Notulen (verslag) van een vergadering.
Origineel
Notulen (verslag) van een vergadering. 16 juli 1941. Gemeentelyke Zuiderzee-Commissie Amsterdam.
Notulen van de 2e vergadering der commissie op Woensdag 16 Juli 1941, te 14 uur, in de vergaderzaal van den Dienst der Publieke Werken, Raadhuis, kamer 202.
Aanwezig de leden: Ir.C.J.Neiszen, Wethouder voor de Publieke Werken (Voorzitter), Ir.C.Biemond, L.Boogerd, Ir.W.A.de Graaf, J.van Hasselt, G.Key Jzn., Ir.E.de Kruyff, Dr.W.Lulofs, Ir.L.S.P.Scheffer (Secretaris), C.F.Sixma en B.de Vries, alsmede Dr.J.H.Tuntler (Directeur van den Gem. Geneeskundigen en Gezondheidsdienst) en Dr.G.Th.J.Delfgaauw (adjunct-secretaris).
Opening.
De VOORZITTER opent de vergadering en heet in het byzonder Dr.Tuntler welkom, die zich bereid heeft verklaard, de hygiënische zyden van het vraagstuk toe te lichten.
Notulen.
De notulen worden zonder opmerkingen goedgekeurd en vastgesteld.
Besprekingen met Waterstaat.
De VOORZITTER heeft op 16 Juni een onderhoud gehad met den Secretaris-Generaal van Waterstaat. Deze ging volkomen accoord met rechtstreeksche bespreking tusschen den Voorzitter en het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken, om overleg tusschen de Commissie en dien Dienst te bevorderen en om te vermyden, dat het by eenig reeds uitgewerkt onderdeel noodig zou worden, dat Amsterdam kritiek zou moeten uitoefenen.
De Dienst der Zuiderzeewerken is echter niet geheel vry in de werkwyze, omdat de kans bestaat, dat de Dienst voor het Nationale Plan het inrichten der Zuidelyke polders nog zal beïnvloeden. Thans is men by dien Dienst echter nog volop bezet met de interne organisatie van het bureau, zoodat overleg hiermede nog geen zin heeft.
Over de kwestie van de stedebouwkundige leiding van het bureau der Zuiderzeewerken kon de Secretaris-Generaal nog geen definitieve mededeelingen doen; deze zaak is nog in overweging. Wel heeft Waterstaat van de vorige polders veel geleerd en hoopt die ervaring in de Zuidelyke polders toe te passen. Het agrarisch belang blyft de hoofdzaak.
De kwestie van de vastgestelde definitieve ligging der dyken om den Zuidwestelyken polder en de gebogen loop van het middenkanaal loopt naar het inzicht van den Secretaris-Generaal niet vooruit op de verdere inrichting der polders, waarvan de Zuidwestelyke polder nu het eerst (in ± 7 jaar) zal worden gemaakt.
De Secretaris-Generaal gaat accoord met het spoedig opstellen van richtlynen in onze subcommissies, die in den loop van het najaar met den heer De Blocq van Kuffeler besproken kunnen worden. Is men het daaromtrent eens, dan kan de verdere uitwerking door onze Commissie op een reëele basis plaats vinden.
Vervolgens had de Voorzitter op 23 Juni een onderhoud met het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken. Deze gaat accoord met het zoo vlug mogelyk opstellen van richtlynen van wenschelykheden in onze Commissie; deze concept-richtlynen kunnen dan met hem worden besproken en daarna onzerzyds worden uitgewerkt op een gezamenlyk overeengekomen grondslag. Spoed is gewenscht.
Zuiderzeewerken moet allerlei belangen, behalve die van Amsterdam, overwegen en in ieder geval tot een compromis komen, waarby ieders belang zoo goed mogelyk behartigd wordt. De dyken en het tracé van het middenkanaal liggen vast. De Oranjesluizen blyven ten Westen van het Y-meer. Amsterdam is, * Kern van de bespreking: De commissie overlegt over de ruimtelijke ordening en de belangen van Amsterdam bij de aanleg van de "Zuidelyke polders" (de huidige Flevopolder). Er wordt gezocht naar een directe lijn van overleg met de landelijke Dienst der Zuiderzeewerken om achteraf kritiek te voorkomen.
* Belangrijke spelers: Ir. C.J. Neiszen (Wethouder PW Amsterdam), de Secretaris-Generaal van Waterstaat en Ir. V.J.P. de Blocq van Kuffeler (destijds een sleutelfiguur bij de Zuiderzeewerken).
* Tijdlijn: Er wordt gesproken over een start van de Zuidwestelijke polder over ongeveer 7 jaar (ca. 1948). Dit is een interessante inschatting midden in de oorlogstijd.
* Prioriteiten: Het document vermeldt expliciet dat het "agrarisch belang" de hoofdzaak blijft, maar dat Amsterdam haar eigen belangen (zoals hygiëne en stedebouw) veilig wil stellen. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1941). Ondanks de oorlog gingen de voorbereidingen voor de grootschalige drooglegging van de Zuiderzee (het Zuiderzeeproject) door. Amsterdam was zeer betrokken omdat de nieuwe polders (met name de Zuidelijk Flevopolder) direct aan de stad zouden grenzen en grote invloed zouden hebben op de waterhuishouding, de scheepvaart (het IJ-meer) en de uitbreidingsmogelijkheden van de stad. De genoemde Dr. J.H. Tuntler was een bekend figuur in de Amsterdamse volksgezondheid; zijn aanwezigheid onderstreept dat men zich destijds al zorgen maakte over de hygiënische effecten van het afsluiten van waterwegen nabij een grote stad. C.J. Neiszen J.H. Tuntler V.J.P. de Blocq Publieke Werken