Afschrift van een ambtelijke brief/rapport.
Origineel
Afschrift van een ambtelijke brief/rapport. 24 juli 1941. G.G.D. Kabinet (gericht aan de Regeeringscommissaris). Afschrift.
GEMEENTELYKE GENEESKUNDIGE
EN GEZONDHEIDSDIENST.
No.1708 G.G.D.
Amsterdam, 24 Juli 1941.
Naar aanleiding van de bespreking op 16 Juli jl., bericht ik U in aansluiting aan myn brief dd. 19 Juni j.l. No. 1708 G.G.D. Kabinet, gericht aan den Regeeringscommissaris, het volgende:
-
Door den Gemeentelyken Geneeskundigen en Gezondheidsdienst wordt sinds langen tyd geregeld een onderzoek gedaan naar den invloed van de rioleering op de voormalige Zuiderzee en het IJsselmeer, in opdracht van het Ryk. Dit onderzoek geschiedt bacteriologisch, biologisch en chemisch. Door de nieuwe inpoldering zal het meer, waarin het rioolvocht terecht komt, sterk verkleind worden en hoewel verwacht mag worden, dat hiervan geen byzondere bezwaren zullen worden ondervonden, zal het noodzakelyk zyn om den gewyzigden toestand nauwkeurig te volgen om, indien bezwaren worden ondervonden van hygiënischen aard tydig maatregelen te kunnen voorstellen.
-
Naar het zoutgehalte van de boezem- en polderwateren in Noord-Holland wordt reeds geruimen tyd een onderzoek ingesteld. Dit onderzoek werd aanvankelyk door de gemeente ter hand genomen (Gem. Waterleidingen en G.G. en G.D.), later door de Provincie gesteund, terwyl het onderzoek in de laatste paar jaren door eene Rykscommissie wordt verricht. Op het laboratorium van den G.G. en G.D. heeft de titratie van alle desbetreffende monsters water plaats. Algemeen wordt verwacht, dat de Z.W. polder brak water zal bevatten, dat door gemalen zal worden uitgeslagen. Hierdoor zal, naar wordt aangenomen, het Ymeer wanneer dit tot stand zal zyn gekomen, water bevatten met een vry hoog chloorgehalte. Dit zal hoogstwaarschynlyk invloed hebben op de uiteindelyke ontzilting van het deel van Noord-Holland in de omgeving van Amsterdam. Dit kan van belang zyn voor landbouw en veeteelt en heeft uit medisch-hygiënisch oogpunt beteekenis voor de malariabestryding.
-
In Amsterdam is de febris typhoidea tot een minimum teruggebracht, mede dank zy het systematisch onderzoek naar infectiebronnen, zich uitstrekkend tot op de boerderyen in de omgeving der stad. Het gebied van de nieuwe polder zal ongetwyfeld Amsterdam gaan voorzien van zuivel- en tuinbouwproducten. Met het oog op de typhusbestryding is het dan ook van belang, dat de Gemeentelyke Geneeskundige en Gezondheidsdienst van Amsterdam een inzicht heeft in de wyze, waarop in het nieuwe Polderland de afvoer van rioolwater plaats vindt en over de verspreiding der boerenbedryven daarin. Het Staatstoezicht op de Volksgezondheid is niet (voldoende) geoutilleerd om het epidemiologisch typhusonderzoek in groote gebieden uit te voeren en maakt reeds nu gaarne gebruik van de diensten, die Amsterdam kan verleenen, wanneer typhusgevallen voorkomen in gemeenten, die tot het melkwinningsgebied van Amsterdam behooren.
Aan de Gemeentelyke Zuiderzee-Commissie,
Ir. L.S.P. SCHEFFER,
Afd. Stadsontwikkeling en Stadsuitbreiding,
S T A D H U I S .
================== Het document is een belangrijk administratief verslag over de volksgezondheidsproblematiek rondom de grootschalige landaanwinning in Nederland (de Zuiderzeewerken). De kernpunten zijn:
- Milieu-impact van riolering: De GGD waarschuwt dat door de verkleining van het wateroppervlak (het IJsselmeer) de concentratie van rioolwater kan toenemen, wat nauwkeurige monitoring vereist.
- Verzilting en Malaria: Er is zorg over het chloorgehalte (zout) in het toekomstige IJmeer. Brak water is een ideale broedplaats voor de malariamug (Anopheles atroparvus), een ziekte die destijds nog in Nederland voorkwam.
- Voedselveiligheid en Tyfus: De GGD Amsterdam wil controle behouden over de hygiëne in de nieuwe polders (de toekomstige Flevopolders), omdat deze polders de stad van melk en groenten gaan voorzien. Men vreesde dat besmetting met febris typhoidea (buiktyfus) via de zuivelketen de stad zou bereiken.
- Institutionele verhoudingen: Het document legt een zekere spanning bloot tussen de gemeentelijke expertise van Amsterdam en het (volgens de schrijver) onvoldoende geoutilleerde Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Dit document is geschreven op 24 juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlog gingen de werkzaamheden aan de Zuiderzeewerken (zoals de drooglegging van de Noordoostpolder, die in 1942 gereed kwam) door.
De brief is gericht aan Ir. L.S.P. Scheffer, een belangrijk stedenbouwkundige die nauw betrokken was bij het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Amsterdam. De tekst illustreert hoe stadsontwikkeling in die tijd onlosmakelijk verbonden was met medische preventie; ziektes als malaria en tyfus waren destijds reële dreigingen die de inrichting van het landschap en de infrastructuur direct beïnvloedden. Het gebruik van de spelling met "y" (bijv. Gemeentelyke) was in 1941 de standaard schrijfwijze voor de overheid (vóór de spellinghervorming van 1947).