Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 210
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven conceptnota of rapportage (pagina 3).

Origineel

Handgeschreven conceptnota of rapportage (pagina 3). [Pagina 3]

  1. Er zal een onderzoek moeten worden ingesteld naar de mogelijkheden die de bodem van de polder biedt; bij het geven van bestemming aan de bodem zal uiteraard met de afzetmogelijkheden der producten rekening moeten worden gehouden; daarbij zal niet in de laatste plaats aan Amsterdam als een belangrijkste direct consumptiegebied moeten worden gedacht.

  2. Amsterdam als afzetgebied.

  3. Ten aanzien van de producten van land- en tuinbouw die voor de voeding van Amsterdam van belang zijn, voorlopig reeds te noemen aardappelen, en groenten + fruit.
    Normaal dekt Amsterdam zijn jaarlijkse behoefte aan aardappelen voor een deel uit Zeeland. Hoogwaardige rassen echter nog klein beschot. Ontwikkeling gaat in de richting van rassen met grootere opbrengst per H.A. waarbij nieuwe in cultuur te nemen rassen van groenten een behoorlijke kans op afzet zullen maken. Voor Amsterdam, van belang in de omgeving productiegebied te hebben. De tekst betreft een ambtelijke of planologische afweging over de inrichting van een nieuwe polder (mogelijk de Noordoostpolder of de Wieringermeer). De schrijver betoogt dat bodemonderzoek noodzakelijk is, maar dat de uiteindelijke bestemming van de grond moet worden afgestemd op de economische realiteit van de afzetmarkt.

Kernpunten in de tekst:
* Marktgerichtheid: De bestemming van de poldergrond wordt niet enkel bepaald door wat de bodem kán voortbrengen, maar vooral door wat de nabijgelegen markt (Amsterdam) nodig heeft.
* Logistiek voordeel: Men onderkent het belang van een productiegebied in de directe nabijheid van een groot consumptiecentrum.
* Innovatie in de landbouw: Er wordt gesproken over de overgang naar rassen met een hogere opbrengst per hectare (H.A.) en het introduceren van nieuwe rassen groenten om aan de marktvraag te voldoen.
* Concurrentie: De tekst merkt op dat Amsterdam voorheen voor zijn aardappelen sterk afhankelijk was van Zeeland, maar ziet kansen voor de nieuwe polder om dit marktaandeel over te nemen met "hoogwaardige rassen". Dit document past in de periode van de grootschalige droogmaking van de Zuiderzee. Tijdens de ontginning van deze nieuwe gebieden was de vraag hoe deze gronden optimaal konden bijdragen aan de nationale voedselvoorziening cruciaal. Amsterdam fungeerde als de primaire motor voor de afzet van verse producten. De nadruk op efficiëntie (opbrengst per hectare) en het verkorten van de keten (productie dichtbij de stad) zijn vroege kenmerken van de moderne Nederlandse landbouwplanning die in deze decennia vorm kreeg. Het handschrift is kenmerkend voor een geschoolde ambtenaar of wetenschapper uit de midden-20e eeuw.

Samenvatting

De tekst betreft een ambtelijke of planologische afweging over de inrichting van een nieuwe polder (mogelijk de Noordoostpolder of de Wieringermeer). De schrijver betoogt dat bodemonderzoek noodzakelijk is, maar dat de uiteindelijke bestemming van de grond moet worden afgestemd op de economische realiteit van de afzetmarkt.

Kernpunten in de tekst:
* Marktgerichtheid: De bestemming van de poldergrond wordt niet enkel bepaald door wat de bodem kán voortbrengen, maar vooral door wat de nabijgelegen markt (Amsterdam) nodig heeft.
* Logistiek voordeel: Men onderkent het belang van een productiegebied in de directe nabijheid van een groot consumptiecentrum.
* Innovatie in de landbouw: Er wordt gesproken over de overgang naar rassen met een hogere opbrengst per hectare (H.A.) en het introduceren van nieuwe rassen groenten om aan de marktvraag te voldoen.
* Concurrentie: De tekst merkt op dat Amsterdam voorheen voor zijn aardappelen sterk afhankelijk was van Zeeland, maar ziet kansen voor de nieuwe polder om dit marktaandeel over te nemen met "hoogwaardige rassen".

Historische Context

Dit document past in de periode van de grootschalige droogmaking van de Zuiderzee. Tijdens de ontginning van deze nieuwe gebieden was de vraag hoe deze gronden optimaal konden bijdragen aan de nationale voedselvoorziening cruciaal. Amsterdam fungeerde als de primaire motor voor de afzet van verse producten. De nadruk op efficiëntie (opbrengst per hectare) en het verkorten van de keten (productie dichtbij de stad) zijn vroege kenmerken van de moderne Nederlandse landbouwplanning die in deze decennia vorm kreeg. Het handschrift is kenmerkend voor een geschoolde ambtenaar of wetenschapper uit de midden-20e eeuw.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →