Handgeschreven conceptnotitie of memo (kladversie met doorhalingen).
Origineel
Handgeschreven conceptnotitie of memo (kladversie met doorhalingen). [Links bovenin de marge staat een krabbel of paraaf]
-
De wederzijdsche belangen bestaan uit
a. levering van grondstoffen en materialen van Amsterdam naar den polder en (m.b.t.) het verrichten van diensten.
b. Amsterdam als afzet-gebied (consumptiegebied) van in den polder gekweekte producten
c. Amsterdam als stapelplaats van landbouwproducten en ook als doorvoerplaats (Graansilo's)
d. Amsterdam als centrale plaats voor de verhandeling van producten uit den polder (Beurzen, markten, veilingen) -
De mate waarin Amsterdam ~~bij~~ bij de ontwikkeling der ~~Zuiderzee~~ Z.W. en Z.O. polders ~~de de te b...~~ in zijn eigen belang de behulpzame hand zal kunnen bieden zal mede afhangen van de wijze waarop Amsterdam tijdig zijn outillage ~~instelt op het verrichten van diensten~~ ~~Amsterdam~~ doelbewust daarop weet in te stellen.
~~Amsterdam zal~~ Het document is een beleidsmatige of planologische notitie die de economische synergie tussen Amsterdam en de nieuwe polders (de Zuiderzeewerken) uiteenzet. -
Punt 5 definieert de rollen van Amsterdam: leverancier van materialen, afzetmarkt voor polderproducten, logistiek knooppunt (stapelplaats/doorvoer) en handelsondersteunend centrum (beurzen en veilingen).
- Punt 6 bevat een strategische waarschuwing: Amsterdam kan alleen profiteren en bijdragen als de stad haar eigen "outillage" (uitrusting/infrastructuur) tijdig en doelbewust aanpast aan deze nieuwe situatie. De vele doorhalingen wijzen op een zorgvuldige formulering van de verhouding tussen eigenbelang en de ondersteunende rol van de stad. De tekst verwijst naar de Z.W. (Zuidwestelijke) en Z.O. (Zuidoostelijke) polders. Dit betreft de plannen binnen de Zuiderzeewerken voor de huidige polders van Flevoland (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) en de Markerwaard (die later grotendeels is geannuleerd).
In deze periode was er een sterke discussie over de mate waarin Amsterdam verbonden zou worden met de nieuwe gronden. De term "outillage" verwijst hier waarschijnlijk naar de noodzakelijke uitbreiding van de Amsterdamse haven, de markten (zoals de Centrale Markthallen) en de verkeersverbindingen naar het oosten om de verwachte stroom landbouwproducten te kunnen verwerken. De notitie ademt de sfeer van de wederopbouw of de late jaren '30, waarin de economische planning van Nederland na de drooglegging van de Wieringermeer en de Noordoostpolder vorm kreeg.