Archiefdocument
Origineel
14 februari 1941. Titelblok (rechtsonder):
ZUIDERZEEWERKEN. ZUIDELIJKE POLDERS
VOORZIENING IN DE BELANGEN DER OMLIGGENDE LANDEN.
VERKEERSBANEN.
SCHAAL 1 : 100.000 BIJLAGE 4
REG. NO. 4035 FORM. B 2 KAART
GET: K. DAT 14.2.'41
GEZ: M. DAT 14.2.'41
Legenda (onderzijde midden):
VERKLARING.
[doorgetrokken lijn] aanbevolen plan
[onderbroken lijnen] varianten
[symbool keersluis] keersluis
[symbool schutsluis] schutsluis.
[dubbele dikke lijn] polderkanaal voor 600 tons-schepen
[enkele lijn] normaal polderkanaal
[vierkant symbool] gemaal
[pijl] verbinding voor landverkeer
[streep-stip lijn] afdeelingsgrens
Tekst op de kaart (geografische aanduidingen):
* Noordelijk deel: HOOGKARSPEL, ENKHUIZEN, VENHUIZEN, BLOKKERHOEK, HOORN, SCHELLINKHOUT, OOSTERLEEK, WIJDENES, DE NES.
* Westelijk deel: SCHARWOUDE, SCHARDAM, ETTERSHEIM, OOSTHUIZEN, WARDER, EDAM, VOLENDAM, MONNIKENDAM, MARKEN, DE NES, BUITEN IJ, MUIDEN, MUIDERBERG.
* Poldergebied: toekomstige hoofdstad.
Coördinaten/Maten langs de randen:
60.000, 50.000, 40.000, 30.000, 20.000. Dit document is een technische kaart die de geplande infrastructuur weergeeft voor de Zuidelijke Polders van de Zuiderzeewerken. De kaart focust op de 'verkeersbanen', wat zowel waterwegen (kanalen voor 600 tons-schepen) als landverbindingen (aangegeven met pijlen naar de bestaande 'omliggende landen') omvat.
De kaart toont de contouren van wat later de Markerwaard en Oostelijk Flevoland zouden worden. Er is een duidelijk onderscheid tussen het 'aanbevolen plan' en diverse 'varianten' voor de loop van de kanalen en de positie van sluizen en gemalen. Een opvallend element is de aanduiding 'toekomstige hoofdstad' op de plek waar later Lelystad zou verrijzen, midden in het nog te ontpolderen gebied. De verbindingen met steden als Hoorn, Edam en Enkhuizen laten zien hoe de nieuwe polders geïntegreerd moesten worden in het bestaande Nederlandse wegen- en waternetwerk. De kaart dateert van februari 1941, een periode tijdens de Tweede Wereldoorlog waarin de werkzaamheden aan de Zuiderzeewerken op een lager pitje stonden maar de planvorming door de Dienst der Zuiderzeewerken voortging. Het project was gebaseerd op de wet van 1918 (de Zuiderzeewet) van Cornelis Lely.
De aanduiding 'toekomstige hoofdstad' verwijst naar de geplande centrale stad van het nieuwe land, vernoemd naar Lely. De kaart toont de Markerwaard als een integraal onderdeel van het plan, een polder die uiteindelijk nooit volledig is drooggelegd (met uitzondering van de Houtribdijk). De terminologie 'omliggende landen' duidt op de focus van deze specifieke bijlage: het waarborgen van de bereikbaarheid en belangen van de oude steden aan de kust van de voormalige Zuiderzee na de inpoldering.