Handgeschreven ambtelijke of organisatorische notitie/verslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of organisatorische notitie/verslag. [Linksboven in de marge:]
7.
[Marge midden links:]
1 van stel
200 ton
[Hoofdtekst:]
-
Verkeerswegen
Van Amsterdam van belang verkeer met schepen met Friesland (stapelproducten), met de streek (Hoorn, Broekerhaven) met schepen tot 50 ton.
Wat polders zelf betreft rekent hoofdzakelijk op vervoer per auto (zomerfruit, aardappelen) en in tweede plaats schepen (aardappelen, hard fruit in late najaar en eventueel stapelgroenten) -
Het is gewenscht dat subcommissie zich over verschillende onderwerpen laat voorlichten door functionarissen van het Rijk.
Dit kan officieus contact zijn. Mogelijkheden aanwezig doordat thans reeds contact bestaat:
a. In verband met medewerking van gemeente Amsterdam aan proeftuin Slotepolder, welke tot standkoming van zijne Departement Econ. Zaken sterk wordt bevorderd.
b. Samenwerking Coordinatie Commissie T.N.O. waarin thans wordt samengewerkt met Inspecteur Tuinbouw en Inspecteur Landbouw en het lab. Prof. Sprenger Wageningen ter verbetering van cultuur-, bewaaring- en verwerkingsmethode van
[Linksonder in de marge, als voltooiing van punt 11b:]
artikelen van land- & tuinbouw. Het document bevat twee genummerde paragrafen (10 en 11) die betrekking hebben op de ruimtelijke en economische planning rondom Amsterdam, specifiek gericht op de land- en tuinbouwsector.
- Punt 10 (Verkeerswegen): Analyseert de transportmodaliteiten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de aanvoer van buitenaf (Friesland en West-Friesland) die nog sterk over water gaat (schepen tot 50-200 ton), en de lokale polders die voor versproducten (zomerfruit) steeds meer vertrouwen op wegtransport (auto), terwijl schepen enkel nog voor bulkgoederen in het najaar worden gebruikt.
- Punt 11 (Coördinatie): Pleit voor nauwere samenwerking met de rijksoverheid. Het noemt twee concrete ingangen:
- De samenwerking tussen de gemeente Amsterdam en het Ministerie van Economische Zaken betreffende de "proeftuin Slotepolder".
- De bestaande lijnen met T.N.O. en de Landbouwhogeschool Wageningen, specifiek het laboratorium van prof. Sprenger, gericht op de technische verbetering van de keten (teelt, bewaring en verwerking). Dit document lijkt deel uit te maken van de voorbereidingen voor de grootschalige stadsuitbreiding van Amsterdam na de Tweede Wereldoorlog (het Algemeen Uitbreidingsplan of daaropvolgende uitwerkingen).
De vermelding van de Slotepolder (Sloterpolder) is cruciaal; dit gebied was van oudsher een belangrijk tuinbouwgebied dat in de jaren '50 werd bebouwd voor de realisatie van de Westelijke Tuinsteden. De discussie over transport en proeftuinen wijst op de spanning tussen het behoud van tuinbouwfuncties en de oprukkende stad.
Prof. dr. ir. A.M. Sprenger was een autoriteit op het gebied van de tuinbouwtechnologie in Wageningen. In 1948 werd onder zijn leiding het Sprenger Instituut (Instituut voor Bewaring en Verwerking van Tuinbouwproducten) opgericht. De verwijzing naar hem en T.N.O. plaatst dit document stevig in de periode van de naoorlogse modernisering van de Nederlandse land- en tuinbouw, waarbij wetenschappelijk onderzoek direct werd gekoppeld aan economisch beleid en logistieke planning.