Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 85
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Officiële brief/geleidebrief van de Gemeente Amsterdam.

19 december 1941. Van: Gemeente Amsterdam (namens de Gemeentelijke Zuiderzeecommissie). Aan: Het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken, 's-Gravenhage.

Origineel

Officiële brief/geleidebrief van de Gemeente Amsterdam. 19 december 1941. Gemeente Amsterdam (namens de Gemeentelijke Zuiderzeecommissie). Het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken, 's-Gravenhage. Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal

Telefoon: 43130, 43321

Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden.

A.P.W. 1941 No. 806
Bijlagen: 3
Uw brief:
Datum: 19 December 1941.

Onderwerp:

Het doet mij genoegen U hierby als eerste resultaat van den arbeid der Gemeentelijke Zuiderzeecommissie Amsterdam een tweetal nota’s te kunnen toezenden. Ik verzoek U deze nota’s, welke als bijlagen 2 en 3 bij dit schryven zijn gevoegd, te willen beschouwen als de "richtlynen", die, volgens door den Voorzitter der Commissie met U gemaakte afspraak als grondslag kunnen dienen voor het tusschen U en de Commissie te voeren overleg.

Ik stel het op prys U in het kort op de hoogte te stellen van de werkwyze der Commissie. In verband met den omvang en de veelzijdigheid van het te bestudeeren vraagstuk heeft de Commissie, na het opstellen van een voorloopig werkprogramma, besloten enkele der daarin genoemde onderwerpen ter bestudeering op te dragen aan daartoe ingestelde subcommissies, terwijl weer andere onderwerpen zich meer leenden voor een voorbereiding door één lid of wel door het bureau der Commissie. De subcommissies hebben elk voor zich voor het hun toegedachte onderwerp een meer in onderdeelen uitgewerkt programma opgesteld als leiddraad bij hun arbeid. Bijlage 1 geeft een overzicht van de onderwerpen, de wijze waarop en de personen door wie zij worden behandeld en de onderverdeeling, welke voor de daarvoor in aanmerking komende onderdeelen is opgesteld.

In bijlage 2 zijn enkele opmerkingen en verlangens neergelegd betreffende natuurschoon, ontspanning en toerisme (punt 5 van het werkprogramma), terwijl in bijlage 3 zijn weergegeven de beschouwingen met betrekking tot de belangen der Amsterdamsche scheepvaart op het Ysselmeer (punt 1 van het werkprogramma).

Zooals in den aanhef reeds is vermeld zijn deze nota’s niet meer dan het eerste resultaat van den arbeid der Commissie, die er naar heeft gestreefd, zoo spoedig dit bij een zoo veelzijdig onderwerp, waarvan haar slechts enkele globale gegevens konden worden verstrekt, doenlyk bleek te zijn, de door U gevraagde "richtlijnen" op te stellen in zoodanigen vorm, dat zij voldoenden grondslag voor het te openen overleg kunnen vormen.

Zoo zal de nota betreffende de scheepvaartbelangen nog moeten worden aangevuld met het resultaat van thans onder handen genomen uitvoerige berekeningen omtrent de op het IJ en Noordzeekanaal te verwachten stroomsnelheden. Voorts is ook nog een studie onderhanden betreffende den omvang van het uit de nieuwe polders te verwachten verkeer van aan en af te voeren goederen (grondstoffen en producten). Deze studie kon

A a n
het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken.
's-GRAVENHAGE.

Stempel linksonder:
Afd. P.W. Stadhuis
A’dam 19-12-’41

--- * Doel van de brief: De brief dient als officiële overdracht van de eerste onderzoeksresultaten van de Amsterdamse Zuiderzeecommissie aan de nationale Dienst der Zuiderzeewerken. Het doel is om een basis ("richtlijnen") te leggen voor verder overleg tussen de gemeente en de rijksoverheid.
* Inhoudelijke kernpunten:
* Er zijn drie bijlagen: een overzicht van de werkstructuur (1), een nota over natuur en toerisme (2) en een nota over de scheepvaartbelangen (3).
* De nadruk ligt op de impact van de inpoldering op Amsterdam, specifiek wat betreft de scheepvaart op het IJsselmeer en de stroomsnelheden in het Noordzeekanaal.
* De gemeente toont een proactieve houding door expertise aan te dragen over de toekomstige economische effecten (goederenstroom uit de nieuwe polders).
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "den arbeid", "zoodanigen", "hierby"). De toon is coöperatief maar zakelijk.

--- * Historische periode: De brief is gedateerd op 19 december 1941. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. Opmerkelijk is dat de civiele planning en de enorme infrastructurele projecten zoals de Zuiderzeewerken (de aanleg van de polders) gedurende de bezetting gewoon doorgingen.
* Zuiderzeewerken: In 1941 was de Noordoostpolder bijna drooggevallen (officieel in 1942). De plannen voor de latere polders (Flevoland) werden in deze periode technisch en beleidsmatig voorbereid.
* Lokaal belang: Amsterdam maakte zich grote zorgen over de bereikbaarheid van de haven en de invloed van de nieuwe polders op de waterhuishouding en stroomsnelheden rond het IJ. Deze brief getuigt van de technische en planologische voorbereidingen die de stad trof om haar belangen veilig te stellen in een ingrijpend veranderend Nederlands landschap.

Samenvatting

  • Doel van de brief: De brief dient als officiële overdracht van de eerste onderzoeksresultaten van de Amsterdamse Zuiderzeecommissie aan de nationale Dienst der Zuiderzeewerken. Het doel is om een basis ("richtlijnen") te leggen voor verder overleg tussen de gemeente en de rijksoverheid.
  • Inhoudelijke kernpunten:
    • Er zijn drie bijlagen: een overzicht van de werkstructuur (1), een nota over natuur en toerisme (2) en een nota over de scheepvaartbelangen (3).
    • De nadruk ligt op de impact van de inpoldering op Amsterdam, specifiek wat betreft de scheepvaart op het IJsselmeer en de stroomsnelheden in het Noordzeekanaal.
    • De gemeente toont een proactieve houding door expertise aan te dragen over de toekomstige economische effecten (goederenstroom uit de nieuwe polders).
  • Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "den arbeid", "zoodanigen", "hierby"). De toon is coöperatief maar zakelijk.

Historische Context

  • Historische periode: De brief is gedateerd op 19 december 1941. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. Opmerkelijk is dat de civiele planning en de enorme infrastructurele projecten zoals de Zuiderzeewerken (de aanleg van de polders) gedurende de bezetting gewoon doorgingen.
  • Zuiderzeewerken: In 1941 was de Noordoostpolder bijna drooggevallen (officieel in 1942). De plannen voor de latere polders (Flevoland) werden in deze periode technisch en beleidsmatig voorbereid.
  • Lokaal belang: Amsterdam maakte zich grote zorgen over de bereikbaarheid van de haven en de invloed van de nieuwe polders op de waterhuishouding en stroomsnelheden rond het IJ. Deze brief getuigt van de technische en planologische voorbereidingen die de stad trof om haar belangen veilig te stellen in een ingrijpend veranderend Nederlands landschap.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →