Doorslag of afschrift van een ambtelijke brief/nota.
Origineel
Doorslag of afschrift van een ambtelijke brief/nota. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeente-Secretaris (J.F. Franken). weinig gegevens voor het maken van een betrouw-
bare schatting beschikbaar waren. Zoo heeft zij
b.v. op blz. 7 van de nota de voor openbare wer-
ken, openbare gebouwen e.d. benoodigde hoeveel-
heid bouwmateriaal globaal gesteld op de helft
van hetgeen voor den bouw van boerderijen en
woningen benoodigd is. Hiervoor stonden geen
bepaalde gegevens te harer beschikking.
Mocht U op dit en andere punten aan de
Commissie nadere voorlichting kunnen verstrek-
ken, zoo houdt zij zich daarvoor ten zeerste
aanbevolen.
Een schrijven van gelijken inhoud heb ik
gezonden aan de Directie van de Wieringermeer.
Tevens heb ik aan den Secretaris-Generaal van
het Departement van Waterstaat, aan de Vaste
Commissie voor Uitbreidings- en Streekplannen
in Noordholland, aan den Directeur van het Bu-
reau van den Rijksdienst voor het Nationale
Plan en aan de Kamer van Koophandel en Fabrie-
ken voor Noordholland ter vertrouwelijke ken-
nisneming een exemplaar van de nota gezonden.
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte.
De Gemeente-Secretaris,
(get.) J.F. Franken.
Voor eensluidend afschrift
de Gemeente-secretaris,
(get.) J.F. Franken.
Afschrift Dir. P.W. en
Zuiderzeecommissie (2).
Schr. P.W. Asd. * Inhoud: Het betreft het sluitstuk van een schrijven waarin wordt toegegeven dat de ramingen voor bouwmaterialen (voor o.a. openbare gebouwen) gebaseerd zijn op globale schattingen (50% van de woningbouwbehoefte) wegens gebrek aan harde data.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands met de destijds gebruikelijke spelling ("zoo", "benoodigd", "den bouw").
* Status: Het document is een "eensluidend afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is van het origineel, gewaarmerkt door de gemeentesecretaris. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Edward Voûte was de door de bezetter benoemde burgemeester van Amsterdam (1941-1945). De tekst verwijst naar de Rijksdienst voor het Nationale Plan, die in 1941 werd opgericht om de ruimtelijke ordening in Nederland centraal te regelen. De correspondentie toont de bureaucratische voorbereidingen op bouwactiviteiten en de schaarste aan materialen en gegevens in die periode. Het schrijven is gericht aan diverse instanties die betrokken waren bij de planning van de Wieringermeer en de provinciale ontwikkeling van Noord-Holland.