Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 11 november 1941. M. Speijer, Waterlooplein 25 II, Amsterdam. Waarschijnlijk de marktmeester of het Bureau Marktwezen van de gemeente Amsterdam. No 103/20/1 M. 1941 13/11 [stempel]
Amsterdam 11/11/’41.
m. Hop [?] [bijgeschreven aantekening]
Mijnheer
Met deze doe ik een beroep
op uw welwillendheid mij toe te
staan, om de mij toegewezen plaats in
de Gaaspstr. voor 2 à 3 weken open te laten,
daar mij voor deze korte tijd een werk-
kring is aangeboden waarvan ik gaarne
gebruik wenst te maken. Ik zal het
marktgeld dan wekelijks aan de
aangewezen marktambtenaar voldoen.
Hopende op een gunstig antwoord
teeken ik
M. Speijer
Waterlooplein 25 II
A’dam. In deze brief verzoekt de heer (of mevrouw) M. Speijer om een marktplaats in de Gaaspstraat gedurende twee tot drie weken onbezet te laten. De reden hiervoor is dat de schrijver tijdelijk ander werk heeft gevonden. Om de rechten op de standplaats niet te verliezen, biedt de schrijver expliciet aan om het verschuldigde marktgeld gedurende deze afwezigheid wekelijks door te blijven betalen aan de marktambtenaar. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("beroep op uw welwillendheid"). Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De locaties die in de brief worden genoemd (Waterlooplein en Gaaspstraat) zijn historisch zeer significant.
- Segregatie op de markt: In 1941 voerde de bezetter steeds strengere anti-Joodse maatregelen in. Vanaf september 1941 mochten Joodse marktkooplieden alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. De markt in de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt) was een van die aangewezen locaties.
- De afzender: De naam Speijer is een veelvoorkomende naam binnen de Amsterdams-Joodse gemeenschap. Gezien het woonadres op het Waterlooplein (het hart van de oude Joodse buurt) en de standplaats in de Gaaspstraat, is het vrijwel zeker dat dit een brief is van een Joodse Amsterdammer die probeert te overleven onder de beperkingen van de bezetter.
- Werkkring: De vermelding van een nieuwe "werkkring" (werkkring) is opvallend. In deze periode probeerden veel Joodse burgers werk te vinden dat hen mogelijk kon vrijstellen van tewerkstelling of deportatie, of simpelweg om in het levensonderhoud te voorzien nu de handel op de markten door de beperkingen steeds moeilijker werd.
Deze brief is een klein maar indringend bewijs van de bureaucratische realiteit waarmee Amsterdammers in oorlogstijd te maken hadden om hun schaarse middelen van bestaan (de marktplaats) te behouden. M. Speijer Gemeente Amsterdam Marktwezen