Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 211
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven pagina, waarschijnlijk onderdeel van een rapport of beleidsstuk.

Origineel

Handgeschreven pagina, waarschijnlijk onderdeel van een rapport of beleidsstuk. voor den gelijk te primaire
volksvoedsel. In de polders en
Haarlemmermeer heeft thans
aardappelteelt waarvan
opbrengst vermoedelijk nog
niet de helft van het jaar-
verbruik van Amsterdam alleen
zou kunnen dekken.
Voor fruitteelt bestaan in
Nederland nog zeer behoorlijke
kansen, gezien omstandigheid
dat normaal verbruik in
Nederland vrij belangrijk de
eigen productie in Nederland
overschrijdt.
De aanleg van nieuwe
bedrijven is voor de Nederlandsche
productie in het algemeen
van groot belang maar in
het bijzonder voor de
voeding van Amsterdam.
Wat groenten betreft ligt
Amsterdam te midden van
de beide Hollanden welke
de grootste verscheidenheid
van artikelen op de met
toepassing van moderne
hulpmiddelen telen.
Buitendien bezit Amsterdam
in zijn omgeving een vrij
belangrijk tuinbouwareaal
dat straks door het in
cultuurbringen van de
in het uitbreidingsplan van
Amsterdam voor den tuinbouw
bestemde gronden, waartoe
plannen in voorbereiding zijn,
nog meer in beteekenis zal
toenemen. Proeftuin met
laboratorium, groente vakschool. De tekst op deze pagina behandelt de logistieke en planologische aspecten van de voedselvoorziening voor Amsterdam. De auteur stelt vast dat de huidige aardappelteelt in de nabijgelegen polders (zoals de Haarlemmermeer) bij lange na niet voldoende is om de stad het hele jaar door te voeden. Er wordt gewezen op groeikansen voor de fruitteelt, aangezien de nationale consumptie hoger ligt dan de productie.

Verder benadrukt het document de gunstige ligging van Amsterdam tussen Noord- en Zuid-Holland voor de aanvoer van groenten, die daar met "moderne hulpmiddelen" (waarschijnlijk vroege glastuinbouw of intensieve vollegrondsteelt) worden verbouwd. De tekst eindigt met een verwijzing naar toekomstige ontwikkelingen: het in cultuur brengen van nieuwe tuinbouwgronden die zijn opgenomen in het uitbreidingsplan van de stad. De afsluitende kreten "Proeftuin met laboratorium, groente vakschool" duiden op een visie waarin wetenschappelijk onderzoek en onderwijs centraal staan om de productie te optimaliseren. De inhoud en de terminologie (met name de verwijzing naar het "uitbreidingsplan van Amsterdam") wijzen sterk in de richting van de discussies rondom het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934. Onder leiding van Cornelis van Eesteren werd destijds niet alleen naar woningbouw gekeken, maar ook naar de relatie tussen de stad en het omliggende agrarische landschap. Het veiligstellen van voedselproductie in de directe nabijheid van de groeiende stedelijke bevolking was een belangrijk strategisch punt in die periode, zeker met de lessen uit de Eerste Wereldoorlog nog in het achterhoofd. De genoemde "vakschool" en het "laboratorium" passen in de tijdgeest van de professionalisering van de tuinbouwsector in de regio.

Samenvatting

De tekst op deze pagina behandelt de logistieke en planologische aspecten van de voedselvoorziening voor Amsterdam. De auteur stelt vast dat de huidige aardappelteelt in de nabijgelegen polders (zoals de Haarlemmermeer) bij lange na niet voldoende is om de stad het hele jaar door te voeden. Er wordt gewezen op groeikansen voor de fruitteelt, aangezien de nationale consumptie hoger ligt dan de productie.

Verder benadrukt het document de gunstige ligging van Amsterdam tussen Noord- en Zuid-Holland voor de aanvoer van groenten, die daar met "moderne hulpmiddelen" (waarschijnlijk vroege glastuinbouw of intensieve vollegrondsteelt) worden verbouwd. De tekst eindigt met een verwijzing naar toekomstige ontwikkelingen: het in cultuur brengen van nieuwe tuinbouwgronden die zijn opgenomen in het uitbreidingsplan van de stad. De afsluitende kreten "Proeftuin met laboratorium, groente vakschool" duiden op een visie waarin wetenschappelijk onderzoek en onderwijs centraal staan om de productie te optimaliseren.

Historische Context

De inhoud en de terminologie (met name de verwijzing naar het "uitbreidingsplan van Amsterdam") wijzen sterk in de richting van de discussies rondom het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) uit 1934. Onder leiding van Cornelis van Eesteren werd destijds niet alleen naar woningbouw gekeken, maar ook naar de relatie tussen de stad en het omliggende agrarische landschap. Het veiligstellen van voedselproductie in de directe nabijheid van de groeiende stedelijke bevolking was een belangrijk strategisch punt in die periode, zeker met de lessen uit de Eerste Wereldoorlog nog in het achterhoofd. De genoemde "vakschool" en het "laboratorium" passen in de tijdgeest van de professionalisering van de tuinbouwsector in de regio.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →