Archiefdocument
Origineel
Vermoedelijk eind jaren '30 / begin jaren '40 (gezien de context van de Noordoostpolder en de spelling). -23-
zeer breed grondlichaam op te werpen, dat door zyn beschut-
te ligging weinig aan golfslag is blootgesteld en daarom
geen zware verdediging behoeft. Aangezien deze omstandig-
heden zich by de bedyking van den Zuidwestelyken polder
niet voordoen, komt dit type van dykconstructie hier niet
in aanmerking.
De kruinshoogte der dyken moet weder zoo wor-
den bepaald, dat ook by den ongunstigsten toestand geen
golfoploop op de dykskruin plaats vindt; er wordt dan een
zoodanige hoogte gevonden, dat tevens wordt voldaan aan
de eischen, eertyds gesteld in de bekende motie Bongaerts -
de Muralt.
Ook thans zullen weder buitenbermen moeten
worden toegepast, welke zeer effectief en financieel ver-
antwoord zyn; ten einde het grootste nut op te leveren,
moeten zy ongeveer ter hoogte van den hoogst te verwach-
ten waterstand zyn gelegen. Ter beveiliging van den teen
zyn plasbermen, ongeveer ter hoogte van den normalen wa-
terstand, noodig. De helling der beloopen moet op grond
van de ervaring, in verband met den te verwachten aanval,
worden bepaald.
Het dykslichaam zal bestaan uit zand, gedekt
door een laag keileem, voorzien, zooveel noodig, van
steenglooiying of van een grasmat, waaronder een laag klei
als teelaarde. Aan de buitenzyde komt een keileemdam tot
voldoende diepte, terwyl aan de binnenzyde een keileemop-
storting moet worden gemaakt, ten einde het zandlichaam
boven water te kunnen brengen.
De Noordoostelyke dyk (zie fig.1 byl.5) is
bestemd om blyvend het Ysselmeer te keeren en zal in ver-
band met het voorgaande het type van den normalen Noord-
oostpolderdyk verkrygen, behoudens de voorziening in den
teen, welke voor de sterk aangevallen dyksgedeelten zal
moeten worden versterkt. Aangezien de wyze, waarop de ge-
noemde versterking zal kunnen worden uitgevoerd, nog een onder-
werp van studie uitmaakt, waarby de gedurende den huidigen winter opge-
dane ervaring zal kunnen worden benut, is op de teekening nog de tot dus-
ver toegepaste constructie aangegeven.
Ten aanzien van de hoogteligging van de kruin
en de bermen kan het volgende worden medegedeeld:
Uit voorloopig ingestelde berekeningen is
gebleken, dat de maximaal te verwachten waterstand ter
plaatse van het aansluitingspunt "Enkhuizen" 1,25 m + N.A.P.
bedraagt, welk peil in Zuidoostelyke richting geleidelyk
stygt tot 1,70 m + N.A.P. by den mond van het Middenkanaal.
Er moet op worden gerekend, dat de hoogste
golfoploop, welke met weinig van deze peilen afwykenden
waterstand optreedt, zal reiken tot resp. 3,90 en 4,20 m
+ N.A.P. Door den hoogst te verwachten waterstand en den
hoogst te verwachten golfoploop, worden de blyvende hoogten
resp. van de kruinlynen van buitenberm en van dykskruin
bepaald. Aangenomen is, dat in verband met de tot dusver
verkregen ervaringscyfers over de zettingen by gelyksoor-
tigen ondergrond in het gebied van den Noordoostelyken pol-
der en by toepassing van een type grondverbetering als tot
dusver is uitgevoerd, de kruin by aanleg ongeveer 0,60 m
boven den hoogsten golftop dient te liggen en de kruinlyn
van den buitenberm by aanleg 0,40 tot 0,50 m boven den
hoogsten waterstand.
De hoogte van de kruinlyn van den binnenberm
is vastgesteld op 1,25 m + N.A.P. by aanleg, een hoogte,
welke eenige zetting kan verdragen, zonder te laag te wor-
den. Hooge waterstanden kunnen aan de binnenzyde niet wor-
den verwacht. Het zwaartepunt van het Ysselmeer ligt in den
Noordoostelyken hoek van den polder. Een belangryke op-
waaiing kan dus niet optreden. Na sluiting van de laatste
opening is de te verwachten opwaaiing tengevolge van de Dit document bevat technische richtlijnen voor de constructie en de hoogtematen van de dijken voor de Noordoostpolder. Er wordt diepgaand ingegaan op de benodigde kruinhoogte om golfoploop tegen te gaan, waarbij verwezen wordt naar de historische "motie Bongaerts - de Muralt".
De tekst beschrijft de materiaalsamenstelling van het dijklichaam (zandkern met een deklaag van keileem en klei) en de noodzaak van bermen (buitenbermen en plasbermen). Daarnaast worden specifieke waterstandsverwachtingen genoemd (tussen 1,25 m en 1,70 m boven N.A.P.) en de daaruit voortvloeiende veilige hoogte voor de dijkkruin (tot 4,20 m + N.A.P. rekening houdend met golfoploop). Dit blad is onderdeel van de uitgebreide planning en rapportage rondom de Zuiderzeewerken, het grootschalige project van ingenieur Cornelis Lely. De Noordoostpolder (destijds Polder Noord-Oost genoemd) werd tussen 1937 en 1942 drooggelegd.
De verwijzing naar de "motie Bongaerts - de Muralt" is historisch interessant; deze motie uit de jaren '20 dwong de regering tot strengere veiligheidseisen voor de dijkhoogten na kritiek op de oorspronkelijke plannen van Lely. Het gebruik van keileem (keileemdammen) was cruciaal voor de stabiliteit van de dijken in het IJsselmeer, omdat dit materiaal zeer erosiebestendig is. De vermelding van de "Zuidwestelyken polder" (de nooit volledig gerealiseerde Markerwaard) geeft aan dat dit document geschreven is in een periode dat men nog uitging van de volledige voltooiing van het oorspronkelijke plan-Lely.