Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 115
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte pagina uit een rapport of nota (genummerd als pagina -5-).

Origineel

Getypte pagina uit een rapport of nota (genummerd als pagina -5-). [Bovenaan de pagina in rode inkt geschreven:]
Zie wijziging achteraan

-5-

sen per ha zich in de toekomst vermoedelijk in zekere mate zal voortzetten. Dit zal zich dan ongetwijfeld ook voelbaar maken in de jonge poldergebieden, waar doelmatige verkaveling en rationeeele inrichting van bedrijfsgebouwen, alsmede de mentaliteit der kolonisten bij uitstek gunstig zijn voor de toepassing van nieuwe landbouwmethoden.

De vraag rijst thans, welk deel van de productie voor eigen gebruik in den polder zal worden aangewend en welk deel zal worden afgevoerd. Men kan in het algemeen zeggen, dat de omvang van den afvoer meer met dien van de productie zal samenvallen naarmate de cultuur in de betrokken streek eenzijdiger is.

Waar de graanbouw in monocultuur wordt uitgeoefend, zal vrijwel de geheele productie worden afgevoerd. Waar daarentegen, zooals op de zand- en lichte zavelgronden, het gemengde bedrijf overheerscht, wordt de opbrengst van het bouwland goeddeels aan het vee vervoederd. Zoo zal de voor afvoer in aanmerking komende akkerbouwproductie van de + 10000 ha zandigen bouwgrond in den Zuidwestpolder niet groot zijn en de in het bovenstaande op 40000 ton geraamde melkproductie van de 10000 ha weiland in dit gebied zal vermoedelijk grootendeels in ter plaatse te stichten zuivelfabrieken worden verwerkt tot enkele duizenden tonnen boter en kaas.

In de Haarlemmermeer, waar het grasland 1/5 van de oppervlakte van het bouwland beslaat, wordt, zooals in het bovenstaande werd vermeld, 1/4 à 1/5 van de landbouwproductie in den polder zelf verbruikt; het betreft hier producten als aardappelen, stroo, zaden, klaver, lucerne, voederbieten, enz. In de Zuidelijke Zuiderzeepolders, met verhoudingsgewijs minder grasland, zal het eigen verbruik een kleinere plaats innemen. Men zal het goeddeels kunnen compenseeren met den op het productiecijfer te leggen toeslag voor plantendeelen, zooals bieterkoppen, blad, loof e.d., die wel vervoerd doch niet in de opbrengstcijfers begrepen worden. Onze berekening leidt ons derhalve tot de uitkomst, dat de afvoer van de beide Zuidelijke Zuiderzeepolders niet in de eerste jaren van de exploitatie, doch op den duur, op ongeveer 2000000 ton 's jaars gesteld moet worden. Bij het noemen van dit cijfer moet een voorbehoud worden gemaakt met betrekking tot de mogelijkheid van de vestiging van landbouwindustrieën in den polder; immers, zulke industrieën zouden een deel van de productie (suikerbieten, aardappelen) verwerken tot consumptiegoederen met veel geringer gewicht dan de gebezigde plantaardige grondstoffen. Zouden de in de polders te verbouwen suikerbieten aldaar tevens industrieel verwerkt worden, dan zou dit het kwantum af te voeren goederen met ongeveer 500000 ton verminderen. Er worde hier volstaan met op dezen factor te wijzen; over de mate van waarschijnlijkheid van zulke industrievestiging zal de commissie zich bij een andere gelegenheid moeten uitspreken.

A 2. De totale omvang van den aanvoer van goederen.
In het voorgaande bleek, dat in een landbouwstreek de raming van de agrarische productie een goeden grondslag vormt voor een schatting van den omvang van den afvoer van goederen. De schatting van den aanvoer biedt grootere moeilijkheden. Wij kennen in ons land geen vervoersstatistiek, waaruit voor de gezamenlijke vervoerswijzen de totale omvang van den aanvoer van goederen in streken van verschillende structuur kan worden gekend. Daarom moeten wij van incidenteele gegevens en van verschillende ramingen gebruik maken.

In het reeds genoemde rapport over de kanalisatie van Westfriesland geeft Ir. Ringers de volgende cijfers, die door hem werden afgeleid en geschat in overleg met deskundigen uit de streek zelf:

aanvoer van brandstoffen 60000 ton;
" " bouwmaterialen 60000 " ;
" " meststoffen 43000 " ;
" " stroo en hooi 3200 " ;
" " veevoeder 10000 " ;
" " levensmiddelen, gereed-
schappen, huishoudelijke artikelen 50000 " ;
----------
totaal 226000 ton.

Voor een streek ter oppervlakte van 67000 ha en met toen 125000 inwoners (w.o. 43000 in Hoorn, Alkmaar en Enkhuizen) komt dit neer op 3 1/3 ton per ha en op bijna 2 ton per inwoner.

Ir. J.C. Ramaer schatte 1) op grond van de genoemde studies van

1) Het goederenverkeer in Nederland in de laatste jaren, Tijdschrift van het Kon. Ned. Aardr. Genootschap 1926, blz. 331; in de Ingenieur van 18 Juli 1925, blz. 608, noemde Ir. Ramaer andere, later door hem gecorrigeerde cijfers. * Kernboodschap: De tekst analyseert de logistieke stromen (aanvoer en afvoer) van goederen in nieuwe en bestaande poldergebieden. De hoofdvraag is hoe de landbouwstructuur (monocultuur versus gemengd bedrijf) de transportbehoefte beïnvloedt.
* Economische raming: Voor de Zuidelijke Zuiderzeepolders wordt een uiteindelijke jaarlijkse afvoer van 2.000.000 ton geraamd. Er wordt opgemerkt dat lokale industrie (zoals suikerfabrieken) dit gewicht aanzienlijk kan verlagen (met 500.000 ton), omdat eindproducten lichter zijn dan grondstoffen.
* Methodiek: Bij gebrek aan nationale vervoersstatistieken gebruikt de auteur vergelijkende data van Westfriesland (cijfers van Ir. Ringers) en studies van Ir. Ramaer om tot een raming per hectare en per inwoner te komen.
* Taalgebruik: Formeel, technisch Nederlands met de kenmerkende spelling van vóór de grote spellingwijziging (bijv. "rationeele", "incidenteele", "zooals"). Dit document is hoogstwaarschijnlijk een onderdeel van de voorbereidende studies voor de inrichting van de IJsselmeerpolders (de Zuiderzeewerken). De genoemde Ir. J.A. Ringers was een invloedrijk waterbouwkundig ingenieur en later minister, die nauw betrokken was bij grote infrastructurele projecten.

De tekst illustreert de verschuiving in de vroege 20e eeuw naar een wetenschappelijke benadering van ruimtelijke ordening. Men keek niet alleen naar het droogmalen van land, maar ook naar de sociaaleconomische inrichting: van de mentaliteit van de "kolonisten" (de nieuwe boeren) tot de noodzakelijke capaciteit van kanalen en wegen voor de afvoer van suikerbieten en zuivel. De referentie naar Westfriesland dient hierbij als 'best practice' of vergelijkingsmateriaal.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De tekst analyseert de logistieke stromen (aanvoer en afvoer) van goederen in nieuwe en bestaande poldergebieden. De hoofdvraag is hoe de landbouwstructuur (monocultuur versus gemengd bedrijf) de transportbehoefte beïnvloedt.
  • Economische raming: Voor de Zuidelijke Zuiderzeepolders wordt een uiteindelijke jaarlijkse afvoer van 2.000.000 ton geraamd. Er wordt opgemerkt dat lokale industrie (zoals suikerfabrieken) dit gewicht aanzienlijk kan verlagen (met 500.000 ton), omdat eindproducten lichter zijn dan grondstoffen.
  • Methodiek: Bij gebrek aan nationale vervoersstatistieken gebruikt de auteur vergelijkende data van Westfriesland (cijfers van Ir. Ringers) en studies van Ir. Ramaer om tot een raming per hectare en per inwoner te komen.
  • Taalgebruik: Formeel, technisch Nederlands met de kenmerkende spelling van vóór de grote spellingwijziging (bijv. "rationeele", "incidenteele", "zooals").

Historische Context

Dit document is hoogstwaarschijnlijk een onderdeel van de voorbereidende studies voor de inrichting van de IJsselmeerpolders (de Zuiderzeewerken). De genoemde Ir. J.A. Ringers was een invloedrijk waterbouwkundig ingenieur en later minister, die nauw betrokken was bij grote infrastructurele projecten.

De tekst illustreert de verschuiving in de vroege 20e eeuw naar een wetenschappelijke benadering van ruimtelijke ordening. Men keek niet alleen naar het droogmalen van land, maar ook naar de sociaaleconomische inrichting: van de mentaliteit van de "kolonisten" (de nieuwe boeren) tot de noodzakelijke capaciteit van kanalen en wegen voor de afvoer van suikerbieten en zuivel. De referentie naar Westfriesland dient hierbij als 'best practice' of vergelijkingsmateriaal.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →