Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 89
Dossier 113
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte nota/advies (doorslag of kopie).

Van: Gemeentelyke Zuiderzeecommissie Amsterdam.

Origineel

Getypte nota/advies (doorslag of kopie). Gemeentelyke Zuiderzeecommissie Amsterdam. Gemeentelyke Zuiderzeecommissie
Amsterdam

Bylage 2

Enkele opmerkingen omtrent Ontspanning, Natuurschoon, Toerisme.

De hoofdstad is op het gebied van natuurschoon en ontspanning spaarzaam bedeeld. In de directe omgeving vindt men slechts het polderlandschap, dat door zyn gevarieerden aard en zyn vele plassen en waterloopen weliswaar boeiend en bekoorlyk is, doch zich slecht leent voor de recreatie der groote massa.

Een der belangrykste elementen vormt het Ysselmeer, dat als watersportgebied en uit toeristisch oogpunt voor stadgenoot en vreemdeling steeds van groote beteekenis is geweest.

De drooglegging der Zuidelyke polders zal het karakter en het aspect van dit wyde watergebied zeer ingrypend wyzigen. Voor de zeilsport blyven in de toekomst slechts Ymeer met Gouwmeer en Eemmeer beschikbaar voor hen, die dicht by huis willen blyven, terwyl het Ysselmeer, zy het ook in sterk verkleinden vorm, gelegenheid bieden zal voor kruistochten van meerdere dagen.

Hoewel de Commissie het alles overheerschende landsbelang van de inpolderingswerken zonder voorbehoud erkent, heeft zy gemeend het zeer gevoelig verlies aan natuurschoon, dat daarvan het gevolg zal zyn, in haar beschouwingen te moeten betrekken. Voor onze burgers zoowel als voor het Amsterdamsche vreemdelingenverkeer is het immers van zeer veel belang te achten, dat de nadeelige gevolgen der technische werken zooveel mogelyk worden verzacht. Daartoe zal het noodig zyn er by het opmaken van het plan voor de polders van meet af aan doelbewust naar te streven, dat het nieuwe land, wat zyn indeeling en zyn begrenzingen betreft, niet alleen een voortreffelyk ingericht agrarisch gebied, doch tevens een zoo schoon mogelyk landschap zal worden. Met andere woorden, de ontwerper van het plan voor den polder zal de waterstaatkundige, de cultuurtechnische en de landschappelyke eischen zorgvuldig tegen elkaar moeten afwegen, opdat het plan niet alleen een harmonische ontwikkeling mogelyk maakt van de vier hoofdelementen van het maatschappelyk leven der toekomstige bewoners: werken, wonen, ontspanning en verkeer, doch tevens een landschap van groote schoonheid ontstaat.

Geldt dit in het algemeen voor elke in wezen stedebouwkundige opgave, voor een zoo grootsche en naar omvang en karakter zoo zeldzame opgave als het scheppen van een nieuwen polder van 150.000 ha - ongeveer de grootte van de provincie Utrecht - is dit natuurlyk in zeer versterkte mate het geval. Ten aanzien van het te bespreken punt, dat gemakshalve met het algemeene begrip "natuurschoon" is aangeduid, mogen dan hier enkele opmerkingen volgen uit het oogpunt van de belangen, die hier voor Amsterdam by zyn betrokken. Het toekomstige beeld van het nieuwe land zal door den bezoeker beoordeeld worden, zoowel te water als te land, zoodat zoowel de vormgeving van de dyken als die van het polderlandschap zelve de aandacht vragen.

Dyken: Zooals uit het by de nota van het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken overgelegde plan blykt, is er een zeer groote tegenstelling tusschen het karakter van de nieuw aan te leggen dyken en de bestaande kustlyn. Laatstgenoemde heeft een grillig, sterk bewogen, romantisch beloop, waarby de silhouetten der talryke kustplaatsen het beeld zeer verlevendigen. Deze uiterst gevoelige kustlyn vormt de groote bekoring zoowel van de waterzyde als voor hen die te land de kustlyn volgen.

Het spreekt vanzelf, dat het niet mogelyk is deze in den loop der eeuwen en stuksgewys ontstane kustlyn by den aanleg van de nieuwe polders na te bootsen. De nieuwe dyken zullen volgens de plannen uit een opeenvolging van zeer lange rechte gedeelten bestaan, waardoor de tegenstelling tusschen oud en nieuw wel zeer sterk zal spreken. Deze tegenstelling zal het meest opvallen op die plaatsen, waar oud en nieuw land elkaar dicht benaderen, dus by de randkanalen.

De Commissie meent, dat alle financieel en technisch binnen het bereik liggende middelen te baat moeten worden genomen om deze tegenstellingen te verzachten en daardoor een landschappelyk beeld te verkrygen, dat ook op dit gebied getuigenis zal afleggen van ons hedendaagsch inzicht en kunnen. Zy meent dat een al te groote tegenstelling tusschen oud en nieuw kan worden vermeden door: In dit document uit de Commissie haar zorgen over de impact van de Zuiderzeewerken op de recreatiemogelijkheden en het natuurschoon rondom Amsterdam.

  • Verlies van open water: De Commissie stelt vast dat Amsterdam weinig natuurgebieden heeft en sterk afhankelijk is van het IJsselmeer voor watersport. De inpoldering zal dit areaal drastisch verkleinen.
  • Pleidooi voor integrale planning: Men pleit ervoor dat de nieuwe polders (zoals de huidige Flevopolder) niet puur functioneel-agrarisch ingericht worden. Er moet een balans zijn tussen "wonen, werken, ontspanning en verkeer".
  • Esthetiek van de dijken: Er wordt specifiek gewezen op het contrast tussen de oude, grillige kustlijn van de Zuiderzee en de nieuwe, strakke, technische dijken. De Commissie adviseert om de overgang bij de randkanalen landschappelijk te verzachten om het "romantische" karakter niet volledig te verliezen. Dit document is geschreven tijdens de grootschalige transformatie van de Nederlandse waterhuishouding in de 20e eeuw: de Zuiderzeewerken (gebaseerd op het Plan-Lely). Nadat de Afsluitdijk in 1932 werd voltooid, begon de planning voor de grote polders in het nieuwe IJsselmeer.

Amsterdam, als groeiende wereldstad, maakte zich zorgen over de leefbaarheid en de "uitwijkmogelijkheden" voor haar bewoners. De nota getuigt van een vroeg stadium van landschapsarchitectuur en planologie, waarbij men begon in te zien dat grootschalige civieltechnische projecten ook een maatschappelijke en esthetische verantwoordelijkheid dragen. De genoemde "randkanalen" zijn uiteindelijk inderdaad een belangrijk onderdeel geworden van de ruimtelijke inrichting tussen het 'oude' en het 'nieuwe' land.

Samenvatting

In dit document uit de Commissie haar zorgen over de impact van de Zuiderzeewerken op de recreatiemogelijkheden en het natuurschoon rondom Amsterdam.

  • Verlies van open water: De Commissie stelt vast dat Amsterdam weinig natuurgebieden heeft en sterk afhankelijk is van het IJsselmeer voor watersport. De inpoldering zal dit areaal drastisch verkleinen.
  • Pleidooi voor integrale planning: Men pleit ervoor dat de nieuwe polders (zoals de huidige Flevopolder) niet puur functioneel-agrarisch ingericht worden. Er moet een balans zijn tussen "wonen, werken, ontspanning en verkeer".
  • Esthetiek van de dijken: Er wordt specifiek gewezen op het contrast tussen de oude, grillige kustlijn van de Zuiderzee en de nieuwe, strakke, technische dijken. De Commissie adviseert om de overgang bij de randkanalen landschappelijk te verzachten om het "romantische" karakter niet volledig te verliezen.

Historische Context

Dit document is geschreven tijdens de grootschalige transformatie van de Nederlandse waterhuishouding in de 20e eeuw: de Zuiderzeewerken (gebaseerd op het Plan-Lely). Nadat de Afsluitdijk in 1932 werd voltooid, begon de planning voor de grote polders in het nieuwe IJsselmeer.

Amsterdam, als groeiende wereldstad, maakte zich zorgen over de leefbaarheid en de "uitwijkmogelijkheden" voor haar bewoners. De nota getuigt van een vroeg stadium van landschapsarchitectuur en planologie, waarbij men begon in te zien dat grootschalige civieltechnische projecten ook een maatschappelijke en esthetische verantwoordelijkheid dragen. De genoemde "randkanalen" zijn uiteindelijk inderdaad een belangrijk onderdeel geworden van de ruimtelijke inrichting tussen het 'oude' en het 'nieuwe' land.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →