Handgeschreven verzoekschrift aan de Dienst der Markten.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan de Dienst der Markten. 29 november 1941. M. Zappen, G. Doustraat 18 II, Amsterdam. Nº 103/3/M/1 M.1941 2/12
m. Insp
Amsterdam, 29 November 1941
Wel Edele Heer
Directeur v/h marktwezen
Hier
Ondergetekende bericht u tot zijn groot spijt
dat hij geen handel meer heb om zijn vaste plaats
Gaaspstraat kan bezetten. Verzoeke u daarom
tijdelijk ontheffing te willen geven van de
plaats tot er weer handel is
Achtend
M. Zappen
G. Doustraat 18 II
Hier In deze brief verzoekt de heer M. Zappen om een tijdelijke ontheffing voor het bezetten van zijn vaste marktkraam in de Gaaspstraat. De reden die hij opgeeft is dat hij "geen handel meer heb", wat betekent dat hij geen voorraad of goederen meer heeft om te verkopen.
De brief is geschreven in een mengvorm van de eerste en derde persoon ("Ondergetekende bericht u... dat hij..."), wat typerend was voor de formele, ietwat onderdanige schrijfstijl van burgers richting overheidsinstanties in die periode. De spelling ("heb" in plaats van "heeft") en de beknopte formulering wijzen op een schrijver die gewend is aan praktische, zakelijke correspondentie. De datum van de brief, 29 november 1941, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De vermelding dat er "geen handel" meer is, is een directe aanwijzing voor de economische noodtoestand van die tijd. Door de oorlogsvoering en de Duitse opeisingen ontstonden er grote tekorten aan grondstoffen en consumentengoederen, waardoor veel marktkramers hun broodwinning verloren.
De locatie is eveneens van historisch belang: de Gaaspstraat ligt in de Amsterdamse Rivierenbuurt. In 1941 was dit een wijk met een zeer grote Joodse populatie. In deze periode werden Joodse ondernemers en marktkooplieden door de bezetter stelselmatig uitgesloten van het economisch verkeer. Hoewel de brief de achtergrond van de afzender niet expliciet vermeldt, is de kans groot dat de stopzetting van de handel verband hield met de verslechterende omstandigheden en beperkende maatregelen voor (Joodse) kleine ondernemers in Amsterdam. De brief getuigt van de bureaucratische werkelijkheid waarin burgers, ondanks de chaos van de oorlog, nog steeds officiële ontheffingen moesten aanvragen om hun standplaatsrechten niet definitief te verliezen. G. Doustraat M. Zappen Marktwezen