Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 6 november 1941. Mej. S. Davidson, ten Katestraat 43 I, Amsterdam. Waarschijnlijk de Marktinspectie van de gemeente Amsterdam. A,dam 6 Nov. 1941.
Mijnheer. [Rechtsboven: M. i. Insp.]
Hierbij vraag ik een plaats aan
op het marktplein Gaaspstraat
In de ten Katestraat heb ik ongev.
8 jaar een vaste plaats gehad en
voor ongeveer 15 jaar had ik
reeds een vaste plaats op de
Nieuwmarkt.
Verwacht s.v.p. spoedig een
gunstig antwoord daar ik geheel
op de markt ben aangewezen
om mijn brood te verdienen.
Hoogachtend
Mej S Davidson
ten Katestraat 43 I
[Onderaan:]
Nº 103/15/1 M. 1941 7/11 In deze brief verzoekt Mej. S. Davidson om een staanplaats op de markt aan de Gaaspstraat in Amsterdam. Ze onderbouwt haar verzoek door te wijzen op haar jarenlange ervaring als marktkoopvrouw: ze heeft acht jaar op de Ten Katemarkt gestaan en daarvoor vijftien jaar op de Nieuwmarkt.
De toon van de brief is formeel maar dringend. De schrijfster benadrukt dat zij voor haar levensonderhoud ("om mijn brood te verdienen") volledig afhankelijk is van haar werk op de markt. De administratieve aantekeningen onderaan (waarschijnlijk een dossiernummer en een datum van ontvangst op 7 november 1941) wijzen erop dat de brief officieel in behandeling is genomen door de gemeentelijke instanties. Het document is gedateerd op 6 november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze datum en de specifieke locatie (Gaaspstraat) zijn historisch zeer beladen. In het najaar van 1941 voerden de bezettingsautoriteiten steeds strengere anti-Joodse maatregelen in.
Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere Amsterdamse markten staan. Er werden speciale "Joodse markten" aangewezen waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen. De markt aan de Gaaspstraat (vlakbij de Transvaalbuurt) was een van die aangewezen locaties.
De achternaam Davidson is een veelvoorkomende Joodse naam. Deze brief documenteert het moment waarop een Joodse onderneemster, na 23 jaar op algemene markten te hebben gewerkt, door de uitsluitingspolitiek van de nazi's gedwongen werd om een plek aan te vragen op een gesegregeerde markt om te kunnen overleven. S. Davidson Gemeente Amsterdam
Samenvatting
In deze brief verzoekt Mej. S. Davidson om een staanplaats op de markt aan de Gaaspstraat in Amsterdam. Ze onderbouwt haar verzoek door te wijzen op haar jarenlange ervaring als marktkoopvrouw: ze heeft acht jaar op de Ten Katemarkt gestaan en daarvoor vijftien jaar op de Nieuwmarkt.
De toon van de brief is formeel maar dringend. De schrijfster benadrukt dat zij voor haar levensonderhoud ("om mijn brood te verdienen") volledig afhankelijk is van haar werk op de markt. De administratieve aantekeningen onderaan (waarschijnlijk een dossiernummer en een datum van ontvangst op 7 november 1941) wijzen erop dat de brief officieel in behandeling is genomen door de gemeentelijke instanties.
Historische Context
Het document is gedateerd op 6 november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Deze datum en de specifieke locatie (Gaaspstraat) zijn historisch zeer beladen. In het najaar van 1941 voerden de bezettingsautoriteiten steeds strengere anti-Joodse maatregelen in.
Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden niet meer op de reguliere Amsterdamse markten staan. Er werden speciale "Joodse markten" aangewezen waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen. De markt aan de Gaaspstraat (vlakbij de Transvaalbuurt) was een van die aangewezen locaties.
De achternaam Davidson is een veelvoorkomende Joodse naam. Deze brief documenteert het moment waarop een Joodse onderneemster, na 23 jaar op algemene markten te hebben gewerkt, door de uitsluitingspolitiek van de nazi's gedwongen werd om een plek aan te vragen op een gesegregeerde markt om te kunnen overleven.