Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 23
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte rapportpagina (paginanummer -8-).

Origineel

Getypte rapportpagina (paginanummer -8-). -8-

van het Amsterdamsche rioolwater, terwyl het ruime gele-
genheid voor de kleinere zeilsport zal openen en als zoo-
danig in recreatiebehoefte van de hoofdstad zal voorzien.
Uit het voorgaande volgt, dat het z.g. Ymeer
buiten de inpolderingen in het Zuidelyke deel van het
Ysselmeer zal moeten blyven.
Uit hetgeen in par.1 is betoogd, volgt, dat het
Ymeer normaal via het Noordzeekanaal zal afwateren, doch
indien het peil op dit kanaal te hoog stygt wegens groot
waterbezwaar of onvoldoende spuigelegenheid te Ymuiden,
zal de loozing op het kanaal moeten worden verbroken. In-
dien daarna het Ymeer boven een nader vast te stellen
peil zou stygen, moet dit meer zyn water op het Ysselmeer
gaan loozen. Ter wille van het zoutgehalte van het Yssel-
meer is het gewenscht, het aantal malen, dat de loozing
in genoemde richting geschiedt, te beperken. Dit wordt be-
reikt door aan het Ymeer een zoo groot mogelyke oppervlak-
te te geven, omdat dan de peilryzingen van dit meer klei-
ner worden, zoodat minder snel tot loozing op het Yssel-
meer moet worden overgegaan. Deze overweging is van be-
lang by het vaststellen van de Noordelyke grens van het
Ymeer. Het is aangewezen, om de Gouwzee buiten de bedy-
king te laten, aangezien indyking van dit gebied de nood-
zakelyke dyklengte, vergeleken met de meerdere, ingedykte
gronden, in verband met het toegankelyk houden van ver-
schillende langs de kust gelegen havens voor de scheep-
vaart, onevenredig zou vergrooten. Het Gouwmeer zal een
zeer welkome vergrooting van den boezem van het Ymeer vor-
men en behoort dus by dit meer te worden getrokken.
In hoeverre voor de voorziening in de belangen
van waterafvoer en -inlaat en van de scheepvaart zal moe-
ten worden voorzien door aanleg van randkanalen langs de
Noordhollandsche kust zal nog nader by de bespreking van
die belangen worden nagegaan.
Uit de voorgaande beschouwingen volgt, dat be-
zuiden de lyn Enkhuizen - Ketel zooveel mogelyk grond be-
dykt kan worden, met uitzondering van het zandgebied langs
de Veluwekust en de Y- en Gouwmeren.
Thans moet in de eerste plaats de Noordelyke
bedyking worden vastgesteld.

par.3. De Noordelyke begrenzing der Zuidelyke polders.

Het Keteldiep zal vry in het Ysselmeer moeten
blyven uitmonden, terwyl de ruimte tusschen de dyken van
den Noordoostelyken polder en van de Zuidelyke polders zoo
groot moet zyn, dat by maximalen afvoer van den Yssel en
van het Zwarte Water de stand aan den Ketelmond niet meer
dan enkele centimeters zal stygen. Bovendien moet de
ruimte tusschen den dyk en den Zuider Keteldam zoo groot
zyn, dat een voor scheepvaart en afwatering voldoende ver-
binding tusschen het Ysselmeer en het Oostelyk randkanaal
kan worden gevormd.
By het ontwerpen van de Ysselwerken in verband
met het maken van den Noordoostelyken polder is ervan uit-
gegaan, dat aan den Ketelmond de Ysselmeerstand aanwezig
zou zyn. Uiteraard deden zich by de berekeningen van de
op den Yssel te verwachten standen na de uitvoering dier
werken eenige onzekerheden voor en werd een zekere veilig-
heid by de berekeningen in acht genomen. In verband hier-
mede kan een verhooging van 5 à 6 cm aan den Ketelmond by
den hoogsten stand zonder gevaar worden aanvaard; meerdere
verhooging zou echter ongewenscht zyn.
Neemt men nu aan, dat een opstuwing van 5 à 6 cm
aan den Ketelmond nog juist is toe te laten, dan zou het
Oostelyk deel van den Noordelyken dyk der Zuidelyke polders
moeten worden ontworpen op 3700 m uit den dyk van den * Inhoud: De tekst bespreekt technische en planologische randvoorwaarden voor de inpoldering van de zuidelijke delen van het IJsselmeer. Centraal staat de noodzaak om het IJmeer (Ymeer) en de Gouwzee open te houden als boezemwater. Dit is nodig om peilstijgingen te beperken en de afhankelijkheid van spuien op het IJsselmeer (wat verzilting zou veroorzaken) te verminderen.
* Technische aspecten: Er wordt diep ingegaan op de waterstanden bij de monding van de IJssel (Ketelmond). De berekeningen moeten voorkomen dat de opstuwing door de nieuwe polderdijken te groot wordt, wat de afvoer van de IJssel en het Zwarte Water in gevaar zou brengen.
* Terminologie: Termen als "boezem", "peilryzingen", "indyking" en "opstuwing" duiden op een waterbouwkundig rapport. De spelling is conform de vroege 20e eeuw (bijv. "Zuidelyke", "Ysselmeer"). Dit document maakt deel uit van de uitgebreide reeks rapporten en plannen voor de Zuiderzeewerken, het project van Cornelis Lely. De pagina beschrijft de fase waarin de Noordoostpolder (drooggevallen in 1942) in voorbereiding of uitvoering was, en de plannen voor de latere Zuidelijke polders (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) werden verfijnd.

De beslissing om het IJmeer niet volledig in te polderen was van cruciaal belang voor de stad Amsterdam (recreatie en waterafvoer) en voor het behoud van het open karakter van de historische kuststeden langs de voormalige Zuiderzee. De hier genoemde "randkanalen" zijn uiteindelijk gerealiseerd om de waterhuishouding van het 'oude land' (o.a. de Veluwe en de Noord-Hollandse kust) te waarborgen na de aanleg van de polders.

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst bespreekt technische en planologische randvoorwaarden voor de inpoldering van de zuidelijke delen van het IJsselmeer. Centraal staat de noodzaak om het IJmeer (Ymeer) en de Gouwzee open te houden als boezemwater. Dit is nodig om peilstijgingen te beperken en de afhankelijkheid van spuien op het IJsselmeer (wat verzilting zou veroorzaken) te verminderen.
  • Technische aspecten: Er wordt diep ingegaan op de waterstanden bij de monding van de IJssel (Ketelmond). De berekeningen moeten voorkomen dat de opstuwing door de nieuwe polderdijken te groot wordt, wat de afvoer van de IJssel en het Zwarte Water in gevaar zou brengen.
  • Terminologie: Termen als "boezem", "peilryzingen", "indyking" en "opstuwing" duiden op een waterbouwkundig rapport. De spelling is conform de vroege 20e eeuw (bijv. "Zuidelyke", "Ysselmeer").

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de uitgebreide reeks rapporten en plannen voor de Zuiderzeewerken, het project van Cornelis Lely. De pagina beschrijft de fase waarin de Noordoostpolder (drooggevallen in 1942) in voorbereiding of uitvoering was, en de plannen voor de latere Zuidelijke polders (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) werden verfijnd.

De beslissing om het IJmeer niet volledig in te polderen was van cruciaal belang voor de stad Amsterdam (recreatie en waterafvoer) en voor het behoud van het open karakter van de historische kuststeden langs de voormalige Zuiderzee. De hier genoemde "randkanalen" zijn uiteindelijk gerealiseerd om de waterhuishouding van het 'oude land' (o.a. de Veluwe en de Noord-Hollandse kust) te waarborgen na de aanleg van de polders.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →