Getypte pagina uit een rapport of wetenschappelijke verhandeling.
Origineel
Getypte pagina uit een rapport of wetenschappelijke verhandeling. -16-
besteed zijn$^{1)}$. Zulke cijfers - men spreekt van arbeidscoëfficiënten -
zijn in de laatste jaren door middel van het zg. tijdschrijven o.a.
verzameld door landbouwbedrijfsstudiegroepen van de Groninger Maat-
schappij van Landbouw en in de Wieringermeer. Hier volgen enkele cij-
fers, vermeld bij Vondeling$^{2)}$:
Aantal manuren per ha per jaar
| Gewas | Groningen 1939 kleibedrijven gemiddeld ± 60 ha groot | Wieringermeer 1939 |
| :--- | :--- | :--- |
| Zomertarwe | 246 | 185 |
| Wintertarwe | 285 | 254 |
| Zomergerst | 265 | 167 |
| Haver | 245 | 176 |
| Erwten | 340 | 270 |
| Suikerbieten | 634$^{3)}$ | 509$^{4)}$ |
| Vlas | 640 | 316 |
Blijkbaar moet men deze arbeidscoëfficiënten voorzichtig hantee-
ren, aangezien bij het beperkte aantal waarnemingen en bij de van jaar
tot jaar verschillende omstandigheden, aanzienlijke verschillen bij
eenzelfde gewas optreden. Toch is de algemeen geringere arbeidsbehoef-
te in de Wieringermeer, zooals die spreekt uit bovenstaande cijfers,
geen toevallig resultaat der waarnemingen, doch een gevolg van de
rationeele werkwijze in de nieuwe droogmakerij, veroorzaakt door gun-
stige verkaveling, uitstekende ontwatering, goede hoedanigheid van
den grond en bevorderd door ruime aanwending van machines. Er is hier
sprake van een blijvend verschil met het oude land, dat den voorsprong
van de nieuwe polders slechts langzaam en ten deele zal kunnen inha-
len. Wij zullen nu voor de Zuidelijke polders, op het voetspoor van
Vondeling ( t.a.p. blz 19 ) aan de berekening de hierna te noemen ar-
beidscoefficiënten ten grondslag leggen, die over de geheele lijn een
iets grootere arbeidsbehoefte weergeven dan in de Wieringermeer werd
waargenomen:
granen 200 manuren per jaar;
peulvruchten 275 " " " ;
vlas (gerepeld) 600 " " " ;
suikerbieten 525 " " " ;
aardappelen 1000 " " " ;
grasland 250 " " " .
Voor handelsgewassen (andere dan vlas) stellen wij den arbeids-
coëfficiënt op 250, voor hakvruchten (andere dan aardappelen of sui-
kerbieten) op 500 en voor groenvoeder op 250. Voor de beide boven be-
handelde bouwplannen (zie blz. 4) komen wij dan tot de volgen-
de berekening der arbeidsbehoefte.
Bouwplan I
50000 ha tarwe à 200 manuren/ha 10000000 manuren;
18750 " haver à 200 idem 3750000 " ;
6250 " gerst, rogge, enz à 200 idem 1250000 " ;
12500 " erwten, boonen à 275 idem 3437500 " ;
12500 " vlas (ger.) à 600 idem 7500000 " ;
6250 " handelsgewassen à 250 idem 1562500 " ;
6250 " suikerbieten à 525 idem 3281250 " ;
6250 " aardappelen à 1000 idem 6250000 " ;
6250 " groenvoeder à 250 idem 1562500 " ;
10000 " grasland à 250 idem 2500000 " ;
rechtstreeksche werkzaamheden aan de verschillen-
de gewassen: 41093750 manuren.
1) Deze methode werd o.a. toegepast door J. Godefroy, Enkele arbeids-
problemen van de Wieringermeer, Alphen a/d Rijn 1941, Hoofdstuk II
en door Ir. A. Vondeling, Enkele opmerkingen over den Noordoostpol-
der in het bijzonder over de te verwachten arbeidsbehoefte en be-
volkingsgrootte, Mensch en Maatschappij 1942.
2) T.a.p. blz. 17 .
3) gerepeld.
4) ongerepeld.
Schr. P.W. Asd. De tekst analyseert de efficiëntie van landbouwarbeid (uitgedrukt in manuren per hectare) in de vroege 20e eeuw. De kern van het betoog is dat de "nieuwe polders" (zoals de Wieringermeer) aanzienlijk efficiënter zijn dan het "oude land" (Groningen).
Belangrijke observaties in het document:
* Technologische voorsprong: De lagere arbeidsbehoefte in de Wieringermeer wordt toegeschreven aan rationele verkaveling, goede ontwatering en mechanisatie.
* Data-gedreven planning: Er wordt gebruikgemaakt van "tijdschrijven" om tot gemiddelden te komen.
* Toekomstplanning: De data worden gebruikt om de benodigde bevolkingsomvang en arbeidsbehoefte voor de nog aan te leggen "Zuidelijke polders" (Flevoland) en de Noordoostpolder te berekenen.
* Bouwplan I: Dit is een grootschalig theoretisch model voor 140.000 hectare landbouwgrond, waarbij de totale arbeidsbehoefte wordt becijferd op ruim 41 miljoen manuren. Dit document stamt uit een cruciale periode in de Nederlandse waterbouw en landbouwgeschiedenis (ca. 1941-1942). Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het plannen voor de IJsselmeerpolders gewoon door.
De genoemde Ir. A. (Anne) Vondeling was een landbouwkundig ingenieur die destijds werkte aan de sociaaleconomische planning van de Noordoostpolder. Hij zou later landelijke bekendheid krijgen als politicus en leider van de PvdA.
Het document illustreert de verschuiving van traditionele landbouw naar moderne, grootschalige en gemechaniseerde landbouw ("agribusiness" avant la lettre). De nadruk op "rationeele werkwijze" is typerend voor de moderniseringsdrift van de ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken en de Directie van de Wieringermeer.