Getypte rapportage of beleidsstuk (doorslag of origineel op schrijfmachine).
Origineel
Getypte rapportage of beleidsstuk (doorslag of origineel op schrijfmachine). -7-
By het opmaken van het plan voor dezen polder zal steeds voor oogen moeten staan, dat het uiteindelyke doel is om ook den Zuidoostelyken polder droog te leggen. Alle onderdeelen van den Zuidwestelyken polder moeten zoodanig worden ontworpen, dat te zyner tyd een goed geheel ont- staat. Zoo zullen dan ook, gelyk hiervoor reeds is aange- geven, de gemalen van den Zuidwestelyken polder moeten worden geplaatst aan het middenkanaal of aan het Ymeer, hoewel plaatsing der gemalen aan het Ysselmeer, zoolang de Zuidoostelyke polder nog niet is gemaakt, toelaatbaar zou zyn.
par. 2. Algemeene vorm der Zuidelyke polders.
Met het oog op de grootte, welke het Ysselmeer moet bezitten om zyn taak te kunnen vervullen, en de noodzake- lykheid om den Yssel op het meer te laten loozen, is het gedeelte van de Zuidelyke kom, dat voor inpoldering in aanmerking komt, gelegen bezuiden de lyn Enkhuizen - Ketel.
Op bylage 2 zyn de diepteligging van den zeebodem en de samenstelling van de bouwvoor in dit gebied aangegeven. Het blykt, dat in het algemeen de diepte zeer gelykmatig verloopt en derhalve geen invloed heeft op de keuze van de bedyking. Slechts op het Enkhuizerzand is de diepte meer wisselend; de plaats der bedyking aldaar zal nog na- der worden beschouwd.
De bodem van het overgroote deel van de Zuidelyke kom zal zeer waardevollen cultuurgrond opleveren (klei t/m lichte zavel). Intusschen is by den huidigen stand der ontginningstechniek ook kleihoudend zand zeker waard om bedykt te worden. Hoewel uiteraard van geringe waarde, kan ook het kleiarme zand tot bruikbaar cultuurland wor- den, mits gelegenheid voor infiltratie bestaat.
In het algemeen kan dus worden gezegd, dat in ver- band met de diepte en de geaardheid van den zeebodem het geheele Zuidelyke deel van het Ysselmeer voor inpoldering in aanmerking kan komen.
Intusschen zal het aanbeveling verdienen om de zand- strook voor de kusten van het Gooi en de Veluwe, zooveel mogelyk buiten de inpoldering te houden. In de eerste plaats is hun cultuurwaarde gering en in de tweede plaats zal aldus de wateronttrekking aan het achterliggende zand- gebied worden beperkt, hetgeen als een beteekenend cultuur- belang moet worden beschouwd. In verband hiermede zullen dus langs den Zuidoostelyken polder randkanalen en boezem- meren gevormd moeten worden. Het opkwellende zoete Veluwe- water zal het Oostelyk randkanaal dan byzonder geschikt maken als prise d’eau voor drinkwaterleidingen. Met het oog op de afwatering van de hooge gronden en de rivieren de Eem en de Vecht, zoomede voor het scheepvaartverkeer naar de verschillende havens (Muiden, Huizen, Spakenburg, Nykerk, Harderwyk en Elburg) zal een Oostelyke ringvaart onmisbaar zyn.
Voor den mond van het Buiten Y zal een gedeelte van het Ysselmeer buiten de inpolderingen moeten vallen. Ver- schillende scheepvaartwegen zullen daar hun uitmonding moeten vinden. Indyking van den driehoek, gevormd door de punten Muiderberg, Hoek van de Nes, en mond van het Buiten Y zou een groote extra dykslengte vorderen en daardoor financieel gezien niet gewenscht zyn. Ook by alle vroegere plannen wordt steeds een ruime watervlakte voor het Buiten Y aangetroffen. Een diepe droogmaking, te zeer in de na- byheid van Amsterdam, zou een risico voor verlaging van den grondwaterstand aldaar met zich kunnen brengen, en dit risico mag onder geen omstandigheid worden geloopen. Om verschillende redenen heeft ook de Ymeer-commissie in- dertyd aangedrongen op het openhouden van de ruimte bui- ten het Y, welke sedert als Ymeer wordt aangeduid. Dit ruime meer is verder gewenscht met het oog op de reiniging Dit document beschrijft de technische en landschappelijke overwegingen bij het ontwerp van de Zuidelijk Flevopolder en Oostelijk Flevoland. De tekst legt de nadruk op een integrale planning: de polders moeten niet afzonderlijk, maar als één systeem worden gezien.
Enkele kernpunten uit de analyse:
* Waterhuishouding: Het IJsselmeer moet groot genoeg blijven om het water van de IJssel te kunnen bergen.
* Bodemkwaliteit: De geschiktheid van de zeebodem voor landbouw (klei en zavel) is een leidend argument voor de vorm van de polders.
* Creatie van Randmeren: Dit is een historisch cruciaal punt in het document. Er wordt besloten om een waterstrook open te houden tussen de nieuwe polder en het 'oude land' (Gooi en Veluwe). Dit diende ter voorkoming van verdroging van de zandgronden, het behoud van scheepvaartverbindingen naar historische havensteden, en de winning van drinkwater.
* Veiligheid Amsterdam: Het openhouden van het IJmeer wordt gemotiveerd door de noodzaak om de grondwaterstand in Amsterdam stabiel te houden, om paalrot en verzakkingen te voorkomen. Het document is afkomstig uit de koker van de Dienst der Zuiderzeewerken. Het markeert de overgang van de vroege, puur op landaanwinning gerichte plannen van Lely naar de meer verfijnde plannen waarin ook rekening werd gehouden met ecologie, hydrologie van het omliggende land en de belangen van bestaande steden. De beslissing om de 'randmeren' aan te leggen, zoals hier beschreven, is een van de meest bepalende keuzes geweest voor de uiteindelijke vorm van de provincie Flevoland en het behoud van het karakter van de Veluwe- en Gooikust.