Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad).
Origineel
Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad). [Linksboven in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/2/1 1941
DOORGEZONDEN: 31/10-'41.
[Midden boven, in rood potlood/inkt:]
103/2/2 M
13/11/41/88
[Hoofdtekst:]
Het verzoek van Mevr de Wed
Bakker-Keurekoper om alleen des
Zaterdags een vaste plaats op de
markt Gaaspstraat te mogen innemen
kan m.i. niet worden ingewilligd.
Zij kan ~~zo mogelijk~~ indien
er plaats is des Zaterdags een ~~plaats~~ losse plaats
op een der joodsche markten innemen
[Onderaan, in ander handschrift/lichtere inkt:]
acc. niet kan worden voldaan. 6-11-'41
Indien u zulks wenscht, de Boer [?]
kunt u des Zaterdags, wanneer er plaatsen
beschikbaar zijn, op de joodsche hulpmarkten een
losse plaats innemen.
[Linksonder voorgedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Rechtsboven in de hoek:]
827 * Inhoud: Het document betreft de afwijzing van een aanvraag van een Joodse koopvrouw, de weduwe Bakker-Keurekoper. Zij verzocht om een vaste staanplaats op de zaterdagmarkt in de Gaaspstraat. De ambtenaar adviseert dit af te wijzen ("kan m.i. niet worden ingewilligd"). Wel krijgt zij toestemming om, indien er plek is, op zaterdag als 'losse' (niet-vaste) standhouder te staan op een van de aangewezen Joodse markten.
* Terminologie: De term "joodsche markten" en "joodsche hulpmarkten" verwijst direct naar de segregatiepolitiek van de Duitse bezetter. "m.i." staat voor 'mijns inziens'. "acc." onderaan staat waarschijnlijk voor 'accord' of 'aan (verzoek)', gevolgd door de conclusie van de besluitvorming.
* Administratieve weg: De verschillende data (31 oktober, 6 november en 13 november 1941) tonen de snelheid van de ambtelijke molen tijdens de bezettingsjaren voor dit type marktvergunningen. Dit document stamt uit de periode van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf september 1941 voerden de Duitse bezetters strikte segregatiemaatregelen in voor Joodse burgers. Joden mochten niet langer handelen op reguliere markten. In Amsterdam werden drie specifieke locaties aangewezen als "Joodse markten": het Waterlooplein, de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) en de Joubertstraat (Transvaalbuurt).
De Gaaspstraat was een belangrijke marktlocatie in de Rivierenbuurt, waar veel Joodse Amsterdammers woonden. De beperking tot het mogen innemen van slechts een "losse plaats" in plaats van een "vaste plaats" maakte de economische positie van Joodse handelaren uiterst onzeker, aangezien zij elke marktdag opnieuw moesten afwachten of er ruimte beschikbaar was. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitvoering van de uitsluiting en beperking van de Joodse bevolking. Mevr. de Wed. Bakker-Keurekoper. Gemeente Amsterdam