Getypte rapportage/beleidsnota (pagina -14-).
Origineel
Getypte rapportage/beleidsnota (pagina -14-). -14-
par.5. Het Middenkanaal.
De beide eindpunten van dit kanaal zyn op grond van de voorgaande beschouwingen reeds vastgelegd en het ligt het meest voor de hand om het kanaal te traceeren volgens een rechte lyn tusschen de beide eindpunten. De kosten zyn dan minimaal, terwyl de scheepvaart geen extra omweg wordt opgelegd. Het blykt echter ook voordeelen te bieden om het kanaal een uitbochting naar het Zuidoosten te geven en wel zoodanig, dat het in het midden van het traject (vergeleken met een recht kanaal) ongeveer 3,5 km naar het Zuidoosten wordt verschoven, waardoor de lengte van het kanaal met ongeveer 1 km wordt vergroot.
In de eerste plaats nadert het kanaal dan meer het zwaartepunt van de beide polders, zoodat de hoofdstad, welke, gelyk hiervoor in par.1 reeds is uiteengezet, aan dat kanaal gelegen zal zyn, een wat meer centrale ligging in het in te polderen Zuidelyk gebied van het Ysselmeer zal verkrygen en daardoor de haar toegedachte economische en sociale functie in het nieuwe land gemakkelyker zal kunnen vervullen.
In de tweede plaats kan by het geknikte tracé worden bereikt, dat het in te polderen gedeelte van den Ysselmeerbodem, dat dieper ligt dan 4,00 m - N.A.P., voor het overgroote deel in den Westelyken polder komt te liggen. Daardoor zal te zyner tyd de Zuidoostelyke polder niet in drie polderafdeelingen behoeven te worden verdeeld, zooals by een recht tracé noodzakelyk is, doch zal met twee afdeelingen kunnen worden volstaan. Er zal dan een overeenkomstige toestand ontstaan als in den Noordoostelyken polder, waar in de 2e afdeeling ook een klein gebied wat te laag is gelegen en dat, zoo de practyk de noodzakelykheid daarvan zal aantoonen, van een weinig omvangryke onderbemaling zal kunnen worden voorzien. De besparing, welke de verdeeling in twee afdeelingen van den Zuidoostelyken polder medebrengt, bedraagt ongetwyfeld een belangryk deel van de ongeveer één millioen gulden, die het gebogen middenkanaal meer kost dan het rechte.
Een derde voordeel kan ontstaan, indien te zyner tyd het standpunt wordt ingenomen, dat de oppervlakte van den Zuidoostelyken polder te groot is om ineens te laten droogvallen. In dat geval zal een tusschendyk moeten worden gelegd van de omgeving van Harderwyk naar het middenkanaal. By het gebogen kanaal wordt deze tusschendyk 3 1/2 km korter dan by het rechte kanaal, waardoor een besparing ontstaat, die ten minste even groot is als de meer-kosten van het gebogen kanaal bedragen.
Ten slotte vermydt een geknikt kanaal de bezwaren, welke een volkomen recht kanaal ter lengte van 32 km, uit aesthetisch en stedebouwkundig oogpunt medebrengt. Het geknikte kanaal zal niet alleen op zichzelf beschouwd meer bevrediging schenken, doch ook voor de langs het kanaal gelegen poldergedeelten tot een zeer gewenschte verbreking van een al te strakke, rechtlynige verkaveling leiden. De stedebouwkundige adviseurs van myn Dienst, die ik hierover raadpleegde, spraken dan ook een besliste voorkeur uit voor een tracé met enkele knikken.
Te zamen wegen deze voordeelen wel op tegen de meerdere kosten van het geknikte tracé en het nadeel, dat de scheepvaartweg met 1 km wordt verlengd, zoodat het geknikte tracé is aangehouden.
De vraag ryst, hoe het gebogen middenkanaal nader moet worden getraceerd. In het Zuidelykste deel zou de dieptelyn van 4 m - N.A.P. gevolgd kunnen worden; er zou dan echter een zeer willekeurige slingering ontstaan, welke later in het terrein, dat zeer vlak is, niet als logisch gevoeld zou worden en welke voor de vaart altyd hinderlyk, tegengestelde bochten met zich zou brengen, zoo mede eenige... Dit document bevat een technische en planologische onderbouwing voor de vormgeving van het hoofdkanaal in de Zuiderzeepolders. De schrijver weegt de economische nadelen (één miljoen gulden extra kosten, één kilometer extra vaarafstand) af tegen de functionele en esthetische voordelen van een "geknikt" of gebogen tracé.
De belangrijkste argumenten voor een geknikt tracé zijn:
1. Centraliteit: Een betere ontsluiting van de beoogde "hoofdstad" (Lelystad).
2. Waterhuishouding: Het minimaliseren van het aantal poldercompartimenten door rekening te houden met de bodemdiepte (de 4 meter - N.A.P. lijn).
3. Civieltechnische besparing: Een kortere "tusschendijk" (de huidige Knardijk) vanaf Harderwijk.
4. Esthetiek: Het doorbreken van de monotonie van een kaarsrechte lijn van 32 kilometer, op advies van stedenbouwkundigen. De tekst is een cruciaal tijdsdocument uit de ontstaansgeschiedenis van de provincie Flevoland, specifiek de inrichting van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Het "Middenkanaal" verwijst naar de Lage Vaart / Hoge Vaart as. De "hoofdstad" die genoemd wordt is Lelystad, waarvan de locatie destijds nog exact bepaald moest worden ten opzichte van de waterwegen. De genoemde "Zuidoostelyke polder" is het huidige Oostelijk Flevoland. De discussie over de "tusschendijk" bij Harderwijk verwijst naar de Knardijk, die uiteindelijk de scheiding zou vormen tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland om de polders in fasen te kunnen droogmalen.