Getypt rapport (doorslag of origineel op schrijfmachine).
Origineel
Getypt rapport (doorslag of origineel op schrijfmachine). --9--
Noordoostelyken polder en vallen langs de parallel van 47.300 m benoorden Amersfoort (stereografische coordinaten van de Ryksdriehoekmeting). De afstand van 300 m tusschen den dyk en den Zuider Keteldam is daarbij nog voldoende groot. De aangegeven ligging berust op den maximalen afvoer, die in de tegenwoordige omstandigheden op den Yssel en het Zwarte Water kan optreden. Indien door ingrypen in het régime der Nederlandsche rivieren de maximale afvoer van den Yssel mocht stygen, zal de dyk enkele honderden meters Zuidelyker moeten worden gelegd. Dit behoeft pas te worden beslist by het maken van den Zuidoostelyken polder, daar een dergelyke verschuiving geen invloed behoeft te hebben op het dykstracé ten Westen van den mond van het middenkanaal.
Een meer Zuidwaartsche ligging van dit dykgedeelte is economisch nadeelig. De totale dyklengte wordt daarby vergroot en de in te polderen oppervlakte verkleind, terwijl de verloren gaande gronden van goede kwaliteit zyn (vergelyk de bouwvoorkaart: bylage 2). Het is daarom aangewezen, het Oostelyk gedeelte van den Noordelyken dyk zoo Noordelyk mogelyk te traceeren.
Aan de Westzyde zal de dyk in geen geval benoorden het Enkhuizerzand door de daar aanwezige diepe geulen worden getraceerd. Het Ysselmeer zou dan te zeer worden verkleind en het belang om Enkhuizen als vrye Ysselmeerhaven te behouden weegt voldoende zwaar om de Zuidgrens van de haveningangen van deze plaats als uiterste grens voor de aansluiting aan de Noordhollandsche kust te beschouwen. In deze omgeving is het, met het oog op het wegverkeer aangewezen, de aansluiting te doen plaats vinden in het even bezuiden Enkhuizen gelegen punt, waar de provinciale weg Hoorn - Enkhuizen den dyk verlaat om een Noordelyke richting aan te nemen. Het eerste gedeelte van den op dit punt aansluitenden dyk vormt de afsluiting van het Westelyk randkanaal en hier zullen de nader te bespreken kunstwerken moeten worden gebouwd. Zoowel voor de scheepvaart als terwille van een beschutte ligging is het gewenscht, dat deze kunstwerken eenigszins teruggetrokken liggen t.a.v. den verderen dyk en wel ten minste ongeveer 250 m. Wanneer de bedyking naby Enkhuizen zal aansluiten, ontstaat dus de Zuidelykste ligging van den dyk, indien deze wordt gericht op een punt in de as van de kade van het randkanaal, gelegen ongeveer 250 m buitenwaarts van het snypunt van deze as met den bovengenoemden dam met kunstwerken, die het randkanaal afsluit. In het vervolg wordt dit punt, dat als stereografische coordinaten heeft x= -6900 m, Y= +59.680 m, aangeduid als "Enkhuizen".
Wordt de dyk op een meer Zuidelyk punt van de Noordhollandsche kust gericht (b.v. op Blokkerhoek), dan wordt de ingepolderde oppervlakte verkleind, terwyl de dyklengte practisch gelyk blyft en slechts op de kosten van het randkanaal eenigszins wordt bezuinigd. De verloren gaande oppervlakte bestaat in hoofdzaak uit matig lichte en lichte gronden, waarvan de waarde ongeveer opweegt tegen of zelfs minder bedraagt dan de kosten van verkavelen, ontginnen en in cultuur brengen. Bovendien is een deel van dit gebied, ter plaatse van het z.g. "Hoornsche gat" zoo geaccidenteerd, dat het landbouwkundig vrywel onbruikbaar moet worden geacht. Indien men alleen die waarden beschouwt, welke in geld kunnen worden uitgedrukt, zou men ertoe komen, een Zuidelyker ligging van het aansluitingspunt te verkiezen.
Anders staat de zaak; indien men ook sociale factoren in aanmerking neemt. Het aanwinnen van deze lichte gronden heeft in dit opzicht een groote beteekenis, omdat daardoor gelegenheid ontstaat, een aantal kleine be- * Waterhuishouding: De tekst toont aan dat de locatie van de dijken nauw samenhangt met de afvoercapaciteit van de IJssel en het Zwarte Water. Men hield rekening met toekomstige wijzigingen in het rivierbeheer ("régime").
* Geografie: Er wordt specifiek gesproken over de verbinding tussen de Noordoostpolder en de kust van Noord-Holland bij Enkhuizen. De diepe geulen bij het Enkhuizerzand vormden een natuurlijke barrière voor het tracé.
* Belangenafweging: Er is een duidelijke discussie tussen economische efficiëntie (kortere dijken, betere grond) versus sociale factoren (werkgelegenheid, landwinning voor kleine boeren).
* Techniek: Het gebruik van de Rijksdriehoekmeting (met Amersfoort als nulpunt) onderstreept de nauwkeurigheid van de planning. Dit document is vrijwel zeker een ambtelijk advies of hoofdstuk uit een technisch rapport van de Dienst der Zuiderzeewerken, daterend uit de late jaren '30 of het begin van de jaren '40. In deze periode werd de Noordoostpolder (toen nog vaak 'Urkerland' genoemd) ontworpen en aangelegd. De bespreking van de aansluiting bij Enkhuizen is interessant, omdat dit tracé later relevant zou worden voor de (uiteindelijk niet volledig voltooide) Markerwaard. De spelling (zoals "dyk" en "Yssel") is kenmerkend voor de schrijftaal van voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), die in officiële rapporten vaak nog langere tijd werd aangehouden.