Getypte rapportpagina (pagina 4).
Origineel
Getypte rapportpagina (pagina 4). -4-
Men ziet uit dit staatje, hoezeer de opbrengsten uiteenloopen, die de verschillende gewassen per ha opleveren. Het gaat er daarom bij een raming van de productie vooral om, een goed uitgangspunt te hebben in een verantwoord teeltplan. In verband met de daarmede onvermijdelijk gepaard gaande onzekerheden is in het volgende tweeërlei berekening opgezet: één voor een teeltplan, dat ongeveer met dat van de Wieringermeer overeenkomt en waarin de graanbouw een groote plaats inneemt en vervolgens één voor een teeltplan, welks verhoudingen met die van de gezamenlijke Nederlandsche zeekleigebieden overeenkomen. De uitkomst van de eerste berekening kan geacht worden de grootte van de productie aan te geven in de eerste jaren na het in cultuur brengen, terwijl de uitkomst van de tweede berekening een aanwijzing geeft voor de productie in een later stadium van de ontwikkeling der polders.
Eerste berekening: grootte van de productie bij een teeltplan als in de Wieringermeer.
| Gewas | Oppervlakte in % | Oppervlakte in ha | Opbrengst per ha | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Tarwe | 40 | 50000 | 4000 kg korrel en 5500 kg stroo | 475000 ton |
| Haver | 15 | 18750 | 4000 kg korrel en 4500 kg stroo | 159375 " |
| Overige granen$^1$) | 5 | 6250 | 3500 kg korrel en 3500 kg stroo | 43750 " |
| Erwten en boonen | 10 | 12500 | 3500 kg korrel en 3500 kg stroo | 87500 " |
| Vlas | 10 | 12500 | 7000 kg (ongerepeld) | 87500 " |
| Andere handels- gewassen$^2$) | 5 | 6250 | 1500 kg | 9375 " |
| Suikerbieten | 5 | 6250 | 40000 kg | 250000 " |
| Aardappelen | 5 | 6250 | 25000 kg | 156250 " |
| Groenvoeder | 5 | 6250 | 4000 kg | 25000 " |
| 125000 | 1293750 ton |
$^1$) gerst, rogge.
$^2$) koolzaad, karwij, zaden.
Tweede berekening: grootte van de productie bij een teeltplan als in de gezamenlijke Nederlandsche zeekleigebieden.
| Gewas | Oppervlakte in % | Oppervlakte in ha | Opbrengst per ha | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Tarwe | 25 | 31250 | 4000 kg korrel en 5500 kg stroo | 296875 ton |
| Haver | 8 | 10000 | 4000 kg korrel en 4500 kg stroo | 85000 " |
| Overige granen | 11 | 13750 | 3500 kg korrel en 3500 kg stroo | 96250 " |
| Erwten en boonen | 10 | 12500 | 3500 kg korrel en 3500 kg stroo | 87500 " |
| Vlas | 6 | 7500 | 7000 kg (ongerepeld) | 52500 " |
| Handelsgewassen | 4 | 5000 | 1500 kg | 7500 " |
| Aardappelen | 13 | 16250 | 25000 kg | 406250 " |
| Suikerbieten | 10 | 12500 | 40000 kg | 500000 " |
| Andere hakvruchten | 6 | 7500 | 50000 kg | 375000 " |
| Groenvoeder | 7 | 8750 | 4000 kg | 35000 " |
| 100 | 125000 | 1941875 ton |
De berekende cijfers betreffen de 125000 ha bouwland; voor de 10000 ha grasland (zie blz. 2) kan een melkproductie van ongeveer 40000 ton geraamd worden, bovendien een zeker kwantum rund- en varkensvleesch.
De omvang van de productie zou dus bedragen:
| bij teeltplan I | bij teeltplan II | |
|---|---|---|
| in totaal ± | 1350000 ton | ± 2000000 ton |
| per ha cultuurgrond ± | 10 " | ± 15 " |
Het eerste cijfer mag gelden als een benadering tijdens de prille jeugd van de polders; op den duur zal de productie het tweede cijfer dichter benaderen. Te meer zal dit het geval zijn, omdat de in het verleden waargenomen toeneming van de opbrengsten der verschillende gewas-
Schr.P.W.Asd.
--- * Vergelijking: De tekst vergelijkt twee stadia van landbouwontwikkeling. "Teeltplan I" is gebaseerd op de Wieringermeer (nieuw land) en richt zich sterk op graan (40% tarwe). "Teeltplan II" weerspiegelt de algemene Nederlandse zeekleigebieden (volgroeid land), waar de teelt diverser is met meer aardappelen, bieten en "hakvruchten".
* Productiviteit: Er wordt een significante stijging in opbrengst voorzien naarmate de polder "volwassen" wordt: van circa 10 ton naar 15 ton per hectare.
* Methodiek: Opvallend is dat bij de totaalgewichten ("tonnen") zowel het graan (de korrel) als het stro wordt meegeteld, wat de hoge totaalaantallen verklaart.
* Oppervlakte: De berekening is gebaseerd op een areaal van 125.000 hectare bouwland en 10.000 hectare grasland.
--- Dit document maakt deel uit van de planologische voorbereiding van de grote IJsselmeerpolders (de Zuiderzeewerken). Gezien de genoemde oppervlakte van 125.000 hectare en de vergelijking met de Wieringermeer (die in 1930 droogviel), betreft dit waarschijnlijk een raming voor de Noordoostpolder of de latere Flevopolders. De spelling ("Nederlandsche") en de zakelijke, cijfermatige benadering zijn typerend voor de rapportages van de Dienst der Zuiderzeewerken of de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders uit de periode 1930-1950. Het document laat zien hoe cruciaal de landbouw was als economische motor voor de nieuwe gebieden.