Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 25
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte rapportpagina (waarschijnlijk een technisch advies of ontwerpnota).

Origineel

Getypte rapportpagina (waarschijnlijk een technisch advies of ontwerpnota). -10-

dryven te stichten, die geschikt zyn voor landbouwers uit de zandstreken van ons land. Er zal een grooter aantal landbouwers werk in den polder vinden, terwyl het uit algemeen oogpunt gewenscht is, dat de toekomstige bevolking niet al te eenzijdig zal zyn samengesteld. Het binnendyken van dergelyke gronden met geringe financieele opofferingen is dus ongetwyfeld aan te bevelen. Het geaccidenteerde terrein biedt verder een uitstekende gelegenheid tot het stichten van een recreatiegebied van een geschikte grootte (ongeveer 500 ha), dat niet alleen voor den polder, maar ook voor Westfriesland in een belangryke behoefte kan voorzien. Deze overwegingen, waarby nog gevoegd kan worden, dat by een meer Zuidelyke aansluiting de verbinding van Enkhuizen met den polder minder goed wordt, leiden ertoe om het aansluitingspunt aan de Noordhollandsche kust zoo Noordelyk mogelyk te kiezen.

Door den dyk t.o.v. de afsluiting van het randkanaal nog iets naar het Noorden te verschuiven dan hiervoor als minimum is aangegeven, wordt eenige meerdere oppervlakte ingedykt ten koste van een verlenging van de kanaalkade buiten de afsluiting, die dus als IJsselmeerdyk moet worden uitgevoerd. Men komt daarbij echter in steeds sterker mate in geaccidenteerd terrein, hetgeen geen aanbeveling verdient, zoodat de dyk by de Noordhollandsche kust op het bovengenoemde punt "Enkhuizen" moet worden gericht.

Om van het Oostelyk dykgedeelte naar "Enkhuizen" te komen, zal de dyk ten minste één knikpunt moeten bezitten, dat niet Oostelyker mag vallen dan waar het IJsselmeer zich gaat verwyden. Wordt dit punt door een rechte lyn met "Enkhuizen" verbonden, dan ontstaat het tracé, dat op bylage 3 met A is aangeduid. Door het knikpunt volgens de parallel van + 47.300 m naar het Westen te verschuiven, wordt een kleinere oppervlakte aan ingedykte gronden verkregen.

Indien het knikpunt naar het Westen wordt verschoven, zal de totale lengte van den Noorddyk toenemen en de kosten hiervan hooger worden. Anders staat het met het middenkanaal. Dit zal bij tracé A uitmonden in het Westelyk gedeelte van den dyk en wel zoodanig, dat de omwegen voor de scheepvaart zoo kort mogelyk zyn en een goede verhouding van de oppervlakten der beide polders ontstaat. By de Westwaartsche verschuiving van het knikpunt zal het middenkanaal korter worden, hetgeen de kosten doet verminderen. Deze laatste invloed is grooter dan de vermeerdering van de kosten door de verlenging van den Noorddyk.

Zoodra echter het knikpunt verder Westwaarts komt dan de plaats, waar het middenkanaal (rekening houdende met de scheepvaart en een goede verhouding der beide polders) behoort uit te monden, zal de lengte van het kanaal constant blijven en zullen de totale kosten gaan toenemen. Een verdere verschuiving komt daarom niet in aanmerking. Mede rekening houdende met den aard van den bodem met het oog op de fundeering der kunstwerken wordt het meest Westelyk denkbare knikpunt het punt x= 7.000 m, y= 47.300 m. Op bylage 3 is het bij dit knikpunt behoorende tracé als C aangegeven, terwyl daarenboven een tusschen A en C in gelegen tracé is geteekend, dat als B is aangeduid.

Een grootere ingepolderde oppervlakte zou kunnen worden verkregen door het Westelyk deel van den dyk naar het Noorden uit te buigen. Hierbij moeten uiteraard de diepe geulen worden vermeden, zoodat de uitbuiging in hoofdzaak op het Enkhuizerzand zou vallen.

Ten slotte is dan ook nog in de beschouwing betrokken een plan D, waarbij aan het Westelyk dyksgedeelte van tracé C een Noordelyke uitbuiging is gegeven. * Kern van het betoog: De tekst weegt verschillende tracés (A, B, C en D) tegen elkaar af voor de aanleg van een dijk bij Enkhuizen. De besluitvorming wordt gestuurd door een balans tussen kosten, landbouwareaal, scheepvaartverbindingen en bodemgesteldheid.
* Sociale aspecten: Er wordt expliciet gesproken over de gewenste sociale samenstelling van de toekomstige polderbevolking (landbouwers uit zandstreken) en de behoefte aan recreatiegebied (500 ha) voor West-Friesland.
* Technische parameters: Er wordt gebruikgemaakt van coördinaten (x= 7.000 m, y= 47.300 m) en verwezen naar bijlagen voor de visuele weergave van de tracés.
* Economische afweging: Er is een interessante kosten-batenanalyse tussen de lengte van de dijk (duurder bij verlenging) en de lengte van het middenkanaal (goedkoper bij verkorting). Dit document maakt deel uit van de uitgebreide studiefase van de Zuiderzeewerken. Specifiek lijkt het te gaan over de planvorming rondom de Markerwaard of de noordwestelijke hoek van de Noordoostpolder/IJsselmeerpolders. De referentie naar het "Enkhuizerzand" en de aansluiting bij "Enkhuizen" plaatst de geografische focus op de West-Friese kust. De nadruk op "geaccidenteerd terrein" (oneffen bodem) suggereert dat men rekening hield met de onderzeese topografie van de voormalige Zuiderzee om de funderingskosten van "kunstwerken" (sluizen of gemalen) te beheersen.

Samenvatting

  • Kern van het betoog: De tekst weegt verschillende tracés (A, B, C en D) tegen elkaar af voor de aanleg van een dijk bij Enkhuizen. De besluitvorming wordt gestuurd door een balans tussen kosten, landbouwareaal, scheepvaartverbindingen en bodemgesteldheid.
  • Sociale aspecten: Er wordt expliciet gesproken over de gewenste sociale samenstelling van de toekomstige polderbevolking (landbouwers uit zandstreken) en de behoefte aan recreatiegebied (500 ha) voor West-Friesland.
  • Technische parameters: Er wordt gebruikgemaakt van coördinaten (x= 7.000 m, y= 47.300 m) en verwezen naar bijlagen voor de visuele weergave van de tracés.
  • Economische afweging: Er is een interessante kosten-batenanalyse tussen de lengte van de dijk (duurder bij verlenging) en de lengte van het middenkanaal (goedkoper bij verkorting).

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de uitgebreide studiefase van de Zuiderzeewerken. Specifiek lijkt het te gaan over de planvorming rondom de Markerwaard of de noordwestelijke hoek van de Noordoostpolder/IJsselmeerpolders. De referentie naar het "Enkhuizerzand" en de aansluiting bij "Enkhuizen" plaatst de geografische focus op de West-Friese kust. De nadruk op "geaccidenteerd terrein" (oneffen bodem) suggereert dat men rekening hield met de onderzeese topografie van de voormalige Zuiderzee om de funderingskosten van "kunstwerken" (sluizen of gemalen) te beheersen.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →