Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 7 november 1941 (gebaseerd op stempel "7/11 M. 1941"). S. Wijschenk, Tilanusstraat 70 I, Amsterdam. Onbekend (geadresseerd als "Mijnheer", waarschijnlijk een marktmeester of ambtenaar van de gemeente Amsterdam). No 103/16/1 M. 1941 7/11
Mijnheer
Naar aanleiding van onze overplaatsing van
de Albert Cuyp naar de Gaaspstraat verzoek
ik u beleefd mijn voorkeurs kaart te willen
overschrijven, of indien mogelijk mij een
eigen plaats te bezorgen.
Bij voorbaat dankend verblijf ik
met de meeste
Hoogachting.
S. Wijschenk
Tilanusstr 70 I In deze korte, beleefd geformuleerde brief verzoekt S. Wijschenk om een administratieve aanpassing naar aanleiding van een gedwongen verhuizing van zijn/haar werkplek als marktkoopman. De schrijver vraagt of de "voorkeurskaart" (een bewijs dat recht geeft op een specifieke staanplaats) overgeschreven kan worden naar de nieuwe locatie aan de Gaaspstraat, of dat er een eigen vaste plaats toegewezen kan worden.
De toon is formeel en respectvol, wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd, maar krijgt een extra lading door de historische context van de datum en locaties. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 vaardigde de bezetter een verordening uit die het voor Joodse marktkooplieden verboden maakte om op reguliere markten (zoals de Albert Cuypstraat) te staan.
Vanaf november 1941 werden in Amsterdam specifieke "Joodsche markten" ingesteld waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen. Een van deze locaties was de Gaaspstraat. De afzender, S. Wijschenk, is een van de vele Joodse Amsterdammers die door deze segregatie gedwongen werd hun vertrouwde plek op de Albert Cuyp te verlaten. De brief toont de poging van een individu om binnen de nieuwe, beperkende regels van de bezetter de uitoefening van zijn of haar beroep zo goed mogelijk voort te zetten. De Tilanusstraat, waar de afzender woonde, lag in een buurt met destijds een grote Joodse populatie. S. Wijschenk Gemeente Amsterdam
Samenvatting
In deze korte, beleefd geformuleerde brief verzoekt S. Wijschenk om een administratieve aanpassing naar aanleiding van een gedwongen verhuizing van zijn/haar werkplek als marktkoopman. De schrijver vraagt of de "voorkeurskaart" (een bewijs dat recht geeft op een specifieke staanplaats) overgeschreven kan worden naar de nieuwe locatie aan de Gaaspstraat, of dat er een eigen vaste plaats toegewezen kan worden.
De toon is formeel en respectvol, wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd, maar krijgt een extra lading door de historische context van de datum en locaties.
Historische Context
Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In september 1941 vaardigde de bezetter een verordening uit die het voor Joodse marktkooplieden verboden maakte om op reguliere markten (zoals de Albert Cuypstraat) te staan.
Vanaf november 1941 werden in Amsterdam specifieke "Joodsche markten" ingesteld waar uitsluitend Joden mochten kopen en verkopen. Een van deze locaties was de Gaaspstraat. De afzender, S. Wijschenk, is een van de vele Joodse Amsterdammers die door deze segregatie gedwongen werd hun vertrouwde plek op de Albert Cuyp te verlaten. De brief toont de poging van een individu om binnen de nieuwe, beperkende regels van de bezetter de uitoefening van zijn of haar beroep zo goed mogelijk voort te zetten. De Tilanusstraat, waar de afzender woonde, lag in een buurt met destijds een grote Joodse populatie.