond van het middenkanaal gevormden luwen hoek in sterkere mate slib zal afzetten dan by tracé C, en à fortiori by de tracé's A en B het geval is. De diepteverhoudingen en het feit, dat 's winters meermalen uit het middenkanaal op het Ysselmeer zal worden gespuid, leiden tot de verwachting, dat de practische bezwaren van dit verschijnsel niet groot zullen zyn.

Alles overziende, kan op grond van de scheepvaartbelangen geen bepaalde voorkeur voor één der plannen worden uitgesproken, doch moet tracé A als minder gunstig worden bestempeld.

De beslissing zal dus in hoofdzaak moeten worden genomen op grond van de kostenverhouding en van de waarde der meer ingedykte gronden. De meer--kosten van de bedyking (gerekend t.o.v. plan C) bedragen:
voor plan A: f. 3.000.000.-
voor plan B: " 2.000.000.-
voor plan D: " 1.000.000.-,
zoodat de extra-bedykingskosten per ha meer ingedykt land de volgende waarden bereiken:
plan A: f. 450.-
plan B: " 600.-
plan D: " 300.-

Wat de waarde der extra ingedykte gronden betreft (zie de bouwvoorkaart: bylage 2), kan, na overleg met de Directie van de Wieringermeer het volgende worden opgemerkt. Alle grond, welke tusschen de in aanmerking komende tracé's ligt, is zand van zoodanige gesteldheid, dat de waarde van den in cultuur gebrachten grond minder zal zyn dan de kosten van verkavelen, ontginnen en in cultuur brengen bedragen. Voor de vlakke gedeelten zal dit nadeelige verschil f. 100.- à f. 200.- bedragen. Daarnaast is echter een vry groot - voor plan D zelfs een zeer groot - gedeel- In dit document worden vier verschillende scenario's (tracés A, B, C en D) voor polderaanleg in het IJsselmeer met elkaar vergeleken. De belangrijkste bevindingen zijn:
* Waterhuishouding: Grotere polders (vooral plan A) leiden tot een kleiner IJsselmeer, wat resulteert in hogere waterstanden (+4 cm) en een lichte stijging van het zoutgehalte.
* Scheepvaart: Tracé A is het minst gunstig vanwege de grootste verlenging van de vaarwegen. Plan D biedt voordelen bij westelijke wind, maar brengt een risico op slibvorming met zich mee bij de monding van het middenkanaal.
* Economie: Plan D is financieel het meest aantrekkelijk wat betreft de bedijkingskosten per hectare (f. 300,- versus f. 600,- voor plan B).
* Grondkwaliteit: Er wordt gewaarschuwd dat de kwaliteit van de extra te winnen grond (voornamelijk zand) laag is; de kosten voor ontginning en cultuur zullen waarschijnlijk hoger liggen dan de uiteindelijke marktwaarde van de landbouwgrond. Dit document maakt deel uit van de uitgebreide besluitvormingsprocessen rondom de Zuiderzeewerken. De verwijzing naar de "Oranjesluizen" en de "Directie van de Wieringermeer" suggereert dat dit betrekking heeft op de plannen voor de latere polders (mogelijk de Markerwaard of de Flevopolders), waarbij men zocht naar een balans tussen landaanwinning, nautische bereikbaarheid van Amsterdam en Overijssel, en de kosten van de waterbouwkundige werken. De genoemde bedragen in guldens en de focus op landbouwgrond zijn typerend voor de wederopbouwperiode en de visie op voedselzekerheid in die tijd.

Samenvatting

In dit document worden vier verschillende scenario's (tracés A, B, C en D) voor polderaanleg in het IJsselmeer met elkaar vergeleken. De belangrijkste bevindingen zijn:
* Waterhuishouding: Grotere polders (vooral plan A) leiden tot een kleiner IJsselmeer, wat resulteert in hogere waterstanden (+4 cm) en een lichte stijging van het zoutgehalte.
* Scheepvaart: Tracé A is het minst gunstig vanwege de grootste verlenging van de vaarwegen. Plan D biedt voordelen bij westelijke wind, maar brengt een risico op slibvorming met zich mee bij de monding van het middenkanaal.
* Economie: Plan D is financieel het meest aantrekkelijk wat betreft de bedijkingskosten per hectare (f. 300,- versus f. 600,- voor plan B).
* Grondkwaliteit: Er wordt gewaarschuwd dat de kwaliteit van de extra te winnen grond (voornamelijk zand) laag is; de kosten voor ontginning en cultuur zullen waarschijnlijk hoger liggen dan de uiteindelijke marktwaarde van de landbouwgrond.

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de uitgebreide besluitvormingsprocessen rondom de Zuiderzeewerken. De verwijzing naar de "Oranjesluizen" en de "Directie van de Wieringermeer" suggereert dat dit betrekking heeft op de plannen voor de latere polders (mogelijk de Markerwaard of de Flevopolders), waarbij men zocht naar een balans tussen landaanwinning, nautische bereikbaarheid van Amsterdam en Overijssel, en de kosten van de waterbouwkundige werken. De genoemde bedragen in guldens en de focus op landbouwgrond zijn typerend voor de wederopbouwperiode en de visie op voedselzekerheid in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →