Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 190
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Technisch rapport of ambtelijk advies (pagina 2).

Origineel

Technisch rapport of ambtelijk advies (pagina 2). [Pagina 2]

kelyk ook op ongeveer A.P. hebben gelegen en ligt thans 3 à 4 m
- A.P.

De toestrooming van diep grondwater in de verschillende "étages", die plaatselyk drukverlagingen hebben ondergaan, strekt zich uit over zeer lange afstanden.

Voor die toestroomingen is nl. voeding noodig en deze laatste vindt gewoonlyk plaats uit de hoogst gelegen "étage", die waar het grondwater zyn spiegel heeft.

In den aanhef was sprake van den normalen toestand, waar de spiegelhoogte wordt beheerscht door den neerslag en het peil van het open water.

Door de hierboven bedoelde byzondere omstandigheden is er een derde invloedsfactor bygekomen, nl. het verlies naar dieper gelegen "étages" ten gevolge van grondwaterstroomingen. Wanneer men zich nu voorstelt, dat dit verlies grooter is dan de winst door den neerslag, dan daalt de grondwaterspiegel voortdurend, totdat hy zoo laag komt te liggen, dat het afnemende verlies wordt opgeheven door de winst ten gevolge van den neerslag. Daarmee kan de spiegel zakken onder het niveau van het open water, dus onder het niveau der fundeeringen. Nu zou by een zoo lage ligging van den grondwaterspiegel zywaartsche toestrooming kunnen plaats vinden uit de open kanalen en grachten. Deze moet echter niet worden overschat. De bodems en wanden der grachten zyn door zulke bewegingen van vuil water spoedig verstopt; bovendien zyn er tal van belemmeringen als kelders en oude dykslichamen, welke, vooral by grooten onderlingen afstand der kanalen, een beteekenende horizontale waterstrooming in de bovenste grondlagen in den weg staan. Deze afstanden van grachten loopen in onze stad op tot 1 kilometer en kunnen dus groot zyn. In zulke gevallen worden de neerwaartsche verliezen niet goedgemaakt door den neerslag en de horizontale toestrooming. Het effect van den neerslag is overigens toch reeds klein, omdat die, welke valt op straten, daken en binnenplaatsen, onmiddellyk naar de riolen wordt afgevoerd en dus niet aan het grondwater ten goede komt.

Grondwaterstanden, welke aanmerkelyk lager zyn dan het peil van het open water, worden daarom reeds thans in Amsterdam allerwegen aangetroffen.

Het is de vraag in hoeverre dit verschynsel zou worden verergerd door de drooglegging tot zeer groote diepte van een zoo uitgestrekte oppervlakte in zoo dichte nabyheid als de Zuidelyke polders.

De spanningsverschynselen in de bodemétages spelen zich af in eenzelfde begrensd volume; de effecten van verschillende oorzaken kunnen daarom zonder meer by elkaar worden opgeteld. Wordt de waterstand in Amsterdam thans dus verlaagd door den invloed van diepe polders als Haarlemmermeer, Ypolders, Buikslotermeer en Watergraafsmeer en door den invloed van bronbemalingen, ten opzichte van den nieuwen invloed der Zuidelyke polders, kan worden verondersteld, dat in Amsterdam de natuurlyke toestand heerschte, waarop deze nieuwe factor zich doet gelden. De grondwaterstandverlagingen, welke daaruit worden berekend, zyn dezelfde of nagenoeg dezelfde, welke in werkelykheid geleden worden ten opzichte van de reeds door andere invloeden verlaagde standen.

In het vorenstaande werd reeds vermeld, dat de spanningsverlaging binnen een polder grooter is, naarmate de bodem minder ondoorlatend is. Het waterverlies, dat de diepe "étages" onder den polder lyden, moet in het algemeen worden goedgemaakt door een voeding van bovenaf door de moeilyk doorlatende lagen heen. Naarmate deze lagen buiten den polder dus ondoorlatender zyn, is de voeding, dus ook de drukverlaging, merkbaar over een grooteren afstand van den polder.

x) Op daarmee geen verband houdende vraagstukken van tectonische bodembewegingen ten gevolge van plaatselyke sterke drukverlaging in de zeer diep gelegen aardlagen wordt hier niet ingegaan.

Dienst P.W.
Amsterdam. Deze pagina bevat een technisch-wetenschappelijke uiteenzetting over de grondwaterhuishouding van Amsterdam. De kern van het betoog is de zorg over de dalende grondwaterspiegel.

  • Hydrologisch mechanisme: De auteur legt uit dat grondwater zich in verschillende "étages" (lagen) bevindt. Wanneer de druk in diepere lagen wegvalt (door bemaling of diepe polders), sijpelt water uit de bovenste laag naar beneden.
  • Balansverstoring: Normaal gesproken wordt de bovenste grondwaterstand aangevuld door neerslag. Echter, in een stedelijke omgeving als Amsterdam wordt veel regenwater direct via het riool afgevoerd. Bovendien blijken grachten en kanalen onvoldoende in staat om het grondwater zijdelings aan te vullen, omdat de bodems van deze watergangen "verstopt" raken met slib en de ondergrondse infrastructuur (kelders, dijklichamen) de doorstroming blokkeert.
  • Risico voor funderingen: Er wordt expliciet gewaarschuwd dat de grondwaterstand kan zakken tot onder het niveau van de funderingen. Voor de historische Amsterdamse bouw op houten palen is dit kritiek, omdat blootstelling aan lucht leidt tot paalrot.
  • Cumulatief effect: De tekst benadrukt dat de negatieve effecten van bestaande diepe polders (zoals de Haarlemmermeer) en nieuwe projecten (de Zuidelijke polders) bij elkaar opgeteld moeten worden. Dit document stamt uit een periode waarin Amsterdam fors uitbreidde naar het zuiden (het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934, uitgevoerd na de Tweede Wereldoorlog). De "Zuidelyke polders" verwijzen waarschijnlijk naar de gebieden die nu bekend staan als Buitenveldert en Amstelveen.

De Dienst Publieke Werken speelde een cruciale rol in de voorbereiding van deze stadsuitbreidingen. Men moest de balans vinden tussen het noodzakelijke droogmalen van nieuwe polders voor woningbouw en het behoud van de grondwaterstand in de oude stad om verzakkingen te voorkomen. De voetnoot over "tectonische bodembewegingen" suggereert dat de auteur zich strikt wilde beperken tot de hydrologie, om ingewikkelde geologische discussies buiten het bestek van dit specifieke advies te houden.

Samenvatting

Deze pagina bevat een technisch-wetenschappelijke uiteenzetting over de grondwaterhuishouding van Amsterdam. De kern van het betoog is de zorg over de dalende grondwaterspiegel.

  • Hydrologisch mechanisme: De auteur legt uit dat grondwater zich in verschillende "étages" (lagen) bevindt. Wanneer de druk in diepere lagen wegvalt (door bemaling of diepe polders), sijpelt water uit de bovenste laag naar beneden.
  • Balansverstoring: Normaal gesproken wordt de bovenste grondwaterstand aangevuld door neerslag. Echter, in een stedelijke omgeving als Amsterdam wordt veel regenwater direct via het riool afgevoerd. Bovendien blijken grachten en kanalen onvoldoende in staat om het grondwater zijdelings aan te vullen, omdat de bodems van deze watergangen "verstopt" raken met slib en de ondergrondse infrastructuur (kelders, dijklichamen) de doorstroming blokkeert.
  • Risico voor funderingen: Er wordt expliciet gewaarschuwd dat de grondwaterstand kan zakken tot onder het niveau van de funderingen. Voor de historische Amsterdamse bouw op houten palen is dit kritiek, omdat blootstelling aan lucht leidt tot paalrot.
  • Cumulatief effect: De tekst benadrukt dat de negatieve effecten van bestaande diepe polders (zoals de Haarlemmermeer) en nieuwe projecten (de Zuidelijke polders) bij elkaar opgeteld moeten worden.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin Amsterdam fors uitbreidde naar het zuiden (het Algemeen Uitbreidingsplan van 1934, uitgevoerd na de Tweede Wereldoorlog). De "Zuidelyke polders" verwijzen waarschijnlijk naar de gebieden die nu bekend staan als Buitenveldert en Amstelveen.

De Dienst Publieke Werken speelde een cruciale rol in de voorbereiding van deze stadsuitbreidingen. Men moest de balans vinden tussen het noodzakelijke droogmalen van nieuwe polders voor woningbouw en het behoud van de grondwaterstand in de oude stad om verzakkingen te voorkomen. De voetnoot over "tectonische bodembewegingen" suggereert dat de auteur zich strikt wilde beperken tot de hydrologie, om ingewikkelde geologische discussies buiten het bestek van dit specifieke advies te houden.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →