Archiefdocument
Origineel
30 oktober 1941 (met een ontvangststempel van 31/10). M.H. Ecklund, weduwe Bakker. De transcriptie volgt de originele spelling, inclusief taal- en schrijffouten.
No 143/2/1 M. 19 31/10 30 Oct 1941
Geachte Heeren
Met deze ben ik zoo vrij
om mijn tot uwe te wenden
met het volgende verzoek.
Ik heeft een vaste standp.
gehad in Dapperschaat [Dapperstraat]
No 191 maar dat ik geen
voldoende handel heeft had
opgegeven maar iederen Zaterdag
staat ik vast ik wil
mijn opgeven voor de Gaasp-
straat mijn handel is
Consuptie artikellen of eetwaren.
En ik ziek was kan ik heden
niet komen ik wou u beleefd
vragen als u aan mijn denken
wel dat ik ben ingeschreven
Zoo Teeken ik
M H Ecklund
Wed Bakker
Weesperstraat 35 I Kleerkooper De brief is een formeel verzoekschrift van een kleine handelaarster aan de gemeentelijke autoriteiten (vermoedelijk de Dienst der Markten). De schrijfster, de weduwe Bakker-Ecklund, verzoekt om een vaste standplaats in de Gaaspstraat in Amsterdam. Ze legt uit dat haar eerdere plek in de Dapperstraat (door haar gespeld als "Dapperschaat") niet rendabel genoeg was.
Opvallend is de verandering van haar nering: hoewel ze onderaan de brief "Kleerkooper" (handelaar in oude kleding) vermeldt, vraagt ze een vergunning aan voor "Consuptie artikellen of eetwaren". Het taalgebruik is nederig ("zoo vrij om mijn tot uwe te wenden", "u beleefd vragen") maar grammaticaal incorrect ("Ik heeft", "staat ik"), wat wijst op een schrijfster uit de arbeidersklasse. Ze geeft ziekte op als reden waarom ze het verzoek schriftelijk indient in plaats van persoonlijk langs te komen. Het document stamt uit oktober 1941, de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De locatie van haar woning, de Weesperstraat, was in die tijd een centrale straat in de Amsterdamse Joodse wijk. Hoewel de naam Ecklund Scandinavisch aandoet, was de buurt in 1941 reeds zwaar getroffen door anti-Joodse maatregelen.
In oorlogstijd was de handel op de markt streng gereguleerd door middel van vergunningen en distributieregels. De overstap van kleding naar etenswaren ("eetwaren") is tekenend voor de schaarste in die tijd; handel in voedsel was essentieel om te overleven. De bureaucratische nummers en stempels bovenaan de brief tonen de nauwgezetheid waarmee de overheid dergelijke kleine verzoeken van burgers administreerde, zelfs in tijden van bezetting.